Dossiers - 4, 6 of 8 man
Laatste nieuws
12 Februari 2010
De voertuigbezettingen van de eerste tas blijven de landelijke politiek bezighouden. De Tweede Kamer blokkeerde de uitzonderingsbepalingen hierover echter in Almere heeft men het wellicht nog niet vernomen. De SP stelde 12 (!) vragen hierover. Lees hier de vragen.
1 februari 2009 De gezamenlijke vakorganisaties hebben zaterdag een brief gestuurd aan de minister van BZK, mevrouw Guusje ter Horst. Zij bieden aan te helpen met het maken van een tekst voor de bezetting van de eerste tas bij binnenbrand en hulpverlening (prio 1). Lees die brief hier
28 Januari 2010 De Tweede Kamer wil zeker weten dat er straks nog genoeg brandweermannen uitrukken naar een brand en dat ze er ook op tijd zijn. De minister mag wel verder met de wet op de veiligheidsregio's maar niet met het Besluit VR. Dat moet zij aanscherpen! Lees hier het verslag in ons nieuwsbericht.
Kerninformatie: de voertuigbezettingen van de eerste brandweerauto's (in vakjargon: de eerste lijnseenheden) hangen één op één samen met de kazernedichtheid. Minder mensen dan meer kazernes. Of het kan ook anders: minder brandweerlieden, zelfde aantal kazernes maar dan meer preventiemaatregelen door burger en bedrijfsleven. Met andere woorden: minder brandweerlieden zonder meer van het andere, levert de burger en bedrijfsleven aanmerkelijk meer onveiligheid op. Deze samenhang is geregeld via het Bouwbesluit en de brandveiligheidsconcepten voor gebouwcategorieën. Deze gaan uit van de huidige kazernedichtheden en 6 brandweerlieden op de eerste brandweerauto.
Daarbij komt dat met name bevelvoerende in een klemmende spagaat komen als er met 4 personen wordt uitgerukt. Er komen dan protocollenen voorschriften die stellen dat er niet mag worden opgetreden voordat het 2de voertuig de hoek omdraait. Desondanks staat men voor een uitslaande woningbrand met personen erin. Ooit schreef een bevelvoerder die aan een proef had meegewerkt ons het volgende:
"…en hier rukken wij met 4 personen uit. Bij een binnenbrand is dit geen pretje en ook niet bij een beknelling. Je bent altijd aan het opschalen en aan het begin ga je toch naar binnen. Want er staan altijd mensen buiten te kijken en als je blijft wachten op de tweede tankautospuit, dan staat er weer een verhaal van de brandweer in de krant”.
Standpunt VBV: geen verlaging van voertuigbezettingen en minder kazernes zonder één landelijk integraal onderzoek. Minder brandweerlieden betekent automatisch latere hulp aan de burger in nood en meer kans op doden en meer kans op hogere schade. Bovendien nemen de risico's voor eigen veiligheid van de brandweerlieden extreem toe. De samenhang, de balans tussen preventie en repressie moet blijven.
Dossierhouder: Cees van Beek, voorzitter VBV, te bereiken op zijn e-mailadres. Telefonisch doordeweeks bereikbaar op 033 - 49 62 768 of op 06-17406456. In het weekend alleen voor noodgevallen op zijn mobiele nummer.
Opbouw dossier
Het dossier is zo opgebouwd dat er eerst een uitleg wordt gegeven, dan de verschillende publicaties worden benoemd met de opvattingen van de verschillende belanghebbende organisaties zoals het Ministerie van BZK en de NVBR. Daarna geven wij als VBV onze visie hierop en tot slot wordt nog eens alle relevante documentatie downloadbaar ter beschikking gesteld. Wij houden ons aanbevolen voor verbeteringen in dit dossier.
Waar komt de 6-mansnorm vandaan?
Wat is is de relatie met de opkomsttijden?
Wat is de relatie met de preventiemaatregelen?
De twee rekenmodellen: kazerne open, kazerne dicht
Hoe begon het mee en wie ging ermee verder
Welke belangen spelen er landelijk, regionaal en lokaal?
Veel gehoorde argumenten en vragen
Gezamenlijke acties vakorganisaties
Documentatie 4, 5, 6, 7 of 8 mansdossier in volgorde zoals vermeld in dit dossier
Radio-interviews over dit onderwerp
Waar komt de 6-mansnorm vandaan?
