Aan: Gemeente Ede
T.a.v. het gemeentebestuur
Postbus 9022
6710 HK Ede

Datum             : 11 mei 2020
Onderwerp     : Inrichting brandweerzorg Ede
Bijlage(n)        : Verslag bevindingen

Geachte leden van het college van burgemeester en wethouders, geachte leden van de gemeenteraad,

De Vakvereniging Brandweer Vrijwilligers (hierna: VBV) vraagt uw aandacht voor het volgende.

 “Het is onrustig binnen de Edese brandweer. Een besluit om 24-uurs diensten in te voeren met als gevolg dat de post aan de Stadspoort zal worden gesloten, houdt de gemoederen flink bezig.”
Zo begon op 3 maart jongstleden een nieuwsartikel op de website van Ede Stad.nl.

Vrijwilligers van de brandweer Stadspoort snappen er helemaal niets van en hebben de VBV benaderd en verzocht om een brandweerkundige analyse van de voorliggende projectplannen en de onderbouwing ervan door de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (hierna: VGGM) te beoordelen en waar nodig te voorzien van kanttekeningen.

De VBV is een landelijk erkende overlegpartner bij beleidsontwikkelingen die relevant zijn voor de kwaliteit van de brandweerzorg en de positie van de Brandweer Vrijwilliger en heeft met zo’n 350 leden een omvangrijke achterban onder de Vrijwilligers in de VGGM waaronder in de gemeente Ede.

Samenvattend zijn wij het volgende van oordeel;

  1. Met het huidige voorstel wordt niet voldaan aan de wettelijke eisen zoals deze onder meer in de Wet veiligheidsregio’s zijn vastgelegd.
  2. Wij zijn verbaasd dat in deze financieel moeilijke tijden een keuze gemaakt wordt om Vrijwilligheid te vervangen door beroepsmatige inzet voor een structurele verhoging van de loonkosten met € 1,5 miljoen.
  3. Een van de gevolgen van dit voorgenomen besluit is dat de voor vele risico-objecten noodzakelijke tweede tankautospuit belangrijk later komt dan in de professionele normen is vastgelegd.
  4. Wij vinden het zorgelijk dat voor een stad met de omvang van Ede wordt gekozen voor slechts één parate tankautospuit waardoor het uithoudingsvermogen van de brandweerzorg ernstig op de proef wordt gesteld.
  5. Tenslotte lijkt het voorgenomen besluit nog niet voorzien van advies / instemming door OR en GO.

Voor de onderbouwing van deze standpunten verwijzen wij u graag naar de bijlage bij deze brief.

Wij adviseren uw gemeentebestuur daarom deze bevindingen te betrekken bij het overleg en de besluitvorming over de brandweerzorg in uw gemeente. De brandweerzorg is immers van oudsher een gemeentelijke verantwoordelijkheid en blijft dat ook onder de Wet veiligheidsregio’s, zij het dat de organisatie nu bij de VGGM is belegd.

Met vriendelijke groet,

Vakvereniging Brandweer Vrijwilligers.

Marcel Dokter
voorzitter

Bijlage: Verslag bevindingen

Aanleiding

Geconstateerd is dat de huidige repressieve organisatie voor Arnhem en Ede-Centrum niet toekomstbestendig is. De directeur brandweer heeft binnen de organisatie van de VGGM opdracht gegeven om in een advies met voorstellen te komen, waarmee de organisatie toekomstbestendig gemaakt kan worden. In de opdracht zijn ‘efficiënte organisatie’, ‘passend binnen wettelijke kaders’, ‘prettige werkomgeving’ en ‘uitwisselbaarheid’ als belangrijke onderwerpen benoemd. Het project ‘Beroepsorganisatie Arnhem en Ede-Stad’ is gericht op de implementatie van een nieuwe organisatie voor de beroeps brandweermensen in Arnhem en Ede-Stad. Daarnaast is de gemeente Ede (in overleg met de brandweer) een traject gestart naar duurzame huisvestingsmogelijkheden voor de brandweerkazerne. Omdat met een 24/7 gekazerneerde organisatie een groter verzorgingsgebied bediend kan worden, is de brandweerpost Stadspoort in de nieuwe situatie niet langer noodzakelijk om brandweerzorg voor Ede-Stad binnen het bestuurlijk vastgestelde dekkingsplan te leveren zo constateert de VGGM.

