Dossier Regionalisering
Laatste belangrijke nieuws
08 Maart 2011
Verplichte regionalisering van de brandweer verplicht tot niets! De Ondersteuningsorganisatie Fysieke Veiligheid (OFV) moet van en voor de veiligheidsregio’s zijn. Dit zijn enkele kritiekpunten van de VNG op het wetsvoorstel over de OFV en verplichte regionalisering brandweer. Lees hier nieuwsbericht.
03 Maart 2011De VBV ontving drie weken geleden van de minister van Veiligheid en Justitie, de heer IVO Opstelten een uitnodiging om mee te doen met de consultatie van wetgeving. Zij is blij met het verzoek maar vraagt uitstel omdat termijn erg kort is. Lees hier nieuwsbericht.
Kerninformatie
De brandweer was van oudsher, net als de gemeentepolitie, gemeentelijk georganiseerd. Vanaf de jaren 80 in de vorige eeuw zijn ontwikkelingen met name vanuit de rijksoverheid en de commandanten van de grootste steden om de brandweer te regionaliseren. Die ontwikkelingen hebben uiteindelijk geresulteerd in wetgeving waarin de gemeentes tegen hun wil worden gedwongen hun brandweer af te staan aan de veiligheidsregio's. Het vorige Kabinet liet wettelijke ruimte voor gemeenten die geen regionalisering wilde.
In november 2010 echter werd er in de Tweede kamer een motie aangenomen van de VVD met een Kamermeerderheid die de regionalisering verplicht stelt. Die motie wordt naar eigen zeggen nu gebruikt om een aanpassing van de Wet op de veiligheidsregio's te realiseren. Deze wijziging is nu naar belanghebbende partijen zoals het VNG, het Veiligheidsberaad, VBV, Abvakabo, BVB, CNV PZ en de NVBR is verzonden voor consultatie en inmiddels is de wetgeving naar de Raad van State. Hierna gaat deze naar de Tweede Kamer.
In 9 veiligheidsregio's zijn de gemeentelijke brandweren reeds opgeheven en overgegaan in regionale brandweren. Kern van de wetgeving is dat de gemeentelijke brandweren in de resterende 16 veiligheidsregio's nu dwingend wettelijk worden opgeheven en overgaan in regionale brandweerkorpsen en dat er een landelijke organisatie komt voor bedrijfsvoering.
Standpunt VBV
De VBV is altijd voorstander geweest van samenwerking van onderop. Zij staat echter nog steeds zeer gereserveerd ten opzichte van de noodzaak van regionalisering. Er is tot op heden nog geen (!) enkel onderzoek geweest dat de noodzaak heeft aangetoond en ook geen enkele onderzoek dat heeft aangetoond dat er 'meer brandweer' geleverd werd voor 'minder geld' in geregionaliseerde brandweerkorpsen.
Integendeel, de VBV constateert dat op veel plaatsten in het land er minder brandweer komt voor meer geld. Bovendien constateert de VBV dat daar waar bezuinigd wordt, dit bijna altijd gaat ten koste van de operationele slagkracht en ten bate komt van de dure organisaties van de 25 veiligheidsregio's. De veiligheid voor de burgers in nood wordt sterk verlaagd door minder kazernes, langere opkomsttijden, minder mensen op brandweerwagens (lagere slagkracht) en meer kantoorruimte op afstand en bureaucratie.
De VBV heeft daarnaast ook altijd het standpunt gehuldigd dat wanneer de politieke besluitvorming in de Tweede en Eerste Kamer achter de rug is, dit dan de werkelijkheid is waar mee wij moeten 'dealen'. Tot zolang zal de VBV in het belang van de 16 miljoen burgers en de 22.000 Brandweer Vrijwilligers haar invloed aanwenden om deze wetgeving aangepast te krijgen. Hierbij zal zij haar achterban betrekken de komende maanden.
Dossierhouder
Cees van Beek, voorzitter VBV, te bereiken op zijn e-mailadres. Telefonisch doordeweeks bereikbaar op 033 - 49 62 769 of op 06-17406456. In het weekend alleen voor noodgevallen op zijn mobiele nummer.
