Search Results for: PPMO

Inbreng VBV – College voor de rechten van de mens

Aan:
College voor de Rechten van de Mens
Postbus 16001
3500 DA Utrecht

Datum              : 20 juni 2017
Betreft              : Aanvullende informatie inzake het verzoek van mevrouw
Uw kenmerk   : 2017-0088

Geacht College,

De Vakvereniging Brandweer Vrijwilligers (hierna VBV) fungeert op landelijk niveau als belangenbehartiger en één van de overlegpartners bij beleidsontwikkelingen die relevant zijn voor de positie van de 18.900 Brandweer Vrijwilligers in ons land. De VBV is daarvoor in 2008 erkend door de Minister en in 2014 gesteund door een Kamerbreed aanvaarde erkenning. In haar rol als belangenvertegenwoordiger, en op verzoek van haar leden, is de VBV al geruime tijd betrokken bij de implementatie en evaluatie van het Periodiek Preventief Medisch Onderzoek (hierna PPMO). Wij zetten grote vraagtekens bij de validiteit en betrouwbaarheid van het PPMO in zijn huidige vorm, vooral voor Vrijwilligers in het algemeen en meer in het bijzonder Vrijwilligers van het vrouwelijk geslacht.

Omdat alle mensen anders zijn en Nederlandse overheidsorganisaties zoveel mogelijk een afspiegeling van de maatschappij moeten zijn kennen wij een beleid dat diversiteit stimuleert. Een belangrijk uitgangspunt van dit beleid is dat discriminatie op basis van geslacht en leeftijd wordt voorkomen. Omdat deze uitgangspunten ook gelden voor de brandweer heeft de VBV steeds kanttekeningen geplaatst bij het PPMO.

Behalve dat dit onderzoek een onvoldoende medisch gehalte heeft vinden wij ook dat de test geen rekening houdt met verschillen van mensen. Zo wordt een vrouw van 50 jaar die 1,65 m. lang is en 55 kg weegt verzwaard met 42 kg en vervolgens op een ronddraaiende machine aan een traplooptest van 100 treden onderworpen. Een man van 20 jaar van 1,95m lang en 85 kg zwaar wordt ook met 42 kg verzwaard en doet precies dezelfde test volgens dezelfde test normen. Ook bij de Brandbestrijdingstest moeten zij dezelfde onderdelen uitvoeren. Dus een pop van 80 kg slepen, onder hetzelfde tunneltje door en met hetzelfde gewicht de bal stoten.

Er wordt bij de beoordeling geen rekening gehouden met geslacht en leeftijd. De test normering is voor iedereen gelijk. Andere vergelijkbare organisaties zoals defensie en politie houden bij de keuring wel rekening met geslacht en leeftijd.

Het verzoek
Mevrouw .. heeft uw College verzocht om onderzoek te doen naar het PPMO omdat deze keuring ten onrechte geen onderscheid maakt tussen beroeps- of Vrijwilliger, man of vrouw en jong of oud. Daarmee is volgens verzoekster sprake van indirecte discriminatie zonder objectieve rechtvaardiging.

Inleiding
Door het LOGA is in verband met het opheffen van het Functioneel Leeftijd Ontslag (FLO) voor beroepspersoneel in 2006 voorzien in een PPMO. De inhoudelijke basis van het PPMO is gebaseerd op een rapport van o.a. het Coronel instituut uit 2006. Dit rapport is volledig gebaseerd op repressief personeel in beroepsdienst. Bij de doorontwikkeling is o.a. door het A+O fonds een studie gepubliceerd als basis voor het tweede loopbaanbeleid. Onderdeel hiervan is een aanvullend onderzoek door het Coronel instituut.

In 2009 is een pilot uitgevoerd waarvan de brandbestrijdingstest en traplooptest onderdeel uitmaakt, hiervan is een eindrapport (rapportnummer 09-02) opgemaakt.

In de ‘Implementatiewijzer PPMO en AK’ versie 4.1, januari 2014 staat dat de Raad Brandweer Commandanten (hierna RBC) in februari 2010 heeft ingestemd met het basisontwerp van het PPMO en de AK zoals door het Coronel instituut is voorgesteld, een gefaseerde invoering en een evaluatie door de LOGA-partijen in 2014. De implementatie en evaluatie van het PPMO en de AK is ook beschreven in de LOGA-brief van 14 december 2010.

Maar liefst 80% van de ongeveer 24.000 operationele brandweerlieden in Nederland is Vrijwilliger (stand van zaken per 1-1-2017). Hoewel in de rapporten van het Coronel instituut wordt gerefereerd aan tientallen studies en onderzoeken en in de pilot-fase wel Vrijwilligers getest zijn, is de Vrijwilligheid bij de brandweer in Nederland geen specifiek onderdeel geweest van nader onderzoek, rapportages en de besluitvorming rondom het PPMO en de AK.

Uitvoering van het PPMO en de AK in de CAR-UWO
De uitvoering van het PPMO staat beschreven in artikel 19a en bijlage VIIb van de CAR-UWO, deze verwijst naar de rapportages van het Coronel instituut. In artikel 19a:3, onder lid 4 van de CAR-UWO is om onbekende redenen afgeweken van de geadviseerde testfrequentie, de test wordt vaker afgenomen dan door de ontwikkelaars geadviseerd. In de aanbevelingen (hoofdstuk 10, Eindrapport 09-02) wordt immers met betrekking tot de uitvoering eens per 5 jaar als interval gegeven, boven de 50 jaar wordt eens per 2 jaar aanbevolen.

Verder staat in artikel 19a:4 van de CAR-UWO opgenomen dat de fysieke conditie van deze medewerkers jaarlijks wordt getoetst middels een fysieke test, zonder nadere omschrijving van deze toets. In de praktijk wordt hiervoor veelal de brandbestrijdings-test gehanteerd.

Doel van het PPMO
Uit de LOGA-brief van 14 december 2010 blijkt ook dat het doel van de keuring is om “een instrument te laten ontwikkelen dat periodiek de belastbaarheid meet ten aanzien van de specifieke taken en dat voorspellingen doet over de ontwikkeling van de belastbaarheid van de medewerker in de toekomst. Deze voorspellingen geven onder andere input aan het lokale loopbaanbeleid.”

In dezelfde ledenbrief is tevens opgenomen: “Met de keuringen is niet beoogd een instrument te ontwikkelen om medewerkers af te keuren, maar om te zien of de medewerker voldoet aan de bijzondere eisen op het punt van medische geschiktheid en of het werken in de functie geen ongewenste risico’s voor derden met zich meebrengt. Het PPMO is bedoeld als periodiek ijkmoment. De uitkomst van de keuring kan zijn dat de medewerker niet op alle punten voldoet aan de eisen die het werk stelt. Werkgever en medewerker zullen dan gezamenlijk afspraken maken over hoe te komen tot een verbetering van de belastbaarheid van de medewerker. Met het PPMO is het mogelijk de belastbaarheid van de medewerker gedurende zijn loopbaan te volgen. Deze informatie geeft ook input voor het loopbaanbeleid van de medewerker.” In hoeverre de beschikbare informatie ook wordt betrokken bij de loopbaan van Vrijwilligers en welke invloed dit heeft op zijn/haar aanstelling blijft onbesproken en ongewis.

