8 bezoekers
online

6586 vrijwilligers
landelijk




Over ons - Statuten

De tekst van de statuten staat hieronder weergegeven. Klik hier om de statuten (een kopie van de originele tekst en verstrekt door de notaris) te downloaden in PDF.

NAAM EN ZETEL.

Artikel 1.

De vereniging draagt de naam: Vakvereniging Brandweer Vrijwilligers. Zij is gevestigd te Zwartewaterland.

DOEL.

Artikel 2.

De vereniging heeft ten doel:

  • het behartigen van de belangen van Brandweer Vrijwilligers in alle geledingen van de samenleving;
  • het bevorderen van een juiste waardering voor het werk van Brandweer Vrijwilligers in alle geledingen van de samenleving;
  • het bevorderen van een juiste waardering van hulpverlenende beroepen in alle geledingen van de samenleving binnen het publieke domein;
  • het voeren van onderhandelingen over rechtspositieregelingen en overige collectieve arbeidsvoorwaarden voor Brandweer Vrijwilligers;
  • Het sluiten van onderhandelingsakkoorden over rechtspositieregelingen en overige collectieve arbeidsvoorwaarden voor Brandweer Vrijwilligers, waaronder met name begrepen het aangaan van collectieve arbeidsovereenkomsten (CAO’s);
  • het verrichten van al hetgeen met het vorenstaande rechtstreeks of zijdelings verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin des woords.


Artikel 3.

De vereniging tracht haar doel te bereiken langs wettige weg, in het bijzonder door:

  • het streven naar een zo groot mogelijke zeggenschap op diverse terreinen, in het bijzonder die welke de arbeidsvoorwaarden, de organisatie en het beleid van de brandweer of andere specifiek door het bestuur benoemde sectoren betreffen;
  • het instellen van-, en/of het zitting nemen in organisaties en instellingen die zich bezig houden met de bestudering of behandeling van vraagstukken aangaande brandweer vrijwilligers;
  • het opnemen en het onderhouden van contacten en het samenwerken met daartoe in aanmerking komende verenigingen en andere groeperingen en instanties in binnen- en buitenland;
  • het uitgeven en verspreiden van-, dan wel meewerken aan publicaties en geschriften, alsmede het geven van informatie aangaande brandweer vrijwilligers;
  • het bevorderen en het bijdragen aan de ontwikkeling en kennis van het vakgebied;
  • het houden van- en het deelnemen aan nationale en internationale bijeenkomsten ter bestudering en bespreking van onderwerpen en vraagstukken aangaande brandweer vrijwilligers;
  • het vaststellen van verenigingsstandpunten met betrekking tot actuele vraagstukken en het binnen en buiten de vereniging doen blijken van de inzichten van de vereniging;
  • alle andere wettige middelen.


LIDMAATSCHAP.

Artikel 4.

  1. De vereniging kent leden en ereleden.
  2. Leden van de vereniging zijn natuurlijke personen, die:
    a. als brandweer vrijwilliger een betrekking in dienst van een gemeentelijk dan wel een regionaal brandweerkorps vervullen, alsmede diegenen die in dienst van deze organisaties worden opgeleid;
    b. een functie vervullen die naar het oordeel van het bestuur gelijk te stellen is met een brandweerfunctie;
    c. een functie vervullen in andere, specifiek door het bestuur benoemde sectoren, en, na zich als lid te hebben aangemeld, als zodanig door het bestuur zijn toegelaten. Bij niet toelating heeft de betrokkene recht van beroep bij de arbitragecommissie als bedoeld in artikel 17.
  3. Ereleden zijn zij, die zich tegenover de vereniging in het bijzonder verdienstelijk hebben gemaakt en als zodanig door de algemene ledenvergadering op gemotiveerd voorstel van het bestuur of tenminste vijf leden, met twee/derde gedeelte van de geldig uitgebrachte stemmen zijn benoemd.
  4. Waar in deze statuten wordt gesproken van leden, zijn daar mede onder begrepen ereleden, tenzij uitdrukkelijk anders is vermeld. 5. Het bestuur houdt een register waarin namen en adressen van alle leden zijn opgenomen.

EINDE VAN HET LIDMAATSCHAP.

Artikel 5.