Opbouw dossier
Het dossier is historisch opgebouwd. Het begint met de vorige eeuw en het eindigt bij de ingediende wetgeving voor de verplichte regionalisering. Het leest als het ware als een historische roman waarbij de achtergrond wordt geschilderd door het wereldwijd onderkend verschijnsel, dat in 1928 voor het eerst werd opgetekend door de socioloog W. I. Thomas: “If men define situations as real, they are real in their consequences.”
In de praktijk zijn er vele voorbeelden te herkennen van deze stelling, waarbij mensen een situatie als een eigen werkelijkheid definieerden en vervolgens in die werkelijkheid leven en ook handelen. De vergelijkbare term “zelfvervullende profetieën“ verheldert ook goed waar het met deze stelling om draait: het is vaak een kwestie van geloven – en dan niet meer verder zoeken.
Tegen de achtergrond van dit verschijnsel leest dit dossier als een verbijsterend verhaal dat gaat over telkens terugkerende pogingen de brandweer weg te halen bij de lokale burgers en gemeenten. Onwaarschijnlijk maar helaas waar. Wij constateerden dat onderzoeken, ministeriële standpunten, publicaties en artikelen consequent vanuit die eigen werkelijkheid geschreven werden. De effecten zijn eigenlijk ontgoochelend. Velen gingen het geloven en stonden zodoende niet meer open voor signalen die wezen op een andere werkelijkheid!
In de jaren ’70 en ’80 van de vorige eeuw
In 1975 leidde de ramp bij DSM
In 1995 startte het Project Versterking Brandweer (PVB).
Eerste uitrukkende eenheden Enschede en Volendam treffen geen enkele blaam
2006 Gemeenten gestraft voor inspanningen Brandweer
2007 Een nieuw kabinet met nieuwe kansen
In 2009 komt de Tweede Kamer met haar commentaar
2011 Nieuw kabinet, nieuw democratisch gat?
Vrijwilligerstekst uit memorie van toelichting wetsaanpassingen
Documentatie regionalisering in volgorde zoals vermeld in dit dossier
Toen in de vorige eeuw....
De Brandweer in Nederland bestaat reeds eeuwenlang uit Brandweer Vrijwilligers die, gedreven door gemeenschapszin, branden blussen en mensen redden. Sinds de Tweede Wereldoorlog is de brandweer gemeentelijk georganiseerd. In de ’60-er jaren begint verbetering van het vakmanschap met ondersteuning van het Ministerie van BZK door opleidingen, richtlijnen voor uniformer optreden en betere regelgeving voor preventie.
In de jaren ’70 en ’80 van de vorige eeuw zet de technologische versnelling stevig door. De tweede industrialisatiegolf van productie, opslag en transport (van gevaarlijke stoffen) en een razendsnel toenemend wegverkeer heeft de brandweer in eerste instantie niet kunnen bijhouden. Daarbij komt dat gebouwen steeds ingewikkelder werden, er hoger gebouwd wordt en er ondergrondse bouwwerken ontstaan.
De Brandweer functioneerde vanaf kazernes terwijl de ontwikkelingen gestuurd worden vanuit de gemeentehuizen. Hierdoor komt de Brandweer in een isolement en mist men de mogelijkheid om brandveiligheid in te passen in ruimtelijke plannen, milieu- en bouwvergunningen. Ook binnen gemeentelijke en ambtelijke organisaties die zich hierop aanpasten, was de brandweer, op enkele uitzonderingen na, de grote afwezige.
De beschikbaarheid van vrijwilligers overdag komt in de grote steden onder druk te staan. Zodoende ontstonden daar voor het eerst brandweerkorpsen met vrijwilligers en beroeps. Technische hulpverlening wordt noodzakelijk bij ongevallen waar mensen beklemd of opgesloten zitten.
In 1975 leidde de ramp bij DSM tot het inzicht dat naast kleinschalige bestrijding van brand, er ook een grootschalige aanpak noodzakelijk was. Begin jaren ’80 worden daarom de regionale brandweren (via verlengd lokaal bestuur op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen) ingesteld. Regionale brandweren worden verantwoordelijk voor de rampenbestrijding en vallen onder de bestuurlijke en politieke verantwoordelijkheid van gezamenlijke gemeenten.