De nieuwe organisatievorm heeft grote consequenties voor de Vrijwilligers van Ede-Centrum, Ede-Stadspoort en het Vrijwilligers piket van Arnhem. Er wordt gewerkt aan een concept om Vrijwilligers als parttimer mee te laten draaien in het rooster van de posten Ede-Centrum en Arnhem. Er gaat gewerkt worden in één systeem met voor iedereen dezelfde arbeidsvoorwaarden. De kosten van het project vallen binnen de begroting van VGGM met uitzondering van de loonkosten voor een 24/7 bezetting van de post Ede-Stad. Deze loonkosten nemen naar verwachting structureel met € 1,5 miljoen toe.

Volgens de directie vindt er een kleine wijziging plaats op het dekkingsplan wanneer de uitruk 24/7 plaatsvindt vanaf de Breelaan en de post Stadspoort vervalt. De wijziging op dit dekkingsplan en de financiële consequenties zullen ter instemming aan het AB worden voorgelegd. Dit voorstel wordt geagendeerd nadat het proces binnen de gemeente Ede naar aanleiding van de meerkosten is afgerond.
(Bron: Memo ‘Voortgang project ‘beroepsorganisatie Arnhem en Ede-Stad’, 17 maart 2020)

Rol en bevindingen VBV

De VBV is een door de minister en Kamerbreed erkende overlegpartner bij beleidsontwikkelingen, die relevant zijn voor de kwaliteit van de brandweerzorg en de positie van de Brandweer Vrijwilliger. De VBV beschikt over een uitgebreid netwerk van deskundigen en is dientengevolge nauw betrokken bij het tot stand brengen/wijzigen van wettelijke bepalingen, c.q. landelijke kaders ten behoeve van de ‘repressieve infrastructuur’ van de brandweer, zoals bijvoorbeeld de ontwikkeling van een uniforme methodiek voor dekkingsplannen, lees de plaats en bezetting van uitrukposten. Dat geldt eveneens voor de positie van brandweervrijwilligers en vraagstukken rondom rechtspositie en arbeidsveiligheid. De VBV hecht aan een juiste toepassing van wettelijke bepalingen ten behoeve van de brandweerzorg. In het bijzonder een juiste afweging tussen de risico’s in de gemeente/regio en de daarvoor benodigde slagkracht bij de brandweer.

Door de bestudering van de voorliggende plannen en de onderbouwing ervan heeft de VBV inzicht gekregen in het proces en de uitgangspunten die moeten leiden tot brandweerzorg vanuit één kazerne in Ede-Stad.
Het doel is om die gewijzigde organisatievorm in Ede-Stad per 1 januari 2021 in te laten gaan.

Op grond van de wijze waarop de VGGM op sommige onderdelen uitvoering geeft aan dit project is voor de VBV aanleiding om, u en andere betrokkenen te informeren over onze bevindingen.

Bevindingen

Onze conclusie is dat:

  1. het huidige bedrijfsvoeringsmodel niet langer houdbaar is en de effecten van nieuwe keuzes ongewis zijn
  2. een brandweerkundige onderbouwing voor de effecten en gevolgen ontbreekt
  3. de nieuwe landelijke methodiek voor dekkingsplannen en slagkracht niet is toegepast
  4. de democratische legitimatie voor beleidskeuzes ontbreekt

Voor de onderbouwing van deze conclusies verwijzen wij graag naar onderstaande uitwerking.