Betekenis van het PPMO voor Brandweer Vrijwilligers
De aanzet tot ontwikkeling van het PPMO is glashelder: de afschaffing van het FLO voor de beroepsmedewerkers. Met het loslaten van de FLO grens van 55 jaar voor het Vrijwillig brandweerpersoneel is het PPMO vervolgens, zonder nader onderzoek of onderbouwing, ook van toepassing verklaard op de Vrijwilligers. Er wordt nergens tijdens de ontwikkeling van het PPMO ingegaan op de verschillen tussen Vrijwilligers en beroepsmedewerkers, met name de verschillen in juridische implicaties die uitval van deze medewerkers met zich meebrengt. Voortijdige uitval van een beroepsmedewerker leidt tot hoge kosten voor loondoorbetaling en re-integratie. Uitval van een Vrijwilliger leidt tot (veelal kosteloos) eervol ontslag.

De rechtsgevolgen bij blijvende/ of tijdelijke ongeschiktheid of geschikt onder voorwaarden zijn voor beroepsmedewerkers en Vrijwilligers dus nogal verschillend. Zie hiervoor de LOGA brief; Lbr. 13/012 CvA/LOGA 13/06.  De beroepsmedewerker kan vanuit zijn rechtspositie aanspraak maken op bedrijfsgeneeskundige begeleiding en geneeskundig onderzoek (hoofdstuk 7 CAR-UWO). In de beroepsdienst zijn trainingsfaciliteiten voorhanden, en is er gezien de financiële implicaties van ongeschiktheid voor de werkgever een noodzaak om de fysieke gesteldheid van de medewerker op orde te houden. Het dagprogramma van de beroepsdienst kent daarom sportmomenten en er is een zekere mate van professionele begeleiding.

Voor de Vrijwilligers zijn sportfaciliteiten en begeleiding veelal facultatief, of er wordt verwacht dat de Vrijwilliger zelf zorgt dat aan de gestelde eisen t.a.v. fysieke gesteldheid wordt voldaan, in eigen tijd en veelal op eigen kosten.

Voorziene en niet voorziene knelpunten in de uitvoering
Van de uitgevoerde pilot is een eindrapport opgesteld (rapportnummer 09-02). Onderdeel hiervan is de beoordeling van de pilot door een expertgroep (zie hoofdstuk 8).

Tijdens het ontwikkelen van de brandbestrijdingstest is door de expertgroep gewezen op een aantal tekortkomingen. Zo werd door een aantal “regiobeslissers” aangegeven dat de zwaarte van de test een bedreiging zou kunnen zijn voor vrouwen en Vrijwilligers. Dit valt ook af te leiden uit de tabellen in het betreffende rapport.

Aan de experts zijn een aantal stellingen voorgelegd en vragen gesteld, waarbij het criterium “% consensus” is gehanteerd. Hierbij is bepaald dat bij een resultaat van 2/3 instemming (67%) het betreffende onderdeel werd overgenomen in het advies. Voor het bepalen van deze 67% zijn niet de meningen van alle deelnemers gehoord, maar slechts een niet kwantitatief omschreven deel van de expertgroep.

Een van de opvallende zaken waarbij het % consensus achter bleef (64%) is het aantal technische fouten dat gemaakt mag worden. Verder was er gebrek aan consensus over het slepen van de pop, het klimmen en het trekapparaat. De aan de expertgroep voorgelegde vragen gaan beperkt in op de uitvoeringsaspecten zoals het gehurkt verplaatsen tijdens de test.

Uit de documenten die door de (voormalige) NVBR (Nederlandse Vereniging voor Brandweer en Rampenbestrijding (nu Brandweer Nederland)) en de LOGA partners zijn ingezet bij de besluitvorming rond de inzet van het PPMO voor Brandweer Vrijwilligers blijkt op geen enkel moment dat rekening gehouden is met verschillen in fysieke mogelijkheden op grond van lichaamsbouw en geslacht zoals dat bij de verplichte testen bij de politie (Fysieke vaardigheidstoets) en defensie (Defensie Conditie Proef) wel het geval is.

Traplooptest/Stairmaster
Bij de uitrol van PPMO bleek de reguliere traplooptest in de praktijk vooral een logistiek en bedrijfsvoering probleem op te leveren. Daarnaast zijn in Nederland onvoldoende geschikte locaties in de nabijheid van een brandbestrijdingstestbaan te vinden. Aanleiding voor het PPMO projectteam van Brandweer Nederland om samen met het Coronel instituut op zoek te gaan naar een geschikt alternatief. De Stairmaster kwam als mogelijk geschikt traploopapparaat naar voren. De Stairmaster is een stationair apparaat met een doorlopende trap met 8 treden, elk 20cm hoog, 23cm diep en 56cm breed waarmee een traploopactiviteit kan worden gesimuleerd. De maten wijken af (hogere optrede en smaller) van de in Nederland gehanteerde maatvoering bij trappen.

In 2012 en 2013 is een onderzoek verricht, onder toezicht van het Coronel Instituut. Zowel het apparaat als het protocol is getest met behulp van 19 beroeps- en 21 Vrijwillige brandweermensen. Slechts 4 deelnemers waren van het vrouwelijk geslacht. 8 Personen haalden de Stairmastertest niet, het percentage vrouwen, beroeps of Vrijwilligers dat de test niet haalde valt helaas niet te achterhalen uit de resultaten van het onderzoek. Toch is het Coronel Instituut van oordeel dat de Stairmaster geschikt is om de fysieke piekbelasting te meten en naast de reguliere traplooptest als alternatief kan worden gebruikt. De ‘Stairmaster’ is vervolgens in 2013 formeel geïntroduceerd als alternatief voor de traplooptest.

Vervolgens is bij de implementatie van de Stairmastertest ongeoorloofd afbreuk gedaan aan de gebruiksvoorschriften van het apparaat (o.a. het verwijderen van de veiligheidswaarschuwing “Always grasp handrails firmly”) en is een ‘veiligheidsplatform’ rondom het apparaat geplaatst dat zorgde voor veel valpartijen en blessures, waaronder ettelijke gekneusde enkels. Deze ‘aanpassingen’ werden niet door de producent aangebracht, zoals in het rapport van het Coronel instituut (rapportnummer 13-02) staat beschreven, maar door de gebruikers.

Nadat eerdere opmerkingen over onveilige situaties bij de uitvoering van het PPMO door de werkgevers niet werden opgevolgd, heeft op 3 maart 2015 de Inspectie SZW het gebruik van de Stairmaster in de kazerne van Terneuzen stilgelegd vanwege knelgevaar. Vervolgens zijn landelijk alle keuringen met de Stairmaster stilgelegd. Het veilig beklimmen van een (vaste) trap zonder de leuningen te kunnen gebruiken en het knelgevaar is immers ARBO-technisch niet verantwoord. Om het val- en knelgevaar te vermijden moesten alle ongebouwde Stairmaster apparaten in het land weer worden teruggebracht in de oorspronkelijke staat en moest het testprotocol worden aangepast.

Voorts blijkt nu uit onderzoek door het Instituut Fysieke Veiligheid (hierna IFV) dat er nog alternatieven zijn voor de traplooptest die in 2010 wel beschikbaar waren, maar kennelijk niet door het Coronel instituut en Brandweer Nederland zijn onderzocht. Dit roept de reactie van een drietal deskundigen (Baarda, Konijnenburg en Keizer) in herinnering die eerder bedenkingen plaatsten bij de conclusies van het Coronel instituut over het bepalen van de functiegeschiktheid bij (toekomstige) brandweermensen.