Aan de regio’s wordt de (voorbereiding op de) rampenbestrijding opgedragen. De brandweer kreeg hiermee de spilfunctie voor de organisatie van de rampenbestrijding. In de Brandweerwet van 1985 en de Wet op de rampen en zware ongevallen van 1985 werden deze ontwikkelingen voorzien van een wettelijk kader. De ramp bij DSM brengt ook de noodzaak van kennis en aanpak van gevaarlijke stoffen naar voren en de eerste stappen worden genomen om deze taak bij de Brandweer neer te leggen.
In de jaren ‘90 kwamen rampenbestrijding en coördinatie steeds prominenter op de bestuurlijke en landelijke politieke agenda te staan; mede vanwege grote en kleinere (dreigende) rampen: Bijlmer in 1992, Cindu in 1992, Dakota in 1996, Hercules in 1996 en hoogwater in 1993 en 1995. Door het ontbreken van afspraken en coördinatie kon de voorbereiding op de rampenbestrijding door de regionale brandweren onvoldoende worden vormgegeven. De Rekenkamer schrijft in 2000 een vernietigend rapport over hun functioneren.
In 1995 startte het Project Versterking Brandweer (PVB). In iedere gemeente en regio brengt men de tekorten in kaart via breed gedragen uniforme en moderne referentiekaders voor de rampenbestrijding (regionale brandweren) én de basisbrandweerzorg (gemeentelijke brandweren). De producten zijn plannen om de verdere kwaliteitsverbetering in preventie, preparatie, rampenbestrijding, repressie en nazorg te realiseren. Preventie krijgt veel aandacht! De noodzakelijke financiën ontbreken echter. De lat wordt voor gemeenten hoger gelegd echter het Rijk komt niet over de brug met geld. Al op 8 oktober 1998 diende de PvdA een kamerbreed gesteunde motie in waarin het kabinet wordt opgeroepen de noodzakelijke middelen te verschaffen. Het CDA doet op 13 oktober 1999, na uitstel van het kabinet, opnieuw een dringende oproep. Helaas zonder resultaat!
2000 Het jaar van de waarheid want nog geen jaar later schrikt Nederland op door de grootste ramp sinds mensenheugenis en wordt in Enschede op 13 mei 2000 door een explosie bij een vuurwerkopslag een complete woonwijk van de kaart geveegd. Tientallen doden en ca. 1000 gewonden; ongekend voor Nederlandse begrippen sinds de watersnoodramp. In aansluiting hierop vond in de nieuwjaarsnacht van 2000 op 2001 in Volendam een zware brand plaats. In een café komen veertien jongeren om en 180 jongeren worden voor het leven verminkt.
Plotseling beseft bestuurlijk Nederland dat het niet goed gaat. Preventie kostte altijd geld en de brandweer was maar lastig. Nu werd daar maatschappelijk gezien de rekening voor betaald. De rampenbestrijding staat nu, met de vergunningverlening en handhaving, op de politieke agenda. De bestuurlijke en ambtelijke gedoogcultuur in Nederland, evenals de wanorde bij de opschalende hulpverlening en rampen komen uit de onderzoeksrapporten scherp in beeld. Twee keer in één jaar een pijnlijke toetsing door de harde werkelijkheid.
Eerste uitrukkende eenheden Enschede en Volendam treffen geen enkele blaam
Opvallend is dat bij beide rampen de uitrukdienst van beide korpsen geen blaam treft. De uitrukkende ploegen doen meer dan hun best. In Volendam komen uitrukeenheden ter plaatse en daar wordt men geconfronteerd met grote aantallen jongeren die zwaar verbrand zijn. Nooit iets over gehoord dat zij bedankt zijn voor de inspanningen in die eerste belangrijke uren voor de slachtoffers. In Enschede liepen ploegen van de eerste uitruk een mijnenveld binnen en verloren 4 kameraden. Ook hier geen bedankje voor de uitrukploegen.