1.  Huidige en toekomstige bedrijfsvoeringsmodel
Als onderdeel van het onderhandelaarsakkoord van de LOGA-partijen over de rechtspositie van brandweervrijwilligers is in 2011 door Berenschot diepgaand onderzoek verricht naar bedrijfsvoeringsmodellen voor de inzet van brandweervrijwilligers. Daarbij werd ook de aanbeveling gedaan om gezien de omvang van het aantal dagen en het verplichtende karakter van het opkomen in een consignatieregeling, dit type regelingen te kwalificeren als een parttime dienstverband. Daarnaast beveelt Berenschot aan dat ook als zodanig te benoemen en de beloningsstructuur voor die parttimers in lijn te brengen met die van beroepspersoneel.De hierboven genoemde aanbeveling werd echter door de werkgevers (waaronder de VGGM) niet opgevolgd. Sinds 2013 is in Ede het principe van vrije instroom[1] losgelaten en is een consignatieregeling ingevoerd voor buiten kantoortijden. Kijkend naar de opsomming van knelpunten over het bedrijfsvoeringsmodel in het rapport ‘repressieve beroepsorganisatie Arnhem en Ede-Centrum’ van 1 juli 2019, kan de VBV zich niet aan de indruk onttrekken dat dit model geen gelukkige keuze is geweest.
De huidige constructie in Ede blijkt vanwege strijdige arbeidsverhoudingen en structurele overschrijding van de Arbeidstijdenwet juridisch niet langer houdbaar.Voor de toekomstige inrichting en werkwijze is door velen zeer uitgebreid onderzoek verricht. Daarvoor willen wij de organisatie complimenteren. De rapportages en adviezen bevatten verschillende en zeer gedetailleerde onderzoektrajecten. Er is een grote verscheidenheid aan mensen betrokken in de diverse werkgroepen, die momenteel nog volop onderzoek doen. Niet duidelijk is of er een evenredige vertegenwoordiging van beroeps en vrijwilligers betrokken is. In zijn algemeenheid lijken de rapportages te zijn opgesteld voor het reorganiseren van de 24-uurs dienst en het harmoniseren van de verschillen tussen de operationele organisatie in Ede en Arnhem.

Brandweerposten vormen de ruggengraat van de repressieve organisatie. Een bezetting met 8 personen per post zonder gegarandeerde herbezetting is kwetsbaar. Dat geldt ook voor de afhankelijkheid van parttimers zonder goede afspraken vooraf over hun inzet. Er wordt geen inzicht geboden in de actuele paraatheid van de vrijwilligers. De aangegeven besparing voor beheersmatige taken door beroeps achten wij verwaarloosbaar vanwege allerlei taken die eerst naast de werktijd vervuld werden als vrijwilliger, nu onder werktijd moeten plaatsvinden. Voorbeeld daarvan is oefenen. Daarnaast is veel afstemming nodig voor de continuering van werkzaamheden daar de medewerkers in 24-uurs dienst na hun dienst 72 uur vrij zijn. Ervaringen in andere veiligheidsregio’s laten zien dat veel beheersmatig werk alsnog toegevoegd moet worden aan de beroepsbezetting.

De huidige constructie (dagdienst/ beheersorganisatie) aangevuld met vrijwilligers is voor wat betreft productiviteit het meest efficiënt. De component vrijwilligheid en de rol daarvan in het grote geheel is echter nog niet nader uitgewerkt. Zo ontbreekt bijvoorbeeld het inzicht in de consequenties (fiscaal en de arbeidsverhouding met de hoofdwerkgever) voor de Vrijwilligers die kiezen voor een functie als parttime-beroeps medewerker. Bovendien is op landelijk niveau de discussie over het hybride stelsel van brandweerzorg nog volop gaande. Een optimale taakdifferentiatie tussen beroeps en vrijwilligers en daarmee ook de positie van vrijwilligers in organisatorische- en arbeidsvoorwaardelijke zin is onhelder en de uitkomsten ongewis. Daar nu op regionaal niveau afzonderlijke afspraken over maken vinden wij prematuur en niet in het belang van een organisatie in opbouw en de betrokken medewerkers.