Sinds 2014 is bij de uitvoering van het PPMO bij ten minste twee kandidaten (Groningen en Zwolle) een hartstilstand opgetreden. In beide gevallen betrof het mannen boven de 50. Beiden zijn met goed gevolg gereanimeerd. Deze gebeurtenissen lijken de opmerkingen van het drietal deskundigen te ondersteunen. In het verleden zijn bij de toepassing van de fiets- of loopergometrietest dit soort omstandigheden niet opgetreden, althans, ze zijn ons niet bekend. Kandidaten met (hart)afwijkingen werden tijdig herkend en doorverwezen naar de (hart)specialist.

Legitimiteit
Het PPMO is in tegenstelling tot de meningen in de rapporten van het Coronel-instituut naar ons oordeel geen test die de brandweerpraktijk in Nederland nabootst en daarmee een reële afspiegeling van de werkelijkheid. Dat geldt zeker niet voor Brandweer Vrijwilligers. Het PPMO is veel meer de Nederlandse variant van de “Candidate Physical Ability Test (CPAT)” zoals die in de VS wordt gehanteerd. Het werk van een brandweerman/vrouw in de VS is echter beduidend anders dan in Nederland.

Zo worden bijvoorbeeld ‘sloopwerkzaamheden met sloophaak in rokerige ruimte’ (plafond stoten) in de VS veel toegepast maar is dat in Nederland niet of nauwelijks gebruikelijk, laat staan dat deze werkzaamheden onder tijdsdruk plaatsvinden. Deze werkzaamheden vertalen in een bijzondere functie-eis voor de Nederlandse brandweer is dan ook irreëel. Dat geldt ook voor het stellen van de eis om zo snel als mogelijk een trap in een rokerige ruimte te beklimmen. Deze eis staat volstrekt haaks op de bij de Nederlandse brandweer gebruikelijke veiligheidsprocedures bij het beklimmen en afdalen van trappen in rokerige ruimtes.

Het alleen verslepen van een 80 kg zware pop over een afstand van 2X 7,5 meter onder tijdsdruk is tijdens oefen- en testsituaties ongewenst. In het TNO-rapport Kwaliteit van Leven, Risico Inventarisatie en Evaluatie van de Fysieke Vaardigheids Toets Politie Nederland van 18 december 2008 wordt het verslepen van een 48 kg zware pop over een afstand van 5 meter in 2008 gekwalificeerd als een handeling met een risico op acute rugklachten. Op grond van het oordeel van de Nationale Ombudsman (2010/29)  wordt het testonderdeel ‘verplaatsen van de pop’ nu buiten de tijdsdruk van de toets gehouden.

Verder blijkt niet dat rekening is gehouden met de hoedanigheid van Brandweer Vrijwilligers als betrokken burgers die bereid zijn noodhulp te verlenen. Er is geen afweging gemaakt van een mogelijk spanningsveld in beschikbaarheid door het sleutelen aan de criteria voor geschiktheid. Er is voorafgaand aan de besluitvorming geen analyse gemaakt van de te verwachten winst in veiligheid en gezondheid in relatie tot de voorheen gebruikelijke fietstest. Daarnaast is geen analyse gemaakt van het te verwachten verloop op basis van de bekende knelpunten in de test, en de daarmee gepaard gaande kosten voor werving en scholing van nieuwe Brandweer Vrijwilligers.

Uitvoeringspraktijk
In de uitvoering blijkt het PPMO in zijn huidige vorm op een aantal momenten belastend is voor de Brandweer Vrijwilliger:

  1. De test houdt geen rekening met geslacht, leeftijd en/of de lichaamsbouw van de medewerker, voor iedereen gelden dezelfde eisen. Voor grote, lichte en kleine mensen worden bepaalde eisen daarom regelmatig als onredelijk ervaren.
  2. De beoordeling van de uitvoering kent strikte regels, een onderdeel wordt “goed” of “fout” uitgevoerd, waarbij uitvoeringsfouten worden gerapporteerd. Daardoor heeft de test het karakter gekregen van een examen. Zakken voor het examen heeft verregaande gevolgen, namelijk het stilleggen van de repressieve activiteiten van betrokkene.
  3. De test kent enkele uitvoeringsaspecten waarbij sprake is van ronduit onveilige situaties en een hoog risico op blessures. Zo wordt het slepen van een 80 kg zware pop en het gebruik van de Stairmaster of de traplooptest zonder steun te kunnen of mogen zoeken met de handen als onveilig ervaren.
  4. De test wordt op vele plaatsen afgenomen zonder dat daar een arts bij aanwezig is. Dat roept vragen op over de medische waarde van het Periodiek Preventief Medische Onderzoek.
  5. De verstrekking van ongevraagde “lifestyle” adviezen aan Brandweer Vrijwilligers met een overigens goede gezondheidsbeleving wordt als paternalistisch ervaren.
  6. Het stellen van fitheid -, c.q. conditie-eisen zonder goede facilitering wordt als onredelijk ervaren.

Observaties
Over de noodzaak of wenselijkheid van een PPMO in deze vorm voor het beroepspersoneel doen wij geen uitspraak. Het lijkt er echter op dat het PPMO voor de Brandweer Vrijwilligers min of meer ondoordacht is meegenomen, zonder dat er voor de Vrijwilligers een relatie met een “probleem” is geschetst.

De definitieve uitvoering van de test en de criteria voor beoordeling zijn opgehangen aan de opvattingen van een expertgroep. Onduidelijk is op grond van welke kwalificaties deze experts zijn benoemd, en hoe de interactie met de opstellers van de test is verlopen. Opvallend is dat de 15 experts zijn bevraagd op welke onderdelen zij zich zelf expert voelden. Voor zover ons bekend is geen van de genoemde experts medicus.

Het inzetten van een beperkt screening-instrument voor de detectie van een verhoogd risico op hart en vaatziekten resulteert bij de nu gehanteerde grenswaarden in “lifestyle adviezen” voor vrijwel iedere oudere of forser gebouwde Brandweer Vrijwilliger.

Het tijdens de test laten uitvoeren van handelingen die ronduit onveilig zijn is ongewenst.

Brandweer Vrijwilligers met een blessure of beperking voelen zich gedwongen onderdelen van de test uit te voeren waartoe zij zich mogelijk niet in staat achten, omdat anders een “ongeschikt” volgt.

Het presenteren van het resultaat als “geschikt” of “ongeschikt” doet geen recht aan het doel van de test.

De bedrijfsartsen hebben een geheimhoudingsplicht, directe collega’s in de rol van PPMO testleider of test-assistent daarentegen communiceren ongevraagd in hun omgeving over testuitslagen van kandidaten.

Er lijkt een significant verschil tussen de beleving van Vrijwilligers en de rapportages van de Veiligheidsregio’s. De veiligheidsregio’s etaleren nog steeds een zeker enthousiasme voor het PPMO dat niet ondersteund wordt door de feedback uit het werkveld.

De veiligheidsregio’s schetsen een beeld van het personeelsverloop als gevolg van het PPMO, dat niet overeenkomt met de ervaringen in het werkveld.