Feitelijk is hier de uitrukdienst keihard geconfronteerd met het falen van preventie en pro-actie in vergunningverlening en handhaving in hun eigen gemeente. Met andere woorden, zij krijgen de rekening gepresenteerd en moeten in Enschede zelfs met hun leven ervoor betalen. Vooral in Enschede waar de eerste ploegen incompleet uitrukken wordt de tol betaald voor falende preventie, handhaving en tekort aan uitrukpersoneel. Lees hier wat Oosting constateerde over de inzet van de Enschedese Brandweer.
In 2001 verschijnen de rapporten van de Commissie Oosting (Enschede), de Commissie Alders (Volendam) en de Rekenkamer (rampenbestrijding en regionale brandweren). Het Kabinet neemt deze rapporten als basis voor zijn uitgangspunten om herhaling te voorkomen. Verbazingwekkend is dat het Kabinet het Project Versterking Brandweer hierbij niet gebruikt. Er ligt als het ware een compleet plan op de plank gereed. Het 5-jarige, kostbare en intensieve Versterkingsproject van tientallen miljoenen guldens, waarbij de gehele brandweer betrokken is geweest en groot draagvlak voor bestaat, verdwijnt plotsklaps in de prullenbak! Het Kabinet kiest opeens voor een geheel andere lijn.
Geen verdere versterking van de lokale kwaliteit, maar een structuurverandering en schaalvergroting van een gemeentelijke kerntaak. Kortom: een fundamentele wijziging van de structuur als vermeende oplossing voor alle problemen. Lokale basis-brandweerzorg en grootschalige regionale hulpverlening op één hoop geveegd. Op een of andere manier moet er weer nieuw beleid komen terwijl het oude niets eens is uitgevoerd; laat staan gefinancierd. Nieuw beleid, zonder enig verband met het bestaande beleid, niet gebaseerd op grondige analyse van bronoorzaken. Professor Dr. Ben Ale, Hoogleraar Veiligheid en Rampen-bestrijding, stelde tijdens zijn inaugurele rede met de titel: "Dat overkomt ons niet" dat, juist dít verschijnsel, de oorzaak kan zijn voor toekomstige rampen.
In 2004 komt het Kabinet met een standpunt op de de veiligheidsregio's. Het Kabinet motiveert de regionalisatie van de gemeentelijke brandweerkorpsen als volgt:
• de schaalgrootte van gemeenten zou te klein zijn,
• de korpsen zouden teveel op repressie gericht zijn,
• de korpsen zijn niet ingericht voor pro-actie en preventie,
• projecten met nationale reikwijdte (C2000) zouden vertragen door gemeentelijke besluitvorming,
• verschillen zouden leiden tot grote verscheidenheid bij hulpverlening en tot efficiency- en effectiviteitsverliezen.
Het Kabinet gaat hiermee geheel voorbij aan de rapportages van de Commissie Versteden & Polak en de Commissie Berghuijs. De kern van beide rapportages, is dat de brandweer van Volendam en die van Enschede als ambtelijke afdeling onvoldoende positie hadden in de ambtelijke en bestuurlijke organisatie! Met andere woorden: in een groot aantal gemeenten hebben zij niets te vertellen en worden overal buiten gehouden. Alle reden dus deze positie te versterken in plaats van deze over te plaatsen naar regionale gebouwen op grote afstand van de gemeenten. Het Kabinet gaat daarmee ook voorbij aan een diepgaand onderzoek naar de rol en positie van de gemeentelijke brandweren uit 2001. Daarin worden de eerdere constateringen van de Commissies Versteden & Polak en Berghuijs bevestigd. Breng advisering Brandweer in vergunningverlening en handhaving de gemeentehuizen binnen. Lees hier dat grootschalig onderzoek.
Vervolgens negeert het Kabinet hiermee ook nog eens de effecten van de grootschalige gemeentelijke herindelingen van het afgelopen decennium. Opmerkelijk is het om dan te lezen dat de schaal van de gemeenten te klein zou zijn. Het Kabinet schiet hier in eigen voet. Immers je kunt niet voortdurend roepen dat herindelingen doorgezet moeten worden om gemeenten in staat te stellen meer taken zelf ter hand te nemen en dan tegelijkertijd de vergrote gemeenten taken afnemen door te stellen dat zij hiervoor te klein zijn.