De brandweer rukt sinds de jaren '80-'90 van de vorige eeuw uit met een standaardbezetting van minimaal 6 personen. Minder mocht niet en met meer wel. Eerder waren het 8 en, -zelfs nog eerder-, 9 brandweerlieden. In de loop van de afgelopen decennia is dit aantal teruggebracht naar 6 personen. Zo verdween de ordonnans (nr. 9) toen de portofoon de intrede deed. De toenmalige richtlijnen die de personeels- en materieelsterkte regelde, zijn hier te downloaden.
Een grootschalig onderzoek in de tweede helft van de jaren '80 van de vorige eeuw leidde tot de conclusie dat er minimaal 6 personen nodig zijn voor de bestrijding van een binnenbrand met een redding ('prio 1 uitruk'). Eén team om te redden en één team om te redding te garanderen door de brand te bedwingen, of te blussen. Dit was hét criterium waarop de Brandweer gebaseerd is.
Wat is is de relatie met de opkomsttijden?
Er is een onlosmakelijk verband tussen het aantal brandweerlieden op een brandweerauto en de opkomsttijden. De opkomsttijd is de tijd tussen het aannemen van een melding en het arriveren van de brandweer bij de brand of ongeval. Gemiddeld dient de brandweer met de standaard personeelsbezetting binnen acht minuten bij de burger in nood voor de deur te staan. Deze acht-minutennorm voor binnen de bebouwde kom is in 1992 opnieuw vastgesteld.
Voor die tijd was er volgens Gerard Koppers, directeur van het Nederlandse Brandweer Documentatie Centrum, een strengere norm gangbaar. Bij de oprichting van de beroepsbrandweer in 1872 moest de brandweer in Amsterdam zelfs binnen maximaal vier minuten bij een brand zijn. U kunt hier ook lezen dat de normen vóór 1992 een stuk strenger waren. Er was toen sprake van de classificering van risicogebieden van A naar F, bepaald door de toenmalige Rijksinspectie. Lees hier wat Gerard Koppers geschreven heeft over het ontstaan van tijdsnormen.
De opkomsttijden hangen natuurlijk samen met de kazernedichtheid. In een grote stad als Amsterdam zijn er meer kazernes per vierkante kilometer dan op het platteland. Logisch want er wonen en werken veel meer mensen en de bebouwingsdichtheid is erg hoog. Wel moet men bedenken dat ook in de grote steden er sprake is van oplopende opkomsttijden door sterk toegenomen verkeersdichtheden, en niet alleen tijdens de spitsuren.
Wat is de relatie met de preventiemaatregelen?
In het verleden is er een vaste relatie gelegd tussen de bezetting van de 1ste brandweerauto (basisbrandweereenheid) en de kazernedichtheid enerzijds en anderzijds de preventiemaatregelen die voorgeschreven worden in het Bouwbesluit en de brandveiligheidsconcepten van allerlei gebouwen.
Het Bouwbesluit (preventiemaatregelen voor elk bouwwerk) en de brandveiligheidsconcepten van speciale gebouwen die de veiligheid en de beheersbaarheid regelen, gaan van een 1ste lijnsoptreden van een basisbrandweereenheid met 6 personen uit. Minder mensen betekent minder slagkracht en daarmee een verstoring van de zgn. veiligheidsbalans tussen repressie en preventie.

Logischerwijze betekent dan een verlaging van de minimale voertuigbezetting een grotere dichtheid van kazernes. Als het aantal kazernes hetzelfde blijft en desondanks de voertuigbezettingen verlaagd worden, kan dit niet anders dan een verhoging van preventieve maatregelen bij burger en bedrijfsleven tot gevolg hebben. De preventiedruk moet dan toenemen via bouw- en milieuvergunningen; tenminste als de overheid hetzelfde niveau van brandveiligheid wil vasthouden.
De twee rekenmodellen: kazerne open, kazerne dicht
Er was eens 1 rekenmodel, ontwikkeld door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). In 1992 werd dit gepubliceerd als de Handleiding Brandweerzorg; later aangevuld door de Handleiding Technische Hulpverlening.
Dit rekenmodel werd, en wordt nog naar grote tevredenheid gebruikt in het land. Uiteraard zijn er in de loop van de jaren allerlei verbeteringen in aangebracht. Het bestaat uit twee gedeelten die met elkaar in evenwicht werden gebracht. Preventie in balans met repressie. Een gedeelte bestaat uit het zogenaamde risicoprofiel van een verzorgingsgebied of een gemeente of een veiligheidsregio. Hierin worden alle gebouwen ingevoerd met hun preventieve status.