Het geschetste doel van het PPMO: een analyse van de ontwikkeling van de belastbaarheid als input voor het loopbaanbeleid, komt in de huidige uitvoeringspraktijk (in de vorm van een examen) niet uit de verf. Het goede gesprek met de keuringsarts en de leidinggevende over de verdere loopbaan van de Vrijwilliger ontbreekt nagenoeg overal. In plaats daarvan komt een koud beoordelingscriterium geschikt / ongeschikt.

Het PPMO schetst een eenzijdig beeld van de geschiktheid van brandweermensen. Het gaat ervan uit dat de brandweer bestaat uit een homogene groep sportief ingestelde mensen die allemaal hetzelfde (moeten) kunnen. De praktijk in vrijwilligerskorpsen is anders, de kwaliteit en effectiviteit van deze korpsen wordt bepaald door een team met een mix van kennis, kunde, fysieke gesteldheid, betrokkenheid en ervaring. Verschillen mogen er zijn. De uitslag van het PPMO zou hierin hooguit de functie van advies mogen hebben.

Evaluatie
Het LOGA heeft afgesproken de AK en het PPMO in 2014 in nauw overleg met de branche te zullen evalueren. Bij de evaluatie zouden diverse aspecten van de keuringen meegenomen worden. Waaronder:

– zijn de keuringen geschikt voor de diverse groepen medewerkers,

– moeten de keuringen worden aangepast aan nieuwe ontwikkelingen in het brandweerveld,

– hoe staat het met de praktische uitvoerbaarheid en de normering van de keuringen.
Ten behoeve van de landelijke evaluatie PPMO en AK zijn door het LOGA en de branche eisen en wensen geformuleerd die pas in januari 2014 zijn vastgelegd in een ‘basisdataset’.
Brandweer Nederland heeft het IFV gevraagd de evaluatie uit te voeren van de gegevens die sinds de invoering van het PPMO zijn verzameld. Het IFV constateert in de conceptrapportage van 22 maart 2017 dat – ondanks de afspraken omtrent de basisdataset – het ontbreken van eenduidig verzamelde en geregistreerde data, de onvolledigheid van databestanden en de geconstateerde verschillen in testomstandigheden en protocolvastheid maken dat de resultaten van een statistische analyse op voorhand onbetrouwbaar is.
Deze constatering betekent dat er geen duidelijk overzicht is in welke mate het PPMO en de AK voldoet aan de daaraan gestelde eisen en verwachtingen, noch over de consequenties, noch over het aantal gevallen waarbij lichamelijk letsel is opgelopen.

Conclusies
Een praktijk gerelateerde test voor het bepalen van de belastbaarheid van de Brandweer Vrijwilliger is objectief gezien zinvol. Omdat een aantoonbare relatie tussen de relatief hoge kosten en veronderstelde baten ontbreekt is de vraag relevant of het PPMO in deze vorm een goede besteding van de middelen van de veiligheidsregio’s is.

De doelstelling van het PPMO is loopbaanbegeleiding, ook voor het Vrijwillig brandweerpersoneel is dit van belang vanwege het loslaten van de 55 jaar grens. Dit aspect komt in de huidige praktijk onvoldoende tot zijn recht.

De experts zijn bij het uitwerken van de van de test doorgeschoten. Het PPMO en de beoordelings-kaders zijn daardoor gericht op bovengemiddeld sportieve en gezonde mensen.

Door een examen-achtige wijze van beoordelen en de inbreng van lifestyle adviezen lijkt het PPMO (onbedoeld) een middel te zijn geworden om de algemene gezondheidstoestand van het brandweerpersoneel te verbeteren. De kennelijke belangen van de beroepsorganisaties van bedrijfsartsen en sportinstructeurs (onder het motto “wij gaan Nederland gezonder maken”) lijken de overhand te hebben gekregen.

Brandweer Vrijwilligers zijn echter een doorsnede van de bevolking, beschikbaarheid van voldoende gemotiveerde Brandweer Vrijwilligers is van belang voor een blijvende beschikbaarheid van brandweerzorg. De RBC en het LOGA hebben bij het vaststellen van het PPMO onvoldoende oog gehad voor deze aspecten.

Er is door de partijen geen onafhankelijke klachtencommissie (artikel 13 Wet op de medische keuringen) ingesteld die kan voorzien in een onafhankelijke beoordeling van de vele klachten van brandweermensen.

De honderden reacties (waarvan tientallen afkomstig van brandweervrouwen) die via het meldpunt PPMO bij de VBV zijn binnengekomen geven aan dat de PPMO in het land niet eenduidig wordt afgenomen, niet altijd veilig is, discrimineert op leeftijd, geslacht en lichaamsbouw. De begeleiding  vanuit de Veiligheidsregio om brandweerpersoneel op het gewenste fitheidsniveau te brengen is regelmatig niet of summier beschikbaar. Hierdoor lijkt het er steeds meer op dat de PPMO als instrument wordt gezien om mensen af te keuren. Vooralsnog blijkt dat Brandweer Nederland niet in staat is om tot een uniforme landelijke test te komen.

Bijzonder is ook dat op basis van opvattingen van een select gezelschap van 15 personen, voor een deel zichzelf ‘expert’ voelend een normering is opgesteld, waarbij al van meet af aan vraagtekens werden gesteld over de haalbaarheid van de test door vrouwen en vrijwilligers.

Tenslotte nog dit. In het verleden werden alle brandweermensen periodiek medisch onderzocht op basis van de toen geldende eisen, geformuleerd door de toenmalige Rijksgeneeskundige Dienst. Het idee was om een redelijk beeld te krijgen van de medische toestand van betrokkene die immers (soms) zware inspanningen moet kunnen leveren. Het verkrijgen van dat beeld gebeurde middels een onderzoek door een arts, het testen van longcapaciteit, gehoor, zicht, het doen van laboratoriumonderzoeken en – ten einde een beeld te krijgen van conditie en de fysieke reactie daarop – een inspanningstest op een hometrainer met een voortdurende hartbewaking gedurende die inspanningstest.

Met de invoering van het PPMO is dit (echte) medisch onderzoek bij vrijwel alle regio’s verdwenen. Als de werkgever van oordeel is dat een medische periodieke test noodzakelijk is dan is de test die in het verleden gedaan werd in elk geval een betere graadmeter dan het hier omschreven PPMO. Om een Arboarts te citeren: Bij de vorige test kon ik met bijna 100% zekerheid zeggen dat een Vrijwilliger niet op korte termijn fysieke problemen mag verwachten. Bij de huidige test kan ik achteraf slechts constateren dat hij / zij het overleefd heeft.

Dat met het afnemen van deze test de werkgever zijn verantwoordelijkheid neemt met betrekking tot de Vrijwillige of beroepsmatig aangestelde medewerker betwijfelen wij zeer.

Samengevat
We willen niet dat te hoge fysieke eisen de diversiteit van de brandweersector beperken. Want (goede teams van) brandweermensen beschikken over meer dan alleen de fysieke kwaliteiten.

Daarom ondersteunt de VBV het verzoek van mevrouw en vragen wij het College om te beoordelen of verweerder jegens verzoekster verboden onderscheid maakt op grond van leeftijd en geslacht door het niet toepassen van gedifferentieerde normen bij de uitvoering van het PPMO.

Hoogachtend,

Vakvereniging Brandweer Vrijwilligers

Brandweer alleen voor jonge mannen?