In één handomdraai wordt de basis-brandweerzorg (95%) “meegezogen” in de verbeterslag van de rampenbestrijding (5%). Gemeentelijk personeel, werkzaam in pro-actie, preventie en preparatie, moet worden “uitgebed” naar de regio. Dit personeel wordt vervolgens weer terug gedetacheerd in de gemeentehuizen. Er
komt een regionale aansturing van de lokale brandweerposten. De verantwoordelijke lokale bestuursorganen, de raad, het college en de burgemeester, worden in de eigen gemeente beheersmatig op grote afstand van de brandweer geplaatst. De burgemeester behoudt in het kader van de openbare orde weliswaar het gezag over en de verantwoordelijkheid voor de brandweer, maar wat stelt dat nog voor als het beheer (en daarmee ook het beleid) de gemeente wordt afgenomen?
2006 Gemeenten gestraft voor inspanningen Brandweer
In 2006 is een groot deel van de noodzaak voor regionalisering door de feiten achterhaald. Aansluitend op het ‘Project Versterking Brandweer’ hebben gemeenten hun verantwoordelijkheid genomen en grondig geïnvesteerd in de kwaliteit van hun brandweren. Dat blijkt uit een rapport over uitgavenontwikkeling van de gemeentelijke brandweren van 2001-2005. De totale omvang van de ingezette middelen op gemeentelijk niveau tussen 2001 en 2005 is jaarlijks met 220 miljoen toegenomen, een stijging van bijna 50%! Deze stijging is voornamelijk bekostigd uit algemene gemeentelijke middelen. Dit is inclusief een toename van 40 miljoen (toename > 80 %) voor regionale ontwikkelingen.
De genoemde middelen zijn voor een belangrijk gedeelte ingezet voor een toename van personeel tot meer dan 2000 fte (!). Deze versterking heeft zich hoofdzakelijk voorgedaan bij de niet-operationele functies (meer dan verdubbeld) en minder bij de operationele functies (minder dan 10% stijging). Een versterking vooral van pro-actie (ruimtelijke veiligheid), preventie (vergunningverlening), planvorming (aanvalsplannen) en professionalisering van de bedrijfsvoering. Een sterke kwaliteitstoename waarbij sprake is van korte lijnen, grote betrokkenheid en deskundigheid in eigen huis met een minimum aan bureaucratie. Lees hier dat Cebeon-rapport
Die verantwoordelijkheid hebben gemeenten ook genomen in de samenwerking met de regionale brandweren. Zowel op de bestuurlijk alsmede op ambtelijke niveaus deze samenwerking ontdaan van vrijblijvendheid en is deze sinds 2001 zeer stevig geïntensiveerd. Bestuurlijke overeenkomsten op het gebied van operationele regelingen, gezamenlijke operationele voorbereiding en onderlinge samenwerking in tal van projecten, commissies en colleges van brandweercommandanten hebben de onderlinge band versterkt en geleid tot meer eenvormigheid in operationeel optreden en afgestemd handelen in bedrijfsvoering.
Opvallend, en feitelijk misleidend, is het dan te moeten vaststellen dat het Kabinet in een recent persbericht 15 als hoofdmotief om de regionalisering van gemeentelijke brandweren te legitimeren, aanvoert dat de samenwerking tussen regionale en lokale brandweren te vrijblijvend zou zijn. Wat in 2000 te vrijblijvend was (uitkomst Project Versterking Brandweer), bestaat nu uit hechte (operationele) samenwerkingsverbanden. Of de Minister van BZK baseert zich op verouderde informatie. Of de huidige werkelijkheid komt niet gelegen in de voornemens.
Het Project C2000 tot slot. Het Kabinet gebruikt dit project om een structuurwijziging te rechtvaardigen. Dit project, met een looptijd van 1993–2007, zou vertraagd zijn door gemeentelijke besluitvorming. Uiteraard kostten de gemeentelijke raadsbesluiten tijd (± één half jaar?). De vraag is of dit, gelet op het verloop van het project, nu zo erg was. Immers, het ging om “bakken” gemeenschapsgeld in een hybride financieringsvorm. Of dat nu de echte reden is voor genoemde vertraging, wagen wij ernstig te betwijfelen. Volgens het Ministerie van BZK is dit project geslaagd. Voor de werkvloer (nog) niet! De producten van dit 10-jarige grootschalige project leveren tot op heden nog steeds veel ontevredenheid op bij de gebruikers. Immers, er zijn reeds korpsen die, nu de verplichte landelijke aanbesteding is afgelopen, nieuwe piepers aanschaffen om de uitruk te kunnen garanderen. Hier toont zich dus eigenlijk een schoolvoorbeeld van de problematiek die door een centralistische en bureaucratische aanpak op de werkvloer kan worden veroorzaakt.
