TwanHet overgrote deel van de brandweerzorg is sinds jaar en dag ingeregeld door een grote groep mensen in onze samenleving; de vrijwillige brandweer! Mensen die bij nacht en ontij klaar staan , 24/7 om de medemens in nood de helpende hand toe te steken.

Vroeger veelal gevormd uit de lokale middenstand, waarbij men vanwege de lokale binding middels verenigingen, tot in de haarvaten van de woongemeenschap verankerd was. Mensen die vanuit een intrinsieke motivatie betrokken waren bij hun leef- en woongemeenschap en daar ook graag een steentje aan bij droegen.

Zo’n korps was binnen de gemeenschap ook nog een soort van entiteit, welke zich kenmerkte door kameraadschap, teamspirit en een hoge mate van onbaatzuchtigheid, want als je de jaarlijkse vergoeding deelt door 52 weken x 7 dagen x 24 uur kan kom je tot een loonschaal die nog niet bestaat.

Maar blijkbaar deden zij iets verkeerd, want de brandweer moest worden gemoderniseerd! Met de invoering van de regionalisering (wat op zich nog helemaal niet zo slecht is) is voorbij gegaan aan een van de fundamenten van onze brandweer, namelijk al die vrijwilligers die voor een marginale bezoldiging 24/7 paraat staan. (Voor de beeldvorming; voor één stafmedewerker schaal 13 kan een volledige vrijwilligerspost van 35 mensen qua salarissen worden bekostigd)

De media staan bol van de artikelen over posten die buiten dienst staan, voertuigen die niet bemenst kunnen worden, autospuiten die te laat komen etc, etc. Als antwoord hierop worden allerlei concepten ontwikkeld waar voorheen geen noodzaak toe was omdat deze lokale korpsen nauwelijks of  geen personele krapte kenden. Natuurlijk is de gemeenschap veranderd, is het individualisme toegenomen. Maar waarom krijgen andere vrijwilligers-initiatieven dan wel voldoende aanwas van leden? Wat zegt dit over de binding die mensen met hun lokale brandweer hebben? Wat zegt dit over de binding die mensen hebben met de organisatie achter de regionalisering? Wat zegt dit over de verankering van de brandweer binnen de lokale samenleving, de kurk waar de vrijwillige brandweer sinds jaar en dag op dreef en drijft?

Met de komst van het fenomeen regionalisering zijn ook veel goede dingen tot stand gekomen. Centrale inkoop van materieel, bluskleding en uitrusting. Landelijke visie op themaprogramma’s zoals Brandveilig leven etc,etc. Commandanten die voorheen op lokaal niveau moesten knokken voor hun begroting, commitment van de lokale besturen etc, etc.

Maar met de komst van de regionale hoofdkantoren heeft zich ook een ander fenomeen voorgedaan. Het optuigen van de overhead binnen deze organisaties kost veel geld, geld wat in onvoldoende mate voorhanden is/was. Daarom moesten er middelen worden gevonden die zich vertaalden in reducties van materieel, vrijwilligers en in sommige gevallen zelfs in een reductie van brandweerkazernes.

Inmiddels raken de kazernes steeds leger, waardoor het primaire product (incidentbestrijding) er kwalitatief niet beter op wordt. Door het oprekken van opkomsttijden, normen en het loslaten van normen (redvoertuigen) kan in managementrapportages een wenselijk beeld worden geschetst.

Op papier wordt aan de norm voldaan, maar dit zegt niets over het repressieve product op straat. Een product dat qua kosten, in verhouding tot de aantallen personeel (vrijwilligers) en de beschikbaarheid van deze mensen uniek genoemd mag worden. De kosten voor de brandweer zijn in de afgelopen jaren verdubbeld, maar waar zit deze explosie van kosten in?

Wellicht is het een mooie business case om hier eens onderzoek naar te doen. Wat kunnen we leren van grote centralisaties (Nationale Politie) en grote reorganisaties (Defensie) als het gaat om overhead en operationele gereedheid? Moet de gehele brandweer centraal geregeld zijn of is het terugbrengen van organisatie- en regelvermogen van het repressieve deel weer onder het lokale bestuur een oplossingsrichting. Om zodoende de brandweer weer in de schoot van de lokale gemeenschap te brengen, met een duidelijke, herkenbare  rol voor een lokale postcommandant en die functionaris dan ook zo te noemen en te afficheren.

Keep it simpel and stupid! Kortom centraal als het  moet, decentraal als het  kan!

Twan Langenhuizen