Het PPMO houdt de gemoederen van brandwerend Nederland flink bezig. Niet in de laatste plaats omdat er in het veld en onder deskundigen nogal wat rumoer is over validiteit van de test. Op de werkvloer ook wel aangeduid als het ‘medisch’ onderzoek zonder medicus. Tot 1 januari 2011 hadden we namelijk een uniforme test met een beproefd voorspellend vermogen of het hart goed functioneert tijdens maximale inspanning. Nu stellen we achteraf vast dat de keurling het overleefd heeft, aldus een bedrijfsarts.


Jonge mannen i.p.v. brandweervrouwen?

Als we enkel kijken naar de allerbesten, houden we alleen jonge mannen over” zei Esther Lieben (commandant brandweer Haaglanden) twee jaar geleden. De jongste cijfers van het CBS laten zien dat we met de dalende trend in het aantal brandweervrouwen inmiddels aardig op weg zijn. Omdat in de landelijke gebieden (jonge) mannen, noch (jonge) vrouwen in rijen voor de lokale brandweerkazerne staan te popelen voor een functie bij de Vrijwillige brandweer, wordt het alsmaar lastiger om snelle en betaalbare brandweerzorg te kunnen blijven waarborgen.

Maatregelen om deze ontwikkeling een halt toe te roepen staan kennelijk nog in de sterren. Het herstel zal in ieder geval ook afhankelijk zijn van welke ’targets’ de brandweer in Nederland gaat stellen bij de totstandkoming en uitvoering van het diversiteitsbeleid zoals de overheid dat graag wil. Ook de brandweer dient immers een afspiegeling van de maatschappij te zijn.

“Diversiteit is niet alleen sociaal wenselijk, maar noodzakelijk voor de bedrijfsvoering; voor de kwaliteit van het werk, de beschikbaarheid van brandwachten, de maatschappelijke relevantie én de geloofwaardigheid van de brandweer.”  aldus Elie van Strien (voormalig commandant brandweer Rotterdam-Rijnmond en brandweer Amsterdam-Amstelland).

Geloofwaardigheid
Voor wat betreft de geloofwaardigheid van de brandweer, maken we ons ernstige zorgen over de betrouwbaarheid van de verwijzing naar cijfers en evaluaties in het bericht van Brandweer Nederland. Werknemers en werkgevers hebben in 2010 afgesproken het PPMO en de AK in 2014 te evalueren. Input voor deze evaluatie zijn de eisen vanuit het LOGA:

  • zijn de keuringen geschikt voor de diverse groepen medewerkers,
  • moeten de keuringen worden aangepast aan nieuwe ontwikkelingen in het brandweerveld
  • hoe staat het met de praktische uitvoerbaarheid en de normering van de keuringen

Deze informatiebehoefte heeft pas in 2014 geleid tot het vaststellen van een ‘Basisdataset PPMO’ waar de regio’s in ieder geval over dienen te beschikken.

Recent heeft Brandweer Nederland het IFV gevraagd een evaluatie uit te voeren op basis van de gegevens die sinds de invoering van het PPMO zijn verzameld.  Het IFV constateert in haar conceptrapport van 22 maart 2017 het volgende: Het ontbreken van eenduidig verzamelde en geregistreerde data, de onvolledigheid van databestanden en de geconstateerde verschillen in testomstandigheden en protocolvastheid maken de resultaten van een statistische analyse op voorhand onbetrouwbaar. Hierdoor is ook de waarde van die resultaten uitermate twijfelachtig.

Wij concluderen uit de analyse van het IFV dat de regio’s geen/onvoldoende invulling hebben gegeven aan de landelijke afspraken in het LOGA. Vrij vertaald; we zullen geen betrouwbare antwoorden krijgen op essentiële vragen. Het is maar dat u dat weet.

Vandaar dat we ondersteuning hebben geboden bij het verzoek dat een vrouwelijk VBV lid heeft ingediend bij het College voor de rechten van de mens. Dit om antwoord te krijgen op de vraag die in de evaluatie van het PPMO had moeten worden beantwoord.

Voor de geïnteresseerden die willen weten wat we hebben ingebracht voor de zitting bij het College voor de rechten van de mens, is de pleitnota hier te lezen en te downloaden.

Algemeen Overleg – 29 juni 2017

Tweede Kamer der Staten-Generaal
Ter attentie van de Vaste Kamercommissie Veiligheid en Justitie
Postbus 20018
2500 EA Den Haag

Datum           : 29 juni 2017
Onderwerp   : Algemeen Overleg Nationale veiligheid, crisisbeheersing en brandweerzorg

Geachte leden van de vaste Kamercommissie Veiligheid en Justitie, beste Kamerleden,

De agenda voor het Algemeen Overleg  Nationale veiligheid, crisisbeheersing en brandweerzorg van aanstaande donderdag eindigt met vuurwerk. In figuurlijke zin uiteraard. Met uw permissie willen wij er in dit memo graag mee beginnen.

Het bericht van EenVandaag en NH-Nieuws dat veiligheidsregio’s voor miljoenen aan extern personeel inhuren terwijl er stevig bezuinigd wordt op het primaire proces, de noodhulp aan de burgers, is bij veel Brandweer Vrijwilligers ingeslagen als een bom.

Ook gemeenteraden, die hun zienswijze op de begroting en jaarstukken van de veiligheidsregio moeten geven, voelen zich machteloos en in de mangel genomen.  Een raadslid in Hoorn wist onlangs in 1.54 minuut zeer treffend te verwoorden waar tonnen aan salarissen voor ingevlogen experts voor werden uitgegeven. Er werd zelfs een column met de titel ‘Onbetaalbare veiligheid’ aan gewijd. Maar grappig is het natuurlijk allerminst. Wij kunnen het ook niet meer uitleggen.

De begroting en jaarstukken van veiligheidsregio’s zijn doorgaans zo transparant als matglas, visitatiecommissies bewieroken elkaars kwaliteitsbeleid en de wettelijk toezichthouders zitten er met de neus bovenop. Alles lijkt ‘koek en ei’ totdat media, de VBV of klokkenluiders de kat de bel aanbinden en zaken voor het voetlicht brengen. Echter, niemand grijpt in. Een constatering die wij al eerder met uw Kamer deelden.

Ondertussen lijkt het doemscenario van de lege kazernes en volle kantoren zich onder onze ogen te voltrekken;

http://www.tubantia.nl/hof-van-twente/brandweer-goor-kon-niet-uitrukken-bij-schuurbranden-vrijdag~a99d17f1/

http://www.rijnmond.nl/nieuws/142257/Brandweer-onderzoekt-aanrijtijd-brand-Hellevoetsluis
http://www.rijnmond.nl/nieuws/143308/Brandweer-Hellevoetsluis-opnieuw-in-opspraak

http://www.bndestem.nl/brabant/vrijwillige-brandweer-in-gevaar-korps-niet-altijd-inzetbaar~a477c219/

http://www.tubantia.nl/tubbergen/frustraties-bij-brandweer-tubbergen-race-om-plekje-in-voertuig-tot-ie-vol-is~af938b9d/ http://www.tubantia.nl/tubbergen/eppink-raakt-heilige-vuur-kwijt-motivatie-brandweer-tubbergen-daalt~aae9d7fc/

http://www.tubantia.nl/dinkelland/brandweer-onder-vuur-na-cafebrand-ootmarsum~ab1505c5/
http://www.tubantia.nl/dinkelland/blussen-cafe-de-poort-ootmarsum-begon-pas-na-20-minuten~a00a717c/

http://www.omroepzeeland.nl/nieuws/2015-10-25/932828/brand-gewoed-restaurant-spuiplein-breskens#.WRDABtKLTs0

http://www.omroepgelderland.nl/nieuws/2131692/Brandweer-te-laat-bij-grote-brand-in-Berg-en-Dal
http://www.gelderlander.nl/berg-en-dal/brandweer-te-laat-bij-grote-brand-in-berg-en-dal~aae9a3f2/

http://www.gelderlander.nl/doetinchem/alarm-over-schrikbarend-oplopende-uitruktijd-brandweer-doetinchem~a70b6ac0/

http://www.ad.nl/utrecht/brandje-blussen-op-200-meter-van-kazerne-lukt-niet~a24c5887/

http://www.nhnieuws.nl/nieuws/185814/brandweer-enkhuizen-regelmatig-buiten-dienst-het-is-nu-gewoon-onveilig-als-er-brand-is

http://www.dvhn.nl/groningen/Te-weinig-mankracht-voor-brandweer-in-Stadskanaal-22185454.html