2007 Een nieuw kabinet met nieuwe kansen. Inderdaad want het toenmalige regeerakkoord stelt dat In hoofdstuk 5, getiteld “Veiligheid, stabiliteit en respect”, de veiligheidsparagraaf van het akkoord, wordt bij artikel 4 gesproken over de veiligheidsregio’s. De realisatie ervan wordt voortgezet en er moet worden zorg gedragen voor voldoende (lokale) democratische legitimatie. En ……… dan staat er letterlijk:
“Er komt geen wettelijke verplichting voor lokale brandweerkorpsen om zich te regionaliseren”.
Dit is een belangrijke koerswijziging. De vorige regering zette in op een verplichte regionalisering van alle gemeentelijke brandweren. Immers in het concept “Wet op de veiligheidsregio’s”, -deze wet ligt nu ter behandeling bij de Raad van State- worden gemeenten verplicht hun brandweerkorpsen in de regionale brandweer onder te brengen. De nieuwe regering wil dat kennelijk anders. Geen verplichting meer.
De vraag is waarom het Kabinet hier nu voor gekozen heeft. Bij doorlezing van het regeerakkoord krijg je vanzelf de antwoorden. In gewone mensentaal staat er dat het in de gemeenten gebeurt en … dus in de gemeenten moet worden uitgevoerd. Het “uitbedden” van de lokale brandweerkorpsen naar een regionale brandweer, op grote afstand, past daar niet meer in. Wat lokaal kan, moet lokaal! Wat in een dorp en woonkern kan worden opgelost, moet daar in nauwe samenspraak met de burgers (en dus de brandweervrijwilligers daar) ook gebeuren!
Een aangepaste Wet op de Veiligheidsregio’s gaat naar de Tweede Kamer. Daarin staat inderdaad de mogelijkheid opgenomen om dat regionalisering niet verplicht is echter dat is niet als uitgangspunt gekozen. Uitgangspunt is dat lokale korpsen geregionaliseerd worden maar er een uitzondering gemaakt wordt voor die gemeenten die hun korps lokaal willen houden. Daarbij wordt tegelijkertijd een ministerieel dreigement geuit dat wanneer de korpsen in 2010 niet voldoen aan de kwaliteitsnormen, zij dan alsnog verplicht kunnen worden te regionaliseren.
In 2009 komt de Tweede Kamer met haar commentaar op de voorliggende concept wet. Voorafgaand daaraan hebben de leden van de vaste Kamercommissie BZK, de woordvoerders op dit dossier, op 31 oktober 2007 een ronde tafelgesprek georganiseerd. Vertegenwoordigers van alle mogelijke partijen zoals VNG, Veiligheidsberaad, NVBR en Provincies doen hun zegje. Onze voorzitter, Cees van Beek en vice-voorzitter, Ruud van Vliet zijn ook uitgenodigd. Cees van Beek spreekt de volgende rede uit. Fundamentele kritiek op enkele hoofdlijnen van de conceptwet komen tot uiting met vragen over hoe de plannen voor een regionale brandweer zich verhouden met het coalitieakkoord, het gebruik van convenanten die regionalisering als het ware “inkopen”, de positie van Brandweer Vrijwilligers en de kwaliteitseisen. De minister van BZK is bij haar reactie hierop echter van mening dat de rampenbestrijding niet op orde komt zonder een geregionaliseerde brandweer (een brevet van onvermogen lijkt ons voor de regionale brandweren) en houdt in haar Nota van wijzigingen vast aan de eerder in de wet opgenomen teksten.