Ook zonder die duidelijkheid hebben de plannen linksom of rechtsom een grote impact op de organisatie, de betrokken medewerkers, de financiën en de uitvoering van de taken. Daarbij vinden wij een gefundeerde stellingname in de vorm van een advies en/of instemming van de Ondernemingsraad en het Georganiseerd Overleg van wezenlijk belang. Een (schriftelijke) reactie van beide medezeggenschapsorganen hebben wij in de voorliggende documenten niet kunnen vinden.

Wij constateren daarmee dat belangrijke elementen in het voorstel ontbreken of onvoldoende duidelijk zijn. Dat maakt het maken van toekomstbestendige keuzes in dit stadium lastig, zo niet onmogelijk.

2. Analyse inrichting repressieve brandweerzorg VGGM
De repressieve brandweerorganisatie heeft als taak het bestrijden van brand en het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen anders dan bij brand. Daarnaast is in de VGGM ook de First Responder taak (waarbij elke seconde telt) toegevoegd aan het takenpakket.
Het projectplan ‘Beroepsorganisatie Arnhem en Ede-Stad’ (zie agendapunt 4b van dit projectplan) dat op 1 februari 2020 van start is gegaan, voorziet in een 24/7 gekazerneerde organisatie die een groter verzorgingsgebied kan bedienen. Daardoor wordt de brandweerpost Stadspoort in de nieuwe situatie niet langer noodzakelijk geacht om brandweerzorg voor Ede-Stad binnen het bestuurlijk vastgestelde dekkingsplan te leveren. Wij zijn van oordeel dat voor deze stelling een deugdelijke en navolgbare onderbouwing ontbreekt.Het bestuur van de veiligheidsregio en de gemeenten zijn op grond van de Wet veiligheidsregio’s verantwoordelijk voor het organiseren van een optimale brandweerzorg. Het bestuur van de Veiligheidsregio stelt na overleg met de gemeenteraden de opkomsttijden vast.
In het huidig project gelden de door het algemeen bestuur op 24 juni 2015 vastgestelde stukken als uitgangspunt (zie: ‘Advies repressieve beroepsorganisatie Arnhem en Ede-Centrum’, 26 juni 2019, p. 14). Wij merken op dat het algemeen bestuur – na consultatie van de gemeenteraden in de VGGM – met de Doorontwikkeling Repressieve Organisatie (DRO) voor de komende 10 jaar (tot 2025 red.) ook een viertal uitgangspunten heeft vastgesteld, waaronder het behoud van de huidige brandweerposten.

Het inrichten van een 24/7 beroepsbezetting in Ede-Stad en het vervallen van een post kwalificeren wij niet als ‘kleine wijziging’. Zeker niet als onduidelijk is of de opkomsttijden voor kwetsbare objecten in dit gebied in negatieve zin gaan afwijken van de wettelijke eisen. Wij vinden het bovendien merkwaardig dat ter verbetering van de opkomsttijden met twee minuten nog in 2018 een tweede kazerne in de gemeente Barneveld is geopend.

Voorts heeft de Inspectie Justitie en Veiligheid in 2016/2017 onderzoek gedaan naar de repressieve brandweerzorg in de VGGM. Uit het rapport met de bevindingen van de Inspectie blijkt dat de VGGM beschikt over een ‘actueel’ dekkingsplan dat is vastgesteld op 24 juni 2015. Een dekkingsplan dient op grond van artikel 14, tweede lid, onderdeel f, van de Wet veiligheidsregio’s, onderdeel uit te maken van het door het algemeen bestuur van de VGGM vast te stellen regionaal risicoprofiel en beleidsplan.

In het betreffende rapport (p. 5) is de Inspectie JenV ook van oordeel dat in de VGGM nog verbetering mogelijk is door de overschrijdingen van de tijdnormen uit artikel 3.2.1 van het Besluit veiligheidsregio’s ook grafisch inzicHet risico-reducerend concept ‘Brandveilig leven’ wordt door de VGGM opgevoerd als één van de compenserende maatregelen voor de overschrijding van de opkomsttijden (voor kwetsbare objecten in het bijzonder). De Inspectie constateert (zie toetspunt 7, p. 16)  echter dat de VGGM geen inzicht heeft in de resultaten. Daarmee lijken de te nemen maatregelen om afwijkende tijdnormen toe te kunnen staan nog steeds in het ontwerpstadium te verkeren terwijl de afwijkende tijdnormen al realiteit zijn.