Daarnaast blijkt uit recente cijfers van het NIVRE dat in 2016 zich in ons land het hoogst aantal miljoenenbranden hebben voorgedaan sinds de registratie van deze branden in 1998. Het aantal  dodelijke slachtoffers bij woningbranden was in 2016 het hoogst sinds 2008 zo blijkt uit onderzoek door het IFV. Een causaal verband tussen deze cijfers en de ontwikkelingen in de veiligheidsregio’s kunnen wij niet onderbouwd aantonen maar het is ook zeker niet denkbeeldig.

Onderzoek naar beleving brandweerpersoneel en brandweerstatistiek
Het Veiligheidsberaad gaf in 2016 opdracht om een onderzoek uit te laten voeren naar de feiten over de brandweerorganisaties in Nederland en naar de beleving en tevredenheid van brandweermensen, zowel beroeps als vrijwilligers. We krijgen dus binnenkort allemaal een betrouwbaar inzicht in de beleving op de werkvloer als de resultaten van het belevingsonderzoek bekend zullen worden gemaakt.

Voor wat betreft de onafhankelijke en deskundige verzameling van betrouwbare en gevalideerde statistische gegevens die inzichtelijk maken hoe de brandweer op een aantal belangrijke thema’s presteert, zijn we minder enthousiast en maken we ons ernstige zorgen over het feit dat het CBS na dit jaar stopt met de brandweerstatistiek. Temeer omdat we geruime tijd met alle betrokken partijen gezamenlijk hebben gewerkt aan de verbetering van de Brandweerstatistiek.

Waarom? We geven graag een schrijnend voorbeeld:

Voor het invoeren van de verplichte keuring voor alle brandweerpersoneel werd aangegeven dat de keuring een bedreiging zou kunnen zijn voor vrouwen en Vrijwilligers, maar dat resultaten dat zouden moeten uitwijzen.  Om gevalideerde uitspraken te kunnen doen is in 2014 een ‘basisdataset’ vastgesteld. Inmiddels heeft het IFV geconstateerd dat “het ontbreken van eenduidig verzamelde en geregistreerde data, de onvolledigheid van databestanden en de geconstateerde verschillen in testomstandigheden en protocolvastheid maken dat de resultaten van een statistische analyse op voorhand onbetrouwbaar is”.

Ondertussen vallen vrouwen en Vrijwilligers ‘bij bosjes’ af omdat bij de betreffende keuring geen rekening gehouden wordt met geslacht en leeftijd. De test normering is voor iedereen gelijk. Andere vergelijkbare organisaties zoals defensie en politie daarentegen houden bij de keuring wel rekening met geslacht en leeftijd.

We willen niet dat te hoge fysieke eisen de diversiteit van de brandweersector beperken. Want (goede teams van) brandweermensen beschikken over meer kwaliteiten dan alleen de fysieke! Daarom ondersteunen wij een van onze vrouwelijke leden die een verzoek heeft ingediend bij het College voor de rechten van de mens.

Waterhulpverlening (bij rampen en crises)
Wij zijn enigszins verbaasd over de mededeling van minister Blok dat de organisatie van de landelijke regie en coördinatie, om adequaat voorbereid te zijn op de bovenregionale inzet van de reddingsvloot bij grootschalige overstromingen, door de veiligheidsregio’s als gemeenschappelijke taak is belegd bij het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV). Van een landelijke regie en coördinatie, om adequaat voorbereid te zijn op ongevallen met slachtoffers onder water, is immers geen sprake.
Zo heeft de regio Utrecht 7 parate duikteams en moet de regio Gelderland-Zuid het zonder duikteam stellen.

Tot slot
We hebben uw Kamer willen informeren over ontwikkelingen die ons ernstige zorgen baren omdat hierdoor de Vrijwilligheid bij – en de paraatheid van de brandweer in Nederland ernstig onder druk staan. Wij hopen dat ze door uw Kamer en/of een nieuwe regering van een passende oplossing worden voorzien en gaan daarover graag met u in gesprek.

Met vriendelijke groeten en in afwachting van uw reactie.

Namens de Vakvereniging Brandweer Vrijwilligers.

Marcel Dokter
voorzitter

Tel. 06-51272859
E-mail: marcel.dokter@brandweervrijwilligers.nl

 

Een keuring die rekening houdt met verschillen

Omdat alle mensen anders zijn en Nederlandse overheidsorganisaties zoveel mogelijk een afspiegeling van de maatschappij moeten zijn kennen wij een beleid dat diversiteit stimuleert. Een belangrijk uitgangspunt van dit beleid is dat discriminatie op basis van geslacht en leeftijd wordt voorkomen.

Omdat deze uitgangspunten ook gelden voor de brandweer heeft de VBV steeds kanttekeningen geplaatst bij het Periodiek Preventief Medisch Onderzoek (PPMO).

Behalve dat dit onderzoek een onvoldoende medisch gehalte heeft vinden wij ook dat de test geen rekening houdt met verschillen van mensen. Zo wordt een vrouw van 45 jaar die 1,65 m. lang is en 60 kg weegt verzwaard met 40 kg en vervolgens op een ronddraaiende machine aan een traplooptest van 100 treden onderworpen. Een man van 20 jaar van 1,95m lang en 85 kg zwaar wordt ook met 40 kg verzwaard en doet precies dezelfde test volgens dezelfde test normen.

Ook bij de Brandbestrijdingstest moeten zij dezelfde onderdelen uitvoeren. Dus een pop van 80 kg slepen, onder hetzelfde tunneltje door en met hetzelfde gewicht de bal stoten.

Er wordt bij de beoordeling geen rekening gehouden met geslacht en leeftijd. De test normering is voor iedereen gelijk.

Andere vergelijkbare organisaties zoals defensie en politie houden bij de keuring wel rekening met geslacht en leeftijd.

Bij de invoering van het PPMO werd de toezegging gedaan dat het niet de bedoeling was mensen te verliezen door de nieuwe vorm van keuren. Er zou begeleiding zijn om mensen op het gewenste niveau te krijgen. Ook werd een grondige evaluatie afgesproken. Een belangrijk onderdeel van die evaluatie zou zijn om na te gaan of er verschil in keuringsresultaat is op geslacht en leeftijd. Want discriminatie moest natuurlijk worden voorkomen.