Het resultaat hiervan is input voor de repressieve organisatie: hoeveel brandweerauto's (inclusief de ladderwagens en hoogwerkers om te redden) moeten er in hoeveel minuten er voor de deur staan? Dat tweede gedeelte wordt ingevuld door de gekozen organisatievorm, te weten het vrije instroom-, het consignerings-, het kazernerings- of het 24-uursmodel. Afhankelijk hiervan en de gegevens van de verwerkingstijd, uitruktijd en rijtijd wordt het dekkingspercentage en/of het overschrijdingspercentage duidelijk.
Dat brengt tegelijk het tweede rekenmodel naar voren dat is ontstaan na de evaluatie in 2002 van de Handleiding brandweerzorg. De hoofdconclusie van de onderzoekers die de evaluatie uitgevoerd hebben, luidde: "Naar ons oordeel dienen de handleiding en de aanvulling TH te worden gehandhaafd, waarbij beide handleidingen het best kunnen worden geïntegreerd". Lees dit hier op pagina 3 van het rapport.
Opmerkelijk is dan, dat in aansluiting hierop, er door het Ministerie van BZK een Leidraad Repressieve Brandweerzorg opgesteld wordt die meer een beschrijvend karakter heeft dan de Handleiding die vooral rekenkundig is ingesteld. Beide documenten zijn aanvullend van aard. En dit terwijl de evaluatie van ditzelfde Ministerie slechts de Handleiding wilde handhaven en 'updaten'.
In aansluiting daarop is er ook nog eens een tweede rekenmethode opgesteld. Er zijn dus nu 2 rekenmethoden op de markt die bovendien verschillende uitslagen kunnen geven. De zogenaamde SAVE-methodiek stuurt voornamelijk op aard, ernst en omvang van overschrijdingen (waar ben je te laat en hoe erg is dat?) en de zogenaamde CARE-methodiek stuurt op zogenaamde dekkingspercentages (hoe vaak ben je op tijd?).
Toepassing van beide methodieken geven geen garantie op een gelijkluidende uitslag. Het kan net een pendelbeweging van de slinger van een klok zijn: "kazerne open, kazerne dicht". De VBV en de Tweede Kamer gaan voor één rekenmethodiek, ondergebracht bij het RIVM die ook de ambulance-spreiding voor het gehele land verzorgt. De minister van BZK heeft de motie van de Tweede kamer overgenomen en neergelegd bij het Veiligheidsberaad.
Hoe begon het over 4 man op de eerste brandweerauto en wie ging ermee verder
Het leeft al lang dat men vindt dat een voertuigbezetting met minder brandweerlieden kan. De eerste aanzet werd gegeven door een artikel in Brand & Brandweer door Menno van Duin als gemeenteraadslid en decaan van de mastersopleiding. Lees dat hier.
De toenmalige commandant van Rotterdam, de heer Don Berghuijs, pakte het stokje op. Immers er moesten in het kader van de gedwongen uitvoering van het Arbeidstijdenbesluit tientallen beroepsbrandweerlieden in de 24-uursdienst aangenomen worden. Lees hier zijn opvattingen in het artikel uit Brand & Brandweer.
Daarnaast speelt Delft een prominente rol in flexibilisering van de uitruk. Daar rukt men al jaren uit met een voertuig met 4 personen. Vaak verwijst men naar Delft echter men vergeet er dan echter bij te vertellen dat de minimale bezetting van Delft niet 4 is maar 12 brandweerlieden is. Bij een zogenaamde 'prio 1 uitruk' of een 'maatgevende' uitruk (daar hebben wij het steeds over) gaan daar drie kazernedeuren open en rukken er 3 voertuigen uit. Een 4 mans-, een 6 mans- en het redvoertuig met 2 brandweerlieden rukken tegelijkertijd uit. Dus geen minimale bezetting van 4 maar 12. Lees hier artikel uit Brand & Brandweer over de situatie in Delft.
Langzamerhand komen er meer initiatieven in het land om met minder personeel per voertuig en met meer voertuigen uit te rukken. Een mooi voorbeeld is de uitruk in de Westerscheldetunnel waar een specifieke uitrukprocedure geldt. Er rukt van beide zijden een interventie-eenheid uit van 6 personen. Deze 6 personen zijn verdeeld over 2 voertuigen. De bevelvoerder en de nummers 1, 2 en een chauffeur rukken uit met een klein compact voertuig (Snel Interventie Voertuig) voor een snelle verkenning. Zij worden gevolgd door nummers 3 en 4 die uitrukken met een schuimblusvoertuig en een HV voertuig. Er rukt naast de hier genoemde inzeteenheid ook altijd een tankautospuit uit vanuit een naburige post. Uiteraard is dit een voorbeeld voor een bijzonder object als een tunnel en is dit vergelijkbaar met een binnenbrand en redding in de miljoenen woningen die Nederland in tal van vormen rijk is.