2011 Nieuw kabinet, nieuw democratisch gat! Dit kabinet kiest nu nadrukkelijk voor een volledige regionalisering. Daarvoor wordt de VVD motie gebruikt die door een meerderheid van de leden van de Tweede Kamer wordt gesteund. Dat moet leiden tot een uniforme inrichting van de brandweertaken op het niveau van de veiligheidsregio: het sluitstuk van de regionalisering. Een stap die zal leiden tot één brandweer per regio, waarbij sprake is van eenhoofdige leiding, waarbij het personeel in regionale dienst is, waarbij het volledige beheer op regionaal niveau is ingericht en waarbij de brandweerorganisatie ondergeschikt is aan het dagelijkse bestuur van de veiligheidsregio.
Het bestuur van de veiligheidsregio, dat verantwoordelijk zal worden voor de complete brandweerzorg in haar regio, bestaat uit de burgemeesters van de gemeenten binnen de veiligheidsregio. Deze burgemeesters zullen in hun eigen gemeenteraden verantwoording afleggen over de aansturing van de regionale brandweer. De veiligheidsregio als vorm van verlengd lokaal bestuur blijft dan ook gehandhaafd. De systematiek die ten grondslag ligt aan de Wet veiligheidsregio’s blijft ongewijzigd.
De democratische legitimatie (directe verantwoording aan een politiek orgaan) is daarmee dan ook over de lokale brandweerzorg verdwenen. Onderzoeken hebben uitgewezen dat gemeenteraden geen enkele invloed meer hebben. Dit klemt temeer daar zij wel betaalplicht hebben in het verlengde lokale bestuur. Als een meerderheid van de burgemeester een besluit neemt, zit de rest van de minderheid er gewoon aan vast; inclusief de consequenties op gebied van financiën.
Dat zou nog niet het ergste zijn, ook hebben de gemeenteraden geen enkele zeggenschap meer over de brandweer in hun gemeente. Natuurlijk krijgt men een beleidsplan ter beoordeling echter de feitelijke invulling van een van de belangrijkste overheidstaken is weggeorganiseerd van de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders.
Vrijwilligerstekst uit Memorie van Toelichting wetsaanpassingen
"De burgemeesters blijven via de veiligheidsregio verantwoordelijk voor het vrijwilligersbeleid in de regio,Wanneer de regio dit wenst, kunnen de (vrijwillige) brandweerlieden werkzaam blijven op hun lokale posten. Hiermee is regionalisering van alle brandweertaken dan ook geen obstakel voor het behoud van de band die veel brandweerlieden hebben met hun lokale gemeenschap.
Hun betrokkenheid bij het reilen en zeilen van de lokale brandweerpost zal gewaarborgd blijven. Door regionalisering zal de druk op de vrijwillige brandweerlieden afnemen. In de praktijk worden brandweerlieden namelijk steeds meer belast met administratieve werkzaamheden. Deze werkzaamheden, die nadrukkelijk niet tot de basisbrandweertaken behoren, kunnen na regionalisering op regionaal niveau door beroepsfunctionarissen worden uitgevoerd. Hierdoor ontstaat meer ruimte voor de vrijwilliger.
Door te investeren in bovenlokale ondersteuning kan de aandacht bij de lokale brandweerposten volledig gericht worden op de kwaliteit van de brandweerzorg. Dit geldt ook ten aanzien van de sturing op de bekwaamheid van het brandweerpersoneel en de borging van de arbeidsveiligheid. Dit kan gerichter en doelmatiger plaatsvinden door bundeling van expertise en capaciteit met betrekking tot die terreinen op regionaal niveau, aldus het Ministerie van V&J in de Memorie van Toelichting op de wetswijziging.
Deze toelichting is geschreven vanuit de theorie. Natuurlijk blijven Brandweer Vrijwilligers verbonden aan hun eigen brandweerpost; alsof daar de schoen zou knellen...! Kennelijk ontbreekt het besef dat vrijwilligheid in grootschaligheid andere noties vereist dan een dergelijke verbinding met het Algemeen Bestuur van Burgemeesters die individueel namens hun gemeenten en brandweerposten met Brandweer Vrijwilligers niets meer te vertellen hebben.