In januari 2014 werd door een werkgroep van Brandweer Nederland een mooie basisdataset PPMO opgeleverd. Deze dataset is omarmd door de RBC en zo leek alles helemaal in orde. De brandweermensen in Nederland hoefden zich geen zorgen te maken.

Toch regent het bij het meldpunt van de VBV klachten. Mensen worden bijna achteloos afgekeurd als zij de tijdnorm tijdens de keuring niet halen. Vrouwen die de marathon lopen komen niet door het PPMO. Gewoon omdat zij het extra gewicht niet kunnen tillen of 16 seconden te lang op de Stairmaster staan.

Daarom hadden wij onze hoop gevestigd op de evaluatie. Maar helaas en zoals wel vaker kwamen wij bedrogen uit. Want zo lezen wij in het rapport van het IFV van maart 2017 als conclusie:
“ Een landelijke evaluatie van de resultaten van het PPMO heeft ten gevolge van de geringe respons van aangeleverde data, de grote variatie van het format waarin de data door de keurende instanties is aangeleverd almede de onvolledigheid van de bestanden niet tot beantwoording van de vooraf geformuleerde vragen geleid “.

In de discussie van hetzelfde rapport wordt een toekomstige basisdataset met webapplicatie aanbevolen. Als er ondertussen niet zoveel mensen zouden zijn afgekeurd en daardoor hun passie niet meer kunnen uitoefenen had je om dit collectieve geheugenverlies kunnen glimlachen.

Dus het resultaat, de brandweer keuring discrimineert en er wordt door gebrekkige informatie niet geëvalueerd.
Inmiddels heeft een lid van de VBV besloten zich te wenden tot het College voor de rechten van de mens. Daarbij zal de VBV haar zo veel mogelijk ondersteunen. Want wij vinden dat iedereen recht heeft op een eerlijke keuring die rekening houdt met verschillen van mensen.

Daar zullen wij nu en ook in de toekomst aandacht voor blijven vragen.

Daar kunt u op rekenen!

Marcel Dokter
Voorzitter.

Brandweermensen, uw mening wordt nu gevraagd!

Op dit moment heeft elke brandweerman en – vrouw in Nederland de gelegenheid om te vertellen hoe hij / zij vindt dat het gaat bij de brandweer. Het wordt nu aan u gevraagd en ik wil u verzoeken om daar alstublieft aan mee te doen want uw mening telt!
In dit belevingsonderzoek wordt u gevraagd hoe u vindt dat de brandweer zich ontwikkelt. Gaan we de goede kant op of juist niet? Hoe denkt u over opkomsttijden en voertuigbezetting? Is schaalvergroting goed voor de brandweer?  Is de leiding bij de brandweer “in touch” met de werkvloer? Is het PPMO een keuring die aansluit bij de werkzaamheden die u bij de brandweer moet doen? Is er voldoende aandacht voor schoon werken?
Als u er een half uurtje voor gaat zitten dan bent u klaar en dan heeft u laten weten hoe u denkt over uw prachtige werk dat hoog wordt gewaardeerd door de samenleving. De resultaten van het onderzoek worden verwerkt in één landelijke rapportage. Daarnaast ontvangt elke brandweerregio een eigen regionale rapportage. De resultaten gaan ook naar de minister van Veiligheid en Justitie die daarmee de Tweede Kamer informeert over de beleving van de brandweermensen in ons land.
Het mooie van dit onderzoek is dat alle repressieve brandweerlieden (beroeps én vrijwillig), de vakbonden, de Vakvereniging  Brandweer Vrijwilligers, de Raad Brandweercommandanten en de bestuurders de handen ineen hebben geslagen om samen inzicht te krijgen in de beleving van het repressieve brandweerpersoneel. Echt een onderzoek van ons en door ons.

Dus doe mee!

 

Marcel Dokter

Doe mee aan het belevingsonderzoek!

Logo´s

Deze week start een grootschalig landelijk onderzoek naar de beleving van repressieve brandweermensen. Wij vragen alle repressieve collega’s, zowel vrijwillig als beroeps, hun mening te geven over belangrijke ontwikkelingen binnen de brandweer.


Voor een goed resultaat vind ook de VBV het van groot belang dat zoveel mogelijk repressieve collega’s meedoen.

In het verleden zijn verschillende onderzoeken gedaan onder brandweermensen, onder meer door de SP en EenVandaag. In de uitkomsten daarvan herkende Brandweer Nederland zich meestal niet. De VBV, de vakbonden, en het bestuur en management van de brandweer vinden het wel belangrijk om eenduidig inzicht te hebben in de beleving van brandweermensen, om de goede gesprekken te kunnen voeren over de toekomst van de brandweer. Met dit grootschalig onderzoek onder alle repressieve brandweerlieden (vrijwillig én beroeps) slaan de VBV, de vakbonden, de Raad Brandweercommandanten en de bestuurders de handen ineen om samen dat inzicht te krijgen. Onderdeel daarvan is een landelijke enquête onder alle repressieve brandweercollega’s.

Wat vragen we aan jou?

Alle repressieve vrijwillige- en beroeps brandweercollega’s wordt gevraagd deel te nemen aan dit belevingsonderzoek. vanaf deze week ontvangt iedereen een uitnodiging om een digitale enquête in te vullen. Als zoveel mogelijk mensen meedoen, krijgen we samen een goed beeld van de opvattingen en ervaringen op verschillende thema’s, zowel landelijk als regionaal. Jouw bijdrage is daarom erg belangrijk! Deelname aan het onderzoek gebeurt op basis van anonimiteit. De antwoorden zijn op geen enkele wijze te herleiden tot degene die deze invullen.

Diverse thema’s

Thema’s die direct raken aan het werk van repressieve brandweermensen. Thema’s die de afgelopen jaren speelden. Denk aan veilig werken, vrijwilligersbeleid, de relatie werkvloer-management, uitruk op maat, PPMO en andere vakinhoudelijke ontwikkelingen. Wij vragen aan alle repressieve brandweercollega’s om een aantal vragen daarover te beantwoorden. Daarvoor is geen speciale voorbereiding nodig. We vragen naar eigen ervaring en mening. Daarbij zijn geen ‘goede’ of ‘foute’ antwoorden.

Onafhankelijk bureau

Het bureau AEF voert het onderzoek uit in opdracht van een speciaal ingerichte landelijke stuurgroep. In die stuurgroep zit de voorzitter van de VBV, een bestuurder van de vakbonden, de voorzitter van de Raad van Brandweercommandanten en een burgemeester. Het onderzoeksbureau verwerkt de resultaten in één landelijke rapportage. Daarnaast ontvangt elke brandweerregio een eigen regionale rapportage met specifieke aandachtspunten. De rapportages brengen de beleving van brandweermensen ‘zoals die is’ in beeld. De rapportages bieden een basis voor goede gesprekken tussen de VBV, de vakbonden, het management en het bestuur van de brandweer over vakinhoudelijke en organisatorische ontwikkelingen, nu en in de toekomst, landelijk maar ook regionaal.

Vervolg

De bedoeling is dat het onderzoek in de loop der jaren vaker wordt uitgevoerd. Zo kunnen we trends en ontwikkelingen in de organisatie en in het brandweervak zien. Door dit inzicht is het beter mogelijk de dingen die goed gaan extra te ondersteunen. We kunnen gerichter investeren. Dat draagt bij aan een continu lerende brandweer, met passie voor het vak en hart voor de brandweermensen.