  1. Het lidmaatschap eindigt:
    a. door overlijden van het lid;
    b. door opzegging door het lid;
    c. door het niet meer voldoen aan de vereisten in artikel 4 lid 2 aan het lidmaatschap gesteld;
    d. door opzegging door de vereniging;
    e. door ontzetting.
  2. De vereniging kan het lidmaatschap opzeggen wanneer een lid heeft opgehouden te voldoen aan de vereisten door de statuten voor het lidmaatschap gesteld, alsook wanneer redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren; opzegging geschiedt door het bestuur.
  3. Opzegging van het lidmaatschap door het lid of door de vereniging kan slechts geschieden tegen het einde van het in artikel 11 te noemen contributiejaar en met in achtneming van een opzeggingstermijn van vier weken. Echter kan het lidmaatschap onmiddellijk worden beëindigd indien van de vereniging of van het lid redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.
  4. Een opzegging in strijd met het bepaalde in het vorige lid, doet het lidmaatschap eindigen op het vroegst toegelaten tijdstip volgende op de datum waartegen was opgezegd.
  5. Onmiddellijke beëindiging van het lidmaatschap door opzegging is voor een lid voorts mogelijk:
    a. binnen één maand nadat een besluit waarbij de rechten van de leden zijn beperkt of hun verplichtingen zijn verzwaard aan het lid bekend is geworden of is meegedeeld. Het besluit is alsdan niet op dat lid van toepassing. Een lid is evenwel niet bevoegd door opzegging een besluit waarbij de verplichtingen van geldelijke aard van de leden zijn verzwaard te zijnen opzichte uit te sluiten;
    b. binnen een maand nadat een besluit tot omzetting van de vereniging in een andere rechtsvorm of tot fusie aan hem is meegedeeld.
  6. Ontzetting kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid in strijd met de statuten, reglementen of besluiten der vereniging handelt, of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt. Ontzetting uit het lidmaatschap geschiedt door het bestuur.
  7. Van een besluit tot opzegging van het lidmaatschap door de vereniging op grond dat redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren, en van een besluit tot ontzetting uit het lidmaatschap staat de betrokkene binnen twee maanden na ontvangst van de kennisgeving van het besluit beroep open bij de arbitragecommissie als bedoeld in artikel 17. Hij wordt daartoe ten spoedigste schriftelijk van het besluit met opgave van redenen in kennis gesteld. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst.
  8. Wanneer het lidmaatschap in de loop van het verenigingsjaar eindigt, blijft desalniettemin de jaarlijkse bijdrage voor het geheel verschuldigd.

GELDMIDDELEN.

Artikel 6.

  1. De geldmiddelen van de vereniging worden verkregen uit jaarlijkse bijdragen, contributies, subsidies, leningen, erfstellingen, legaten, giften, schenkingen, donaties en andere haar rechtmatig toekomende baten.
  2. Schenkingen, erfstellingen of legaten mogen niet worden aangenomen, wanneer daaraan voorwaarden verbonden zijn die strijdig zijn met het doel van de vereniging. Erfstellingen kunnen voorts slechts worden aanvaard onder het voorrecht van boedelbeschrijving.
  3. De leden zijn gehouden tot het betalen van een jaarlijkse minimum bijdrage, die door de algemene vergadering zal worden vastgesteld. Ereleden zijn niet verplicht tot het betalen van een jaarlijkse bijdrage.
  4. Het bestuur is bevoegd in bijzondere gevallen gehele of gedeeltelijke ontheffing van de verplichtingen tot het betalen van een bijdrage te verlenen.

BESTUUR.

Artikel 7.

  1. Het bestuur bestaat uit een door de jaarvergadering vast te stellen oneven aantal van tenminste zeven personen, die door de algemene vergadering worden benoemd. De benoeming geschiedt uit de leden, maar een/vierde deel van de bestuurders kan ook buiten de leden worden benoemd. De voorzitter, de vice-voorzitter, secretaris en penningmeester worden in functie gekozen.
  2. De voorzitter, vice-voorzitter, secretaris en penningmeester en een door het bestuur aangewezen bestuurslid vormen tezamen het dagelijks bestuur.
  3. De benoeming van bestuursleden geschiedt uit één of meer bindende voordrachten, behoudens het bepaalde in lid 4 van dit artikel. Tot het opmaken van zulk een voordracht zijn bevoegd zowel het bestuur als tien leden. De voordracht van het bestuur wordt bij een oproeping voor de vergadering meegedeeld. Een voordracht door tien of meer leden moet vóór de aanvang van de vergadering schriftelijk bij het bestuur worden ingediend.
  4. Aan elke voordracht kan het bindend karakter worden ontnomen door een met tenminste twee/derde gedeelte van de uitgebrachte stemmen genomen besluit van de algemene vergadering, genomen in een vergadering waarin tenminste twee/derde gedeelte van de leden vertegenwoordigd is.
  5. Is geen voordracht gemaakt, of besluit de algemene vergadering overeenkomstig het voorgaande lid aan de opgemaakte voordrachten het bindende karakter te ontnemen, dan is de algemene vergadering vrij in de keus.
  6. Indien er meer dan één bindende voordracht is, geschiedt de benoeming uit die voordrachten.