Zo is er ook een plan in Apeldoorn "Zes or less". Dat gaat niet uit van welke taken er vervult moeten worden maar van experimenteren. Dit project gaat in januari 2010 van start. Lees hier over het project.
Welke belangen spelen er landelijk, regionaal en lokaal?
Landelijk wil de minister van BZK de gemeentebesturen en de veiligheidsregio's de ruimte bieden af te wijken van de landelijke norm. Dit staat in het Besluit Veiligheidsregio's waar u hier de laatste versie kunt lezen. Kijk hiervoor bij hoofdstuk 3 Eisen Brandweerzorg. Een landelijke norm waar lokaal en regionaal het recht om daarvan af te wijken. Dat gaat allerlei verschillen geven tussen veiligheidsregio's en gemeenten. In de ene gemeente mag de brandweer er bijvoorbeeld 15 minuten over doen en de andere veiligheidsregio maar 7 minuten. Dat gaat niemand meer begrijpen, laat staan uitleggen aan de burger die 112 gebeld heeft.
De Tweede Kamer heeft hier een groot aantal vragen over gesteld. Zij maken zich, met de VBV, zorgen over deze ontwikkeling. Lees hier de vragen die er gesteld zijn. In augustus 2009 heeft de minister van BZK hierop gereageerd en jammer genoeg houdt zij vast aan haar standpunt om toch de lokale en regionale besturen het recht geeft om af te wijken. De kern van haar betoog is als volgt:
"De standaardbezetting van een basiseenheid zoals nu in de amvb is opgenomen, is ontleend aan de Leidraad repressieve basisbrandweerzorg. Deze leidraad is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met de branche. In de leidraad is de standaardbezetting van een basisbrandweereenheid op zes personen gesteld. Dit aantal houdt verband met de meest gangbare wijze van optreden van een basisbrandweereenheid. Ik heb de mogelijkheid om af te wijken van de standaardbezetting niet primair ingebracht om innovatie mogelijk te maken, maar om brandweerkorpsen de mogelijkheid te geven (een deel van) hun eenheden beter af te stemmen op bepaalde regiospecifieke risicosituaties of om andere knelpunten op te lossen".
De minister geeft daarmee de mogelijkheid om met minder mensen te gaan uitrukken. Dat kan, als wij het goed lezen, om bezettingen af te stemmen op risico's die specifiek zijn in bepaalde regio's en andere knelpunten. Dat is redelijk vaag maar zou de minister soms bedoelen dat er in landelijke gebieden met rookmelders er verantwoord met 4 man kan worden uitgerukt of voor een automatische melding? Wat zouden de andere knelpunten zijn? Dat is een open deur voor nu en de toekomst. Een ding is duidelijk: geld is inmiddels een knelpunt.
In het meest recente antwoord aan de Eerste Kamer komen andere motieven naar voren. In de Memorie van Antwoord van 4 december wordt op pagina 42 en 43 duidelijk:
"Overigens moet mij van het hart dat de fixatie op cijfers (de minister doelt hier op de gecorrigeerde CBS cijfers) geen goede ontwikkeling is. Het gaat immers niet alleen om de kwantiteit, maar ook om de kwaliteit bij een adequate personeelsvoorziening. Door het efficiënter en effectiever inrichten van de organisatie, kunnen de brandweertaken in de toekomst wellicht met minder personeel worden uitgevoerd".
De minister wil de mogelijkheid voor het lokale en regionale bestuur open laten in plaats van met elkaar naar één landelijk aanpak te gaan. De prachtige mogelijkheid om 10-tallen miljoenen euro's te besparen door in plaats van een versnipperde aanpak en één landelijke aanpak te kiezen, wordt zo onbenut gelaten.