Wij merken op dat na een consultatieronde langs de gemeenteraden (zie ook onze opmerking bij punt 4) het algemeen bestuur van de VGGM in haar vergadering van 30 oktober 2019 bij agendapunt 5b het regionaal Risicoprofiel, de regionale Capaciteitenanalyse, het Beleidsplan Veiligheidsregio 2020-2023 en bij agendapunt 6 het Beleidsplan brandweer heeft vastgesteld.

In dit ‘Beleidsplan brandweer’ staat wat Brandweer Gelderland-Midden gaat doen in de periode 2020-2023, maar niet de voor de brandweer geldende opkomsttijden en een beschrijving van de aanwezigheid van brandweerposten in de gemeenten alsmede de overige voorzieningen en maatregelen, noodzakelijk voor de brandweer om daaraan te voldoen (art. 14, lid 2, onder f, Wvr).
Het algemeen bestuur heeft op 15 maart 2017 wel een Dekkingsplan vastgesteld, maar niet ter consultatie voorgelegd aan de gemeenteraden noch openbaar gemaakt.

Daarom tasten gemeentebesturen, burgers, bedrijven en instellingen nog steeds in het duister over de opkomsttijden van de brandweer in hun gemeente, ondanks de aanbevelingen van de Inspectie.
Besturen – en daarmee ook uw gemeenteraad – hebben daardoor onvoldoende mogelijkheden om te sturen op de opkomsttijden van de brandweer en daarmee de kwaliteit van de brandweerzorg. Een dergelijk procesverloop is niet in overeenstemming met het vigerend normenkader en de bestuurlijke sturingsmogelijkheden zoals die zijn bepaald in artikel 3a, 14 en 15 van de Wet Veiligheidsregio’s.

De mogelijke verklaring voor deze tekortkoming is te vinden in het verslag van de vergadering van het algemeen bestuur van de VGGM van 28 juni 2017. Op pagina 3 van dit verslag lezen we dat de directie van de VGGM niet van plan is om de aanbeveling van de Inspectie om een gedetailleerdere rapportage over opkomsttijden op te volgen. Tot onze niet geringe verbazing besluit het algemeen bestuur VGGM in haar vergadering van 15 maart 2018 tot opvolging van het advies van de directie; “De aanbeveling is niet in lijn met het regionale beleid om minder aandacht te schenken aan de opkomsttijden.”  De VBV is van oordeel dat opkomsttijden – als in de wet vastgelegd criterium – de volle en niet-aflatende aandacht van het bestuur verdienen.

3. Landelijke methodiek gebiedsgerichte opkomsttijden en slagkracht
In het door het algemeen bestuur van de VGGM op 24 juni 2015 vastgestelde beleidsstuk “Visie Basisbrandweerzorg” werd op pagina 7 gemeld dat het normstelsel van opkomsttijden dringend aan herziening toe was en de ontwikkelingen in het Project RemBrand van invloed kunnen zijn op de inrichting van de repressieve organisatie van Brandweer Gelderland-Midden. Inmiddels is het zover.De Minister van JenV heeft bij brief van 26 juli 2019 het Veiligheidsberaad, en daarmee ook de VGGM, geïnformeerd over zijn standpunten aangaande de nieuwe systematiek van gebiedsgerichte opkomsttijden, meer specifiek; de invoering, voorwaarden en toepassing van een nieuwe landelijke systematiek voor het opstellen, vaststellen en bijstellen van dekkingsplannen.
De minister geeft in zijn brief ook aan dat het nieuwe instrument, waarin de slagkracht centraal is gesteld, inzicht geeft in de prognose en realisatie van gebiedsgerichte opkomsttijden, inclusief de motivatie van afwijkingen en flankerend beleid. De systematiek is in goed overleg met o.a. de VBV vastgelegd in een handreiking en verplicht de veiligheidsregio’s om naast de opkomsttijd van de eerste tankautospuit ook de slagkracht en grootschalig brandweeroptreden (capaciteit) op te nemen in hun dekkingsplan.