EINDE BESTUURSLIDMAATSCHAP - PERIODIEK LIDMAATSCHAP - SCHORSING.

Artikel 8.

  1. Elk bestuurslid, ook wanneer hij voor een bepaalde tijd is benoemd, kan te allen tijde door de algemene vergadering worden ontslagen of geschorst. Een schorsing die niet binnen drie maanden gevolgd wordt door een besluit tot ontslag, eindigt door het enkele verloop van die termijn.
  2. Elk bestuurslid treedt uiterlijk drie jaar na zijn benoeming af, volgens een door het bestuur op te maken rooster van aftreding. De aftredende is herkiesbaar. Wie in een tussentijdse vacature wordt benoemd neemt op het rooster van aftreden de plaats van zijn voorganger in.
  3. Het bestuurslidmaatschap eindigt voorts: a. door het eindigen van het lidmaatschap van de vereniging; b. door bedanken.

BESTUURSFUNCTIES - BESLUITVORMING VAN HET BESTUUR.

Artikel 9.

  1. Het bestuur kan uit zijn midden voor de functie van voorzitter, vice- voorzitter, secretaris en penningmeester een vervanger aanwijzen.
  2. Van het verhandelde in elke bestuursvergadering worden door de secretaris notulen opgemaakt, die door de voorzitter en de secretaris worden vastgesteld en ondertekend. In afwijking van hetgeen de wet dienaangaande bepaalt, is het oordeel van de voorzitter omtrent de uitslag van de stemming niet beslissend.
  3. Bij huishoudelijk reglement kunnen nadere regelen aangaande de vergaderingen van en de besluitvorming door het bestuur worden gegeven.

BESTUURSTAAK - VERTEGENWOORDIGING.

Artikel 10.

  1. Behoudens de beperkingen volgens de statuten is het bestuur belast met het besturen van de vereniging.
  2. Indien het aantal bestuursleden beneden zeven is gedaald, blijft het bestuur bevoegd. Het is echter verplicht zo spoedig mogelijk een algemene vergadering te beleggen, waarin voorziening in de open plaats of open plaatsen aan de orde komt.
  3. Het bestuur is bevoegd onder zijn verantwoordelijkheid bepaalde onderdelen van zijn taak te doen uitvoeren door commissies die door het bestuur worden benoemd.
  4. Het bestuur is, mits met voorafgaande goedkeuring van de algemene vergadering bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding of bezwaring van registergoederen, het aangaan van overeenkomsten waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een derde verbindt. Op het ontbreken van deze goedkeuring kan tegen derden beroep worden gedaan.
  5. Het bestuur behoeft eveneens voorafgaande goedkeuring van de algemene vergadering voor besluiten tot:
    I. onverminderd het bepaalde onder II: het aangaan van rechtshandelingen en het verrichten van investeringen een bedrag of waarde, zoals door de algemene ledenvergadering zal worden vastgesteld, te boven gaande;
    II. a het huren, verhuren en op andere wijze in gebruik of genot verkrijgen of geven van onroerende goederen;
    b. het aangaan van overeenkomsten, waarbij aan de vereniging, een bankkrediet wordt verleend;
    c. het ter leen verstrekken van gelden, alsmede het ter leen opnemen van gelden, waaronder niet is begrepen het gebruikmaken van een aan de vereniging verleend bankkrediet;
    d. het aangaan van dadingen;
    e. het optreden in rechte, waaronder begrepen het voeren van arbitrale procedures, doch met uitzondering van het nemen van conservatoire maatregelen en van het nemen van die rechtsmaatregelen, die geen uitstel kunnen lijden;
    f. het sluiten en wijzigen van arbeidsovereenkomsten.
    Op het ontbreken van deze goedkeuring kan tegen derden geen beroep worden gedaan.
  6. Onverminderd het in de laatste volzin van lid 4 bepaalde wordt de vereniging in en buiten rechte vertegenwoordigd door:
    a. het bestuur;
    b. de voorzitter;
    c. twee gezamenlijk handelende andere leden van het dagelijks bestuur.