De laatste twee alinea's zijn een brevet van onvermogen naar de veiligheidsregio's die niet geregionaliseerd zijn maar wel samenwerking hebben opgebouwd van onderop. Het is maar zeer de vraag of het in geregionaliseerde brandweerkorpsen nu zoveel beter loopt. De waarnemingen zijn in ieder geval niet erg positief.
De VBV is altijd voorstander geweest van samenwerking van onderop. Zij staat echter nog steeds zeer gereserveerd ten opzichte van de noodzaak van regionalisering. Er is tot op heden nog geen (!) enkel onderzoek geweest dat de noodzaak heeft aangetoond en ook geen enkele onderzoek dat heeft aangetoond dat er 'meer brandweer' geleverd werd voor 'minder geld' in geregionaliseerde brandweerkorpsen.
Integendeel, de VBV constateert dat op veel plaatsten in het land er minder brandweer komt voor meer geld. Bovendien constateert de VBV dat daar waar bezuinigd wordt dit bijna altijd gaat ten koste van de operationele slagkracht en en ten bate van de dure organisaties van de 25 veiligheidsregio's. De veiligheid voor de burgers in nood wordt sterk verlaagd door minder kazernes, langere opkomsttijden, minder mensen op brandweerwagens (lagere slagkracht) en meer kantoor en bureaucratie.
De VBV heeft daarnaast ook altijd het standpunt gehuldigd dat wanneer de politieke besluitvorming in de Tweede en Eerste Kamer achter de rug is, dit dan de werkelijkheid is waar mee wij moeten 'dealen'. Tot zolang zal de VBV in het belang van de 16 miljoen burgers en de 22.000 Brandweer Vrijwilligers alles op alles zetten op deze wetgeving aangepast te krijgen. Hierbij zal zij haar achterban betrekken de komende maanden.
De VBV is tegen de plannen van verplichting van regionalisering en wil eerst een onderzoek naar de effectiviteit van reeds geregionaliseerde brandweren. Dus kernachtig samengevat: "nee tenzij" aangetoond dat het er voor de burger beter op wordt, de 22.000 Brandweer Vrijwilligers beter worden ingebed in de lokale gemeenschap en de directe politieke legitimatie wordt georganiseerd. Lees hier de brief van de VBV als brancheorganisatie voor de 22.000 Brandweer Vrijwilligers.
Documentatie regionalisering in volgorde zoals vermeld in dit dossier
- 20010203 Brandweerinzet Ramp Enschede door Oosting
- 20030530 Veiligheid een kwestie van organiseren
- 20030917 Dat overkomt ons niet door Ben Ale
- 20040402 Kabinetsstandpunt veiligheidsregio's
- 20060927 Deelrapport OOV Uitgavenontwikkeling
- 20061231 Vurig Pleidooi Visiegroep Veiligheid Lokaal
- 20071031 Bijdrage Ronde Tafel Bijeenkomst Tweede Kamer Regionalisering
- 20101125 Motie Hennis Plasschaert VVD
- 20110228 Brief VNG aan Kabinet over Regionalisering en oprichting OFV
- 20110203 Conceptwetswijziging Regionalisering en Oprichting OFV
- 20110307 Reactie Gezamenlijke Vakorganisaties Consultatieronde Wetgeving Regionalisering/OFV
- 20110308 Reactie VBV Wetswijziging Regionalisering en Oprichting OFV
- 14 December 2010 Spelen met vuur
- 23 December 2010 NVBR voor verplichte regionalisering
- 05 Januari 2011 Burgemeester Zuidhorn betreurt regionalisering!
- 05 Februari 2011 Veiligheidsregio rammelt (1)
- 08 Februari 2011 Brandweer op 0-10 achterstand
- 18 Februari 2011 Politie nationaal
- 21 Februari 2011 Veiligheidsregio rammelt (2)
- 28 Februari 2011 Consultatie burgers verplichte regionalisering
- 03 Maart 2011 VBV vraagt uitstel consultatie
- 08 Maart 2011 VNG tegen verplichte regionalisering
- 11 maart 2010 Vakorganisaties kritisch over regionalisering en OFV
- 19 maart 2010 Opstelten zet verplichte regionalisering door
