In een brief van 15 oktober 2019 aan de Tweede Kamer verwijst de minister ook nog naar een breed gesteunde motie die de regering heeft verzocht, onder verwijzing naar het lopend onderzoek naar gebiedsgerichte opkomsttijden, ervoor zorg te dragen dat gebiedsgerichte opkomsttijden er in geen geval voor mogen zorgen dat de brandweerzorg verslechtert. De minister onderschrijft dat het belangrijk is dat de huidige kwaliteit van de brandweerzorg behouden blijft. Hij hecht eraan dat het bestuur van een veiligheidsregio haar verantwoordelijkheid neemt en realistische opkomsttijden vaststelt, waarbij een actieve informatieverstrekking in acht wordt genomen richting burgers en gemeenteraden. Wij merken op dat de VGGM deze gedragslijn niet heeft gevolgd.

De projectleider verklaarde in het eerder genoemde nieuwsartikel dat onlangs het risicoprofiel van de VGGM is geactualiseerd, waarin wordt vastgelegd hoe groot de risico’s binnen de gemeente zijn en hoeveel (brandweer) zorg daar tegenover moet staan om dat risico af te dekken. Uit dat onderzoek kwam dat één tankautospuit voor Ede-stad het risico voldoende afdekt. Wij merken op dat deze zienswijze niet is gebaseerd op een professionele normstelling.

De professionele norm is hoe hoger het risico des te slagvaardiger de brandweerzorg. In de projectgroep ‘RemBrand Brandveiligheid is coproductie’ werd over slagkracht het volgende uitgangspunt verwoord:

De spreiding van voertuigen moet niet alleen worden bekeken voor de eerste tankautospuit, maar ook voor de tweede. Bij die branden waar de risicobeoordeling aangeeft dat direct twee tankautospuiten worden gevergd, geldt voor de tweede tankautospuit in principe dezelfde opkomsttijd als voor de eerste tankautospuit.

In bijlage 3 en 4 van de Leidraad Repressieve Basisbrandweerzorg zijn op grond van praktijkexpertise inzetvoorstellen opgenomen voor de opkomsttijd en de dimensionering van de slagkracht bij brand in verschillende gebouwtypen. Het inzetvoorstel voor een brand, ‘s nachts in een ziekenhuis is bijvoorbeeld bepaald op 2 tankautospuiten met 12 brandweerlieden binnen een opkomsttijd van 8 minuten.

De bestuurlijk vastgestelde opkomsttijd (15 min.) voor de tweede tankautospuit in de VGGM is niet brandweerkundig gemotiveerd en strookt niet met de in geadviseerde normtijden voor gebouwen met een bovengemiddeld risico. Wij wijzen u er op dat de kern Ede nog een kleine 10.000 adressen/woonfuncties heeft zoals portiekflats, portiekwoningen, woningen boven winkels, winkels met een gesloten constructie die in hoogste risicocategorie vallen, zorginstellingen, seniorencomplexen, risicovolle milieubedrijven (BRZO) e.d. niet meegerekend.

Wij merken op dat door alleen maar kazernes te hebben met één tankautospuit niet alleen de slagkracht, maar ook de bluswatervoorziening, veerkracht en het uithoudingsvermogen van de brandweer ernstig wordt aangetast. Bovendien lezen wij in het door het algemeen bestuur vastgestelde Risicoprofiel 2020-2023, het Beleidsplan 2020-2023 en Brandweer beleidsplan 2020-2023 niets over de opkomsttijden en slagkracht van de brandweer bij risico-objecten en objecten met kwetsbare, niet zelfredzame bewoners. In het Risicoprofiel 2020-2023 vinden we op pagina 48,49 en 50 wel de omschrijving van een scenario van een brand in een zorginstelling. Onderzoek naar de brandveiligheid in seniorencomplexen maakt bovendien duidelijk dat de vluchtveiligheid van niet- of verminderd zelfredzamen onvoldoende geborgd is.