JAARVERSLAG - REKENING EN VERANTWOORDING.

Artikel 11.

  1. Het verenigingsjaar, tevens contributiejaar, loopt van één januari tot en met één en dertig december daaraanvolgende.
  2. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de vereniging en van alles betreffende haar werkzaamheden, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de vereniging kunnen worden gekend.
  3. Het bestuur brengt op een algemene vergadering binnen zes maanden na afloop van het verenigingsjaar (hierna ook te noemen de jaarvergadering), behoudens verlenging van deze termijn door de algemene vergadering, zijn jaarverslag uit over de gang van zaken binnen de vereniging en over het gevoerde beleid. Het bestuur legt de balans en de staat van baten en lasten met een toelichting ter goedkeuring aan de vergadering over. Deze stukken worden ondertekend door de bestuurders; ontbreekt de ondertekening van een of meer hunner, dan wordt daarvan onder opgave van redenen melding gemaakt. Na verloop van de termijn kan ieder lid van de gezamenlijke bestuurders in rechte vorderen dat zij deze verplichtingen nakomen.
  4. De algemene vergadering benoemt jaarlijks uit de leden een commissie van tenminste twee personen (kascommissie), die geen deel mogen uitmaken van het bestuur. De commissie onderzoekt de rekening en verantwoording van het bestuur en brengt aan de algemene vergadering verslag van haar bevindingen uit. Bij de benoeming van de kascommissie komt telkenmale één lid van de vorige kascommissie niet voor herverkiezing in aanmerking.
  5. Het bestuur is verplicht aan de kascommissie alle door haar gewenste inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en de waarden te tonen en inzage in de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers der vereniging te geven.
  6. De last van de kascommissie kan te allen tijde door de algemene vergadering worden herroepen, doch slechts onder gelijktijdige benoeming van een andere kascommissie. 7. Het bestuur is verplicht de in de vorige leden bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers zeven jaren lang te bewaren.

ALGEMENE VERGADERINGEN.

Artikel 12.

  1. Aan de algemene vergadering komen in de vereniging alle bevoegdheden toe, die niet door de wet of de statuten aan het bestuur zijn opgedragen.
  2. Jaarlijks, binnen zes maanden na afloop van het verenigingsjaar, wordt een algemene vergadering - de jaarvergadering - gehouden. In de jaarvergadering komen ondermeer aan de orde:
    a. het jaarverslag en de rekening en verantwoording bedoeld in artikel 11 met het verslag van de aldaar bedoelde commissie;
    b. de benoeming van de in artikel 11 bedoelde commissie voor het volgende verenigingsjaar;
    c. de verantwoording door de arbitragecommissie als bedoeld in artikel 17;
    d. voorziening in eventuele vacatures;
    e. voorstellen van het bestuur of de leden, aangekondigd bij de oproeping voor de vergadering.
  3. Andere algemene vergaderingen worden gehouden zo dikwijls het bestuur dit wenselijk oordeelt.
  4. Voorts is het bestuur op schriftelijk verzoek, vergezeld van een opgaaf en toelichting van de te behandelen onderwerpen, van tenminste tien, of zo dit minder mocht zijn, van tenminste een/tiende gedeelte van de stemgerechtigde leden verplicht tot het bijeenroepen van een algemene vergadering op een termijn van niet langer dan vier weken. Indien aan het verzoek binnen veertien dagen geen gevolg wordt gegeven, kunnen de verzoekers zelf tot die bijeenroeping overgaan door oproeping overeenkomstig artikel 16. De verzoekers kunnen alsdan andere dan bestuursleden belasten met de leiding van de vergadering en het opstellen van de notulen.

TOEGANG EN STEMRECHT.

Artikel 13.