Veel gehoorde argumenten en vragen
1. Je bent met 4 mensen sneller weg dan met 6.
De vraag is of dat zo is. Komen er niet heel vaak 4-6 of zelfs 8 personen gelijktijdig aan bij een kazerne? Waar praat je over? Over 5-10 seconden om even te wachten op een maatje die er net aan komt fietsen, of rijden? Wat doe je jezelf aan om je niet even de tijd te gunnen om volwaardig uit te rukken? Natuurlijk hoe eerder, hoe beter maar het is een drogredenering want 2 is ook sneller dan 4 en waar blijf je dan tenslotte? Je bent dan overgeleverd aan een redenering die leidt tot niets en niet van je vak uitgaat.
2. Overdag hebben wij niet voldoende Brandweer Vrijwilligers anders moet de post dicht!
Dat is begrijpelijk maar er wordt een hypotheek gelegd op de 4 mannen of vrouwen die wél uitrukken. Die hypotheek is al gelegd doordat de bezetting overdag te weinig aandacht heeft gekregen in de afgelopen jaren. Plotseling duikt dit op en nu gaat men noodmaatregelen nemen. Op zich goed zo'n tijdelijke maatregel maar dat moet echt tijdelijk zijn en de aandacht moet volledig op werving van aanwezigheid van mensen overdag liggen.
3. Kunnen brandweerlieden die hier wel werken maar niet wonen dit dan oplossen?
Dat is nu precies wat er ook gebeuren moet. De VBV stelt al enige tijd dat als je bijvoorbeeld op Urk woont en in Zwartsluis werkt, je overdag bij de Brandweer van Zwartsluis moet kunnen uitrukken. Overigens gebeurt dat daar al. Het is een vorm van kapitaalvernietiging als dit niet zou gebeuren; immers in veel gevallen werken er Brandweer Vrijwilligers in dorpen en steden die overdag een tekort hebben.
4. Is dit geen mooie oplossing voor ons wervingsprobleem?
De eerste vraag is of er daadwerkelijk een wervingsprobleem hebben. Er zijn tekorten zoals vorig jaar nadrukkelijk in Zeeland naar voren is gekomen en niet alleen overdag. Er zijn korpsen met wachtlijsten en korpsen die zeer succesvol zijn in het vinden, binden en blijven boeien. Er zijn ook korpsen waar wel tekorten zijn. Volgens de VBV hangt succes en tekort sterk af van de werfkracht van een lokale brandweerkazerne. Wat is de uitstraling, hoe is het beeld bij de burgers in de omgeving van de brandweerkazerne en zijn alle korpsleden echte 'ambassadeurs' voor hun kazerne bij die burgers? Dat zijn volgens ons een aantal bepalende factoren.
5. AED als sprekend voorbeeld?
De inzet van de Automatische Externe Defibrillator (AED) wordt wel genoemd om tot een 4-mansbezetting te komen, of om erop over te gaan. De AED-taken echter behoren niet tot de reguliere en wettelijke brandweertaken en daarom is dit een foutief argument.
Een vrijwillig op je genomen taak (niet wettelijk opgedragen) die weliswaar vaak succesvol wordt uitgevoerd, is geen zakelijk argument om de bezetting van een brandweerwagen voor brand en hulpverlening te verlagen naar 4 brandweerlieden. Je vergelijkt twee onvergelijkbare taken en vervolgens neem je het meest aantrekkelijke eruit als motief voor een lagere bezetting. Bovendien daar waar de AED uitruk verzorgt wordt, gaat men nogal eens in een aparte personenauto.
6. Loos alarmen
Er zijn zoveel loos alarmen. Dus verkennen met 4 man is de oplossing. Wat moet je echter als het geen loos alarm blijkt te zijn? Daar kom je pas achter als je met die 4 man aankomt. Ga je dan de andere 2 brandweerlieden nog even ophalen? Klinkt lachwekkend maar de vraag is in alle ernst bedoeld. Hoe leg je dat uit naar de burger dat je dan maar even wacht op de 2de Tas bijvoorbeeld?
7. Belastbaarheid
De Brandweer Vrijwilliger wordt al zo zwaar belast. Welke belasting is dat dan? Waar wordt de Brandweer Vrijwilliger dan zo zwaar belast? Toch niet van de uitruk toch? Zij zijn immers primair bij de brandweer voor de uitruk. De belastbaarheid zit veel meer in loos-alarmen, de opleidingen, oefeningen en bijscholing en niet in de uitruk.