Voor de VBV, maar ook de gemeenteraden, burgers, bedrijven en instellingen is niet duidelijk op grond van welke objectieve overwegingen het algemeen bestuur vrijwel een verdubbeling van de opkomsttijd van de tweede tankautospuit van 8 naar 15 minuten voor dit soort brandscenario’s, waar elke seconde telt, aanvaardbaar vindt. Kijkend naar de actuele en zorgelijke situatie rond de brandveiligheid in zorg- en seniorencomplexen en de vele praktijkvoorbeelden, kwalificeren wij het ongefundeerd verhogen van de opkomsttijd van de tweede tankautospuit van 8 naar 15 minuten als onverantwoord en zorgwekkend.

Omdat 15 minuten wachten betekent dat je die mensen en de eerste tankautospuit aan hun lot overlaat dan wel voor een onmogelijke opgave plaatst. De verwijzing naar de papieren werkelijkheid van ‘Brandveilig leven’ en de zelfredzaamheid en de eigen verantwoordelijkheid van burgers is in dat opzicht naar ons oordeel een onvoldoende invulling van de zorgplicht.

Naast de brandrisico’s in de bebouwde omgeving en kijkend naar de toenemende extreme weersomstandigheden, zoals waarneembaar in de droge zomers van de laatste jaren, vragen wij ons af of bij de planvorming de natuurbrandbestrijding en het daarbij behorende potentieel (personeel en materieel) voor een langdurige inzet voldoende aandacht heeft gekregen.

4. Invloed gemeente /democratische legitimatie
Ingevolge artikel 2, 3 en 3a van de Wet veiligheidsregio’s heeft het gemeentebestuur (college van burgemeester en wethouders en gemeenteraad) de verantwoordelijkheid op het gebied van de brandveiligheid en een verordenende bevoegdheid m.b.t. de kwaliteit van de brandweerzorg.

De wet voorziet in artikel 14 en 15 in een planvormingscyclus waarin de taken van de veiligheidsregio,  opgenomen in een beleidsplan, een risicoprofiel en een dekkingsplan als belangrijkste kwaliteitskaders ter consultatie worden voorgelegd aan de gemeentebesturen.

Wij merken op dat de VGGM in het proces met betrekking tot het dekkingsplan onvoldoende transparant is. Een zorgvuldige afweging van te maken keuzes kan immers pas geschieden wanneer de voor de brandweer geldende opkomsttijden en een beschrijving van de aanwezigheid van brandweerposten in de gemeenten alsmede de overige voorzieningen en maatregelen, noodzakelijk voor de brandweer om daaraan te voldoen, transparant in beeld zijn gebracht. Dat geldt temeer wanneer de personeelslasten ten behoeve van de brandweerzorg structureel met € 1,5 miljoen stijgen.

Concluderend vindt de VBV het voorgenomen besluit onvoldoende deugdelijk, onvoldoende transparant en onvoldoende democratisch. Het project is immers van wezenlijke invloed op de kwaliteit van de in artikel 25 van de Wet veiligheidsregio’s omschreven taken van de brandweer in de VGGM en in het bijzonder in de kern Ede. Er is naar onze mening geen sprake meer van een gelijkwaardig niveau van brandweerzorg voor de burger. Tenslotte zijn wij verbaasd dat in deze financieel moeilijke tijden een keuze gemaakt wordt om vrijwilligheid te vervangen door beroepsmatige inzet die gepaard met een structurele verhoging van de loonkosten met € 1,5 miljoen.

[1] Dit model houdt in dat vrijwilligers via een pager worden gealarmeerd om vervolgens vanuit hun verblijfplaats op te komen naar de kazerne, waarna wordt uitgerukt naar het incident.