  1. Toegang tot de algemene vergadering hebben de bestuursleden en alle leden van de vereniging. Geen toegang hebben geschorste leden en geschorste bestuursleden, met dien verstande dat een geschorst lid toegang heeft tot de vergadering waarin het besluit tot schorsing wordt behandeld. Hij heeft tevens het recht in die vergadering het woord te voeren.
  2. Over toelating van andere dan de in lid 1 bedoelde personen beslist de algemene vergadering.
  3. Ieder lid van de vereniging dat niet geschorst is, heeft één stem.
  4. Een lid kan zijn stem door een schriftelijk daartoe gemachtigd ander lid uitbrengen.

VOORZITTERSCHAP - NOTULEN.

Artikel 14.

  1. De algemene vergaderingen worden, tenzij de situatie zich voordoet als omschreven in artikel 12 lid 4, laatste zin, geleid door de voorzitter van de vereniging of bij diens afwezigheid de vice-voorzitter. Ontbreken de voorzitter en de vice-voorzitter, dan treedt één van de andere bestuursleden, door het bestuur aan te wijzen, als voorzitter op. Wordt ook op deze wijze niet in het voorzitterschap voorzien, dan voorziet de vergadering daarin zelve.
  2. Van het verhandelde in elke vergadering worden door de secretaris of een ander door de voorzitter daartoe aangewezen persoon notulen gemaakt, die door de algemene vergadering worden vastgesteld en ten blijke daarvan door de voorzitter en secretaris worden ondertekend. De inhoud van de notulen wordt ter kennis van de leden gebracht.

BESLUITVORMING VAN DE ALGEMENE VERGADERING.

Artikel 15.

  1. Het ter algemene vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter omtrent de uitslag van een stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit voorzover gestemd werd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel.
  2. Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van het in het eerste lid bedoelde oordeel, de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, wanneer de meerderheid der vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.
  3. Voorzover de statuten of de wet niet anders bepalen, worden alle besluiten van de algemene vergadering genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
  4. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht.
  5. Indien bij een verkiezing van personen niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, heeft een tweede stemming, of ingeval van bindende voordracht, een tweede stemming tussen de voorgedragen kandidaten, plaats. Heeft alsdan weder niemand de volstrekte meerderheid verkregen, dan vindt herstemming plaats, tussen die twee personen die het hoogst aantal stemmen op zich hebben verenigd. Bevinden zich onder dezen twee of meer personen in de omstandigheden dat op hen een gelijk aantal stemmen is uitgebracht dan wordt door loting uitgemaakt, welke personen voor herstemming in aanmerking komen. Bij deze derde stemming is hij gekozen, die het meeste aantal stemmen op zich heeft verenigd. Ingeval bij deze derde stemming tussen twee personen de stemmen staken, beslist het lot wie van beiden is gekozen.
  6. Indien de stemmen staken over een voorstel niet rakende verkiezing van personen, dan is het verworpen.
  7. Over personen kan alleen schriftelijk worden gestemd. Alle overige stemmingen geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst acht of één der stemgerechtigden zulks vóór de stemming verlangt. Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende, gesloten briefjes. Besluitvorming bij acclamatie is mogelijk, tenzij een stemgerechtigde hoofdelijke stemming verlangt.
  8. Een éénstemmig besluit van alle leden, ook al zijn deze niet in een vergadering bijeen, heeft, mits met voorkennis van het bestuur genomen, dezelfde kracht als een besluit van de algemene vergadering.
  9. Zolang in een algemene vergadering alle leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen, mits met algemene stemmen, omtrent alle aan de orde komende onderwerpen - dus mede een voorstel tot statutenwijziging of ontbinding - ook al heeft geen oproeping plaatsgehad of is deze niet op de voorgeschreven wijze geschied of is enige ander voorschrift omtrent het oproepen en houden van vergaderingen of een daarmee verband houdende formaliteit niet in acht genomen.

BIJEENROEPING ALGEMENE VERGADERING.

Artikel 16.

  1. De algemene vergaderingen worden bijeengeroepen door het bestuur. De oproeping geschiedt schriftelijk aan de adressen van de leden volgens het ledenregister in artikel 4 en/of per electronisch postbericht (e-mail). De termijn van oproeping bedraagt tenminste zeven dagen.
  2. Bij de oproeping worden de te behandelen onderwerpen vermeld, onverminderd het bepaalde in artikel 19.

ARBITRAGE.