8. Zes Personen kan toch te weinig zijn?
Dat klopt, ook 2 tankautospuiten, een peloton of een compagnie kunnen te weinig zijn. Waar het ook hier weer omgaat, is het scenario binnenbrand met redding in een woning. Dat is ons maatgevend scenario waarop de eerste sterkte, de eerst aankomende slagkracht gebaseerd is. Daarvan is in 1992 vastgesteld dat 6 brandweerlieden op een eerste tankautospuit noodzakelijk zijn. Dan hebben wij het nog niet over de gewijzigde omstandigheden in bouwwerken qua grootte, omvang en ingewikkeldheid maar gewoon over een gemiddelde woning.
Wij kunnen niet om een belangrijke brand en ramp heen waar de voertuigbezetting een belangrijke rol heeft gespeeld. Dat doen wij met grote schroom echter je kunt en ... je mag er niet omheen. Bij de vuurwerkbrand die plaatsvond op 13 mei 2000 rukte een aantal voertuigen uit zonder volledig bezet te zijn. De eerste tankautospuit rukte met 4 brandweerlieden uit, het redvoertuig met 1 brandweerman en de tweede tankautospuit met slechts 3 waarna er brandweerlieden nakwamen. Op een verplichte personeelsbezetting van 14 personen, waren er 6 brandweerlieden te weinig!
De brand die door een paar geweldige explosies overging in een ramp waar ook 4 brandweercollega's bij omkwamen, werd onderzocht door de Commissie Oosting. Deze Commissie onderzocht ook de aanpak van de brandweer in de tijd tussen alarmering en de fatale explosies. Zij kwam in de kern tot de volgende conclusie op pagina 118 onderaan:
"Systematische verkenning van een terrein behoort naar het oordeel van de Commissie tot ‘de standaard’ van elk brandweeroptreden. Met name op het punt van systematische verkenning moet overigens worden onderkend dat de onderbezetting waarvan sprake was zich gemakkelijk kan hebben gewroken. Doordat de TS-649 was uitgerukt met vier man – van wie de chauffeur bij het voertuig moest blijven – had de bevelvoerder van de TS-649 slechts twee man tot zijn beschikking. Hij was daardoor gedwongen een bijdrage te leveren aan de opbouw van de eerste inzet. Voor het feit dat de bevelvoerder niet direct een systematische verkenning van het gehele terrein heeft
uitgevoerd, heeft de Commissie dan ook begrip"
Hoewel de Commissie geen uitspraak doet of de onderbezetting de fatale ontwikkeling van de brand naar een ramp zou voorkomen hebben, doet zij ook geen uitspraak dat dit niet het geval zou hebben kunnen zijn. Met andere woorden: zij laat het in het midden of het verlies van levens bij de brandweer voorkomen was geweest door volledige voertuigbezettingen. Daarmee sluit de Commissie niet uit dat dit een rol gespeeld heeft. Lees hier zelf wat de Commissie Oosting gesteld heeft over het brandweeroptreden.
Wij gaan het werk van de Commissie Oosting niet overdoen; nog niet althans. Vast staat wel dat dit een van de grootste rampen is geweest waar voertuigbezettingen een rol hebben gespeeld. En dat aspect van de ramp is nooit grondig onderzocht. Dat maakt de VBV meer dan huiverig. Immers als de uitkomst zou zijn geweest dat dit wel een rol gespeeld heeft in het voorkomen van deze ramp dan is het toch meer dan zaak hier aandacht aan te besteden. Het ligt als het ware voor het oprapen en waarom zou de Brandweer niet de lessen hieruit trekken? De terughoudendheid is meer dan begrijpelijk vanwege de gevoeligheid echter zeer noodzakelijk wil de Brandweersector niet opnieuw leergeld betalen voor dezelfde les.
De Nederlandse Vereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding (NVBR) vindt uitrukken met minder personeel dan de standaard tankautospuitbezetting van 6 personen een goede ontwikkeling, aldus bestuurslid Elie van Strien in een uitzending op Radio 1. Naast een ‘vorm van urgentie’ bij onderbezetting, zijn er de laatste jaren ‘allerlei technische en technologische ontwikkelingen’ die het mogelijk moet maken in 'bijzondere gevallen' met 'bepaalde mogelijkheden' in 'bepaalde situaties' uit te rukken, aldus de heer Van Strien.
De NVBR vindt ook dat door tekorten van Brandweer Vrijwilligers een verlaging moet worden onderzocht want 4 is sneller dan 6 stelt hij. De NVBR is in de veronderstelling dat er een groot tijdsgat zit tussen de 4 de aankomende man of vrouw en de 6de op de kazerne. Bovendien verwijst de NVBR naar de dagelijkse praktijk binnen Rotterdam waar men ook met 6 man voor een hartstilstand uitrukt, die gangbaar zou moeten worden in de korpsen met Brandweer Vrijwilligers. Daar geldt dan dezelfde redenering die dan ook wordt gebruikt als onderbouwing om naar een brand uit te rukken.
De VBV is vóór een onderzoek naar voertuigbezettingen; daar geen enkel misverstand over. Na 20 jaar is het er de tijd voor. Echter zij wil niet dat dit 'aangevlogen' wordt door het management vanuit economische motieven die vindt dat de Brandweer te duur is geworden. De noodhulp aan burgers mag niet verminderd worden door structurele personeelsverminderingen. Dat kunnen wij niet accepteren. Immers dat leidt tot groot verlies aan professionaliteit en kwaliteit bij het optreden bij brand en hulpverlening, tot 'missers' omdat er te weinig personeel op tijd is (te geringe slagkracht op hetzelfde moment) en aanmerkelijk grotere kans op gewonden en slachtoffers bij optredende brandweerlieden.
Bovendien, en dat is bekend uit het land, als er met 4 personen wordt uitgerukt, komen er protocollen die met name de bevelvoerende in een klemmende spagaat brengen. Het voorschrift stelt dat er niet mag worden opgetreden voordat het 2de voertuig de hoek omdraait. Desondanks staat men voor een uitslaande woningbrand met personen erin. Ooit schreef een bevelvoerder die aan een proef had meegewerkt ons het volgende:
"…en hier rukken wij met 4 personen uit. Bij een binnenbrand is dit geen pretje en ook niet bij een beknelling. Je bent altijd aan het opschalen en aan het begin ga je toch naar binnen. Want er staan altijd mensen buiten te kijken en als je blijft wachten op de tweede tankautospuit, dan staat er weer een verhaal van de brandweer in de krant”.
De voertuigbezettingen van de eerste brandweerauto's (in vakjargon: de eerste lijnseenheden) hangen namelijk één op één samen met de kazernedichtheid. Minder mensen dan logischerwijze meer kazernes. Of het kan ook anders: minder brandweerlieden, zelfde aantal kazernes maar dan meer preventiemaatregelen door burger en bedrijfsleven.
Met andere woorden: minder brandweerlieden zonder meer van het andere, levert de burger en bedrijfsleven aanmerkelijk meer onveiligheid en schade op. Deze samenhang is geregeld in de relatie tussen het Bouwbesluit met de brandveiligheidsconcepten voor gebouwcategorieen en het Besluit Veiligheidsregio. De eerste gaan uit van de huidige kazernedichtheden en 6 brandweerlieden op de eerste brandweerauto. De aan particulieren en bedrijfsleven verstrekte bouwvergunningen zijn juist hierop gebaseerd. Als die balans weg is, slaat de weegschaal door naar de kans op meer doden en meer schade.
In onze Nota van Advies aan de minister van BZK, mevrouw Ter Horst, van juli 2008 over het concept-Besluit heeft de VBV al aangegeven dat zij tegen de uitzonderingsbepalingen is. Wij stellen:
"om in die omstandigheden een snelle en veilige redding en adequate blussing bij een maatgevende brand te kunnen garanderen, moet de menskracht juist in de beginfase van de inzet een minimale maat hebben. Dit betekent voor lokale repressie, dat de bezetting op een tankautospuit op minimaal 6 personen moet worden gesteld, waarbij afhankelijk van het lokale risicoprofiel een groter aantal mogelijk moet zijn. Of dat voldoende is, moet blijken uit nader onderzoek, zeker als wij daarbij ook het aspect veiligheid in beschouwing nemen".
Gezamenlijke acties vakorganisaties
De werkvloer heeft de krachten gebundeld en de gezamenlijke vakorganisaties trekken samen op tegen het voorstel van de minister van BZK om het recht om afwijking te verschaffen. Zij zijn daar absoluut op tegen. Eerst een grootschalig landelijk onderzoek naar 1ste lijnvoertuigbezettingen in de ingewikkelde en uitgestrektere omgevingen binnen immense gebouw(complexen) en de onoverzichtelijkheid van infrastructuren van rijkswegen, spoorlijnen en vliegroutes. Zij hebben een brief aan de Tweede Kamer geschreven over deze problematiek en gevraagd of de kamerleden de uitzonderingsbepalingen willen schrappen. Lees hier die brief.