Artikel 17.

  1. De algemene vergadering benoemt uit de leden een commissie van tenminste drie personen, die geen deel mogen uitmaken van het bestuur, die de arbitragecommissie vormen. De leden van deze commissie worden benoemd voor een periode van drie jaar.
  2. De arbitragecommissie heeft tot taak geschillen, zoals bedoeld in artikel 4 en 5, alsmede geschillen als genoemd in het huishoudelijk reglement, voor zover deze door de betrokkenen aan de arbitragecommissie worden voorgelegd, aan een onderzoek te onderwerpen en een uitspraak te doen, welke uitspraak bindend is.
  3. De arbitragecommissie legt verantwoording af aan de algemene vergadering over hetgeen onderworpen is aan een onderzoek en de hieraan verbonden uitspraak.

REGIONAAL PLATFORM.

Artikel 18.

  1. De vereniging kent regionale platforms, waarin de leden zijn verdeeld. Ieder regionaal platform kent een bestuur, waarvan de leden worden benoemd door en uit de leden behorende tot het desbetreffende platform. Het bestuur van een kring, sectie of platform kiest uit zijn midden een voorzitter.
  2. Al hetgeen verder de regionale platforms betreft, meer in het bijzonder de taken daarvan en de daarmee samenhangende bevoegdheden, worden in één of meer door het bestuur vast te stellen reglementen geregeld.

STATUTENWIJZIGING.

Artikel 19.

  1. In de statuten van de vereniging kan geen verandering worden gebracht dan door een besluit van de algemene vergadering, waartoe is opgeroepen met de mededeling, dat aldaar wijzigingen van de statuten zal worden voorgesteld, alsmede de plaats waar een afschrift van het voorstel ter inzage ligt.
  2. Zij die de oproeping tot de algemene vergadering ter behandeling van een voorstel tot statutenwijziging hebben gedaan, moeten tenminste veertien dagen vóór de vergadering een afschrift van dat voorstel, waarin de voorgedragen wijziging woordelijk is opgenomen, op een daartoe geschikte plaats voor de leden ter inzage leggen tot na afloop van de dag waarop de vergadering wordt gehouden.
  3. Een besluit tot statutenwijziging der vereniging behoeft een meerderheid van tenminste twee/derde gedeelte van de uitgebrachte stemmen, in een vergadering waarin tenminste twee/derde gedeelte van de leden tegenwoordig of vertegenwoordigd is. Is niet twee/derde gedeelte van de leden tegenwoordig of vertegenwoordigd dan wordt niet eerder dan twee weken en niet later dan vier weken daarna een tweede vergadering bijeengeroepen en gehouden, waarin over het voorstel zoals dat in de vorige vergadering aan de orde is geweest, ongeacht het aantal tegenwoordige of vertegenwoordigde leden, kan worden besloten, mits met een meerderheid van tenminste twee/derde gedeelte van de uitgebrachte stemmen.
  4. Een statutenwijziging treedt niet in werking dan nadat hiervan een notariële akte is opgemaakt. Tot het doen verlijden van die akte is ieder bestuurslid bevoegd.

ONTBINDING.

Artikel 20.

  1. De vereniging kan worden ontbonden door een besluit van de algemene vergadering. Het bepaalde in de leden 1, 2 en 3 van artikel 19 is van overeenkomstige toepassing.
  2. Tenzij de algemene vergadering anders besluit, geschiedt vereffening door het bestuur.
  3. Bij het besluit tot ontbinding wordt de bestemming voor het batig saldo vastgesteld en wel zoveel mogelijk overeenkomstig het doel van de vereniging.
  4. De vereniging houdt op te bestaan op het tijdstip waarop geen aan haar, dan wel aan de vereffenaars bekende baten meer aanwezig zijn. De vereffenaars doen hiervan opgaaf aan de registers waar de vereniging is ingeschreven.

HUISHOUDELIJK REGLEMENT.

Artikel 21.

  1. De algemene vergadering kan een huishoudelijk reglement vaststellen.
  2. Het huishoudelijk reglement mag niet in strijd zijn met de wet, ook waar die geen dwingend recht bevat, noch met de statuten.

SLOTBEPALING.

Artikel 22.

In alle gevallen waarin deze statuten, (huishoudelijke) reglementen of de wet niet voorzien, beslist de algemene vergadering.