Daarenboven staat in die brief hun eigen plan om tot één landelijk onderzoek te komen. In dit onderzoek moeten enerzijds de moderne gebouw- en infra-omgevingen waarbinnen de brandweer moet optreden in kaart gebracht worden en anderzijds het gedrag van brand en fysiek geweld daarbinnen worden geprojecteerd. Aan de hand van die resultaten kunnen opnieuw de opkomsttijden en voertuigbezettingen worden bepaald.
Kortom: wij moeten aandringen op een integrale benadering van dit probleem, hele goede vragen daarbij zijn:
- is er wel een bezettingprobleem onder vrijwilligers ?
- waar is in termen van veiligheid voor burgers de meeste winst te halen?
- wat is het effect van rookmelders op de veiligheid van burgers (hierover zijn interessante internationale studies verschenen die een heel andere aanpak vereisen)?
- wie is de “branche” die door de minister genoemd wordt? Zijn dit dezelfde mensen die ook management taken hebben wij de brandweer en bezuingingen moeten uitvoeren ?
Documentatie 4, 5, 6, 7 of 8 mansdossier in volgorde zoals vermeld in dit dossier
- 1966 Richtlijnen personeels- en materieelsterkte Inspectie Brandweerwezen
- Publicatie Brand & Brandweer "Waar komt de 8 minutennorm vandaan?"
- 2002 Evaluatie Handleiding Brandweerzorg en Aanvulling Technische Hulpverlening Eindrapport
- 2007 Publicatie Brand & Brandweer "Werving in volle gang"
- 2005 Publicatie Brand & Brandweer "Van 6 naar 4"
- 2005 Publicatie Brand & Brandweer "Zes op tankautospuit altijd noodzakelijk?"
- Juni 2008 VBV Nota van Advies "Een veilig besluit? Naar landelijke uniformering!
- 29 september 2008 de Telegraaf: "Minder spuitgasten op brandweerauto ’ramp’"
- 06 Juni 2009 Laatste versie Besluit Veiligheidsregio's in zogenaamde voorhangprocedure bij Tweede Kamer
- 07 Juli 2009 door Tweede Kamer gestelde vragen over deze laatste versie van het Besluit Veiligheidsregio's
- 2001 Commissie Oosting "Brandweeroptreden tot aan fatale explosies in Enschede"
- 28 augustus 2009 Uitzending Radio 1 NVBR en VBV over voertuigbezettingen.
- 25 september Brief gezamenlijk vakorganisaties Tweede Kamer: "Een landelijk project voertuigbezettingen en kazernespreiding!"
- 21 januari 2010: Brief minister BZK over misverstanden rondom voertuigbezettingen
- 22 januari 2010: Persbericht BZK 'Geen versoepeling maar verscherping van regels voor Brandweer'
- 25 januari 2010: Brief VNG, VB en NVBR aan Tweede Kamer over voertuigbezettingen
- 01 februari 2010: Brief gezamenlijke vakorganisatie aanbieding hulp schrijven wetteksten
- 09 oktober 2008: "4 op een Tas: ramp voor eigen veiligheid"
- 07 juli 2009: "Interventie met beroeps in Buren?"
- 08 juli 2009: "Burger in Amsterdam in moeilijkheden?"
- 09 juli 2009: "SP steunt Amsterdamse brandweerlieden"
- 11 juli 2009: "Brandweerkazerne dicht door geldgebrek"
- 07 augustus 2009: "Opnieuw discussie over 4 man"
- 17 augustus 2009: "Noodmaatregel: tas 4 in Zeeland
- 20 oktober 2009: "Geen uitbreiding, van 8 naar 6"
- 4 november 2009: "Proef met kleinere uitrukploeg"
- 15 december 2009: "Opkomsttijd en voertuigbezetting 'vogelvrij"
- 16 december: "BZK en opkomsttijden"
- 19 december 2009: "Tegen beter weten toch doorgaan?"
- 25 Januari 2010: Minister luistert weer niet naar vakbonden!
- 27 Januari 2010: Snapt de NVBR het eigenlijk wel?
- 28 januari 2010: Tweede Kamer dwingt minister te luisteren
- 29 januari 2010: Tweede Kamer zelf over voertuigbezetiingen, opkomsttijden en vrijwilligers
- 01 februari 2010: Vakbonden sturen brief aan minister
Radio-interviews over dit onderwerp
- Radiointerview Cees van Beek 14 augustus 2009: hoeveel mannen op een wagen?"
- Radiointerview Cees van Beek 9 augustus 2009: in Zeeland met 4 ipv 6 brandweerlieden".