Wil je meer informatie over het onderzoek?

Neem dan contact op met Janice Meerenburgh via janice.meerenburgh@IFV.nl of met Marion Herder (AEF) via m.herder@aef.nl.

 

Meldpunten

Voor onderwerpen die meer dan alleen onze aandacht vragen richten wij een meldpunt in en leggen wij een dossier aan. Elk dossier heeft een dossierhouder die speciale aandacht aan het onderwerp schenkt en het dossier bijhoudt. U kunt hier zaken die in uw korps spelen, per dossier, melden. Ook kunt u hier uw (persoonlijke) vragen stellen. Indien wenselijk neemt de dossierhouder contact met u op. Vragen en opmerkingen worden altijd zorgvuldig en vertrouwelijk behandeld.

PPMO

Bij het invoeren van de PPMO test waren er veel twijfels en vragen. Vooral over de veiligheid en of de test wel voor alle brandweermensen haalbaar zou zijn, zoals de vrouwelijke en oudere collega’s. Brandweer Nederland noemt dat “Koudwatervrees” en stelt dat de ervaringen tot nu toe erg positief zijn. Toch bereiken ons veel signalen over gevaarlijke situaties en zelfs (bijna) ongelukken. Omdat wij deze signalen graag met feiten willen onderbouwen, hebben we een meldpunt PPMO ingericht. Hebt u opmerkingen, vragen, klachten maar vooral concrete voorbeelden van ongevallen, meldt u dat  hier>

Voertuigbezetting

Wij zijn niet tegen het onderzoeken van variabele voertuigbezettingen. We maken ons wel grote zorgen om het feit dat regio’s afzonderlijk gevaarlijke experimenten uitvoeren met allerlei variaties van voertuigbezettingen en allemaal een eigen wiel aan het uitvinden zijn. Daarmee worden brandweermensen en burgers onnodig in gevaar gebracht. Hebt u opmerkingen of vragen over variabele voertuigbezetting in uw regio, of maakt u zich, net als wij, zorgen over dit onderwerp,
meld u dat hier>

Rechtspositie

Op landelijk niveau  is de VBV sinds 1 januari 2022 vertegenwoordigt in het Landelijk Overleg Arbeidsvoorwaarden Veiligheidsregio’s (LOAV). Op regionaal niveau vertegenwoordigen onze bestuurders onze leden in het regionale ‘Georganiseerd Overleg’ (GO). Heeft u vragen of opmerkingen over rechtspositionele aangelegenheden:

meld u dat hier>

Staat het onderwerp waarover u iets wilt vragen of iets wilt melden hier niet bij, gebruik dan ons algemeen contactformulier>

We zijn niet tegen!

Regelmatig wordt ons verweten dat we altijd overal tegen zijn. Ook wordt ons regelmatig “framing” verweten, dat we op “oorlogspad” zijn en dat we ons niet aan de afspraken houden. Om dit te weerleggen een aantal zaken op een rij.

Waar wij voor staan is het behartigen van de belangen van ca. 19.600 Brandweer Vrijwilligers, van het brandweervak, het vakmanschap en de beroepseer. In welke zin dan ook.
We zijn niet tegen Brandweer Nederland. Wel zijn we er op tegen dat 25 regio’s 25 afzonderlijke koninkrijken vormen waar Brandweer Nederland kennelijk geen enkele sturing op kan of wil geven.

We zijn niet tegen het management van de brandweer in het algemeen. We zijn wel tegen managers die vinden dat leidinggevenden geen affiniteit  met de brandweer hoeven te hebben maar alleen een goede manager moeten zijn.

Wij zijn niet tegen het onderzoeken van variabele voertuigbezetting. Waar we tegen zijn is dat regio’s afzonderlijk gevaarlijke experimenten uitvoeren met allerlei variaties van voertuigbezettingen en allemaal een eigen wiel aan het uitvinden zijn, en daarmee de brandweermensen en burgers onnodig in gevaar brengen. We pleiten voor een landelijk, eenduidig wetenschappelijk onderzoek waar alle partijen bij zijn betrokken.

We zijn niet tegen een tankautospuit met een bezetting van 4 personen. Waar we wel tegen zijn is dat een TAS 4 als zelfstandige eenheid gaat functioneren zonder bevelvoerder. Ook vinden wij dat bij een zogenaamd ‘maatgevend incident’ gewoon een volledig bezette TAS6 uit moet rukken, of in ieder geval een ruim compenserende variant daar op zoals bijvoorbeeld 2x een TAS 4 die gelijktijdig uitrukt, en zeker niet eerst een 2-mans voertuig en daarna een TAS4. Ook zien wij de zin niet in van een aangepast voertuig voor 4 personen die niet voorzien is van standaard bepakking zoals dit is omschreven in het besluit op de veiligheidsregio’s. Verder vinden wij dat variabele voertuigbezetting nooit vanuit een bezuinigingsoogpunt mag worden overwogen.

We zijn tegen het inzetten van voertuigen met een 2-mans bezetting omdat dit geen enkele toevoeging is voor de veiligheid van de burgers. Ook geeft het geen enkele verbetering van de opkomsttijden, in die zin is het inzetten van een busje met 2 personen het creëren van schijnveiligheid en in principe “volksverlakkerij”.

We zijn niet tegen bezuinigingen bij de brandweer mits die niet ten koste gaan van de veiligheid van de burgers en onze brandweermensen.

Wij zijn niet tegen het PPMO. Waar we wel tegen zijn is de ongelijkheid tussen beroeps en vrijwilligers die hiermee gecreëerd wordt. En ook ongelijkheid tussen mannen en vrouwen. Waar we ook tegen zijn is dat hierdoor buitengemiddelde mensen zoals lange of korte mensen af vallen. Kort gezegd: We zijn er op tegen dat mensen afgekeurd worden op andere gronden dan hun fysieke toestand of conditie. Verder vinden wij dat de medische aspecten zoals het maken van een hartcardiogram en bloed- en urineonderzoeken terug moeten komen in de keuring. We zijn niet voor het gebruik van de Stairmaster omdat de manier waarop die nu wordt gebruikt gevaarlijk is, arbo technisch niet te verantwoorden en uitdrukkelijk tegen de gebruiksadviezen van de fabrikant van het toestel is.

We hebben ons in het verleden behoorlijk verzet tegen de regionalisering. De contouren van ons gelijk daarin tekenen zich pijnlijk af in onafhankelijke onderzoeken. Steeds meer wordt duidelijk dat het management mijlenver van de werkvloer afstaat.  Desondanks hebben wij ons uiterste best gedaan om mee te denken om aan dit onzalige idee een zo goed mogelijke invulling te geven. Zie hiervoor het document ‘Visie op vrijwilligheid’, een co-productie tussen de VBV en de NVBR (nu Brandweer Nederland).

Om de belangen van de vrijwilligers zo goed mogelijk te behartigen zoeken wij veelvuldig de publiciteit. Dat de manier waarop we dat doen niet altijd in goede aarde valt is duidelijk. Maar wij merken dat het niet altijd voldoende is dat Jantje in de klas alleen maar netjes zijn vingertje opsteekt. Dat het soms gewoon nodig is dat Jantje af en toe met zijn knuistjes op zijn tafeltje trommelt en keihard “juf, juf, juf” roept.

Ben je dat met ons eens? Help ons dan. Word lid van onze, maar ook jouw, vereniging. Voor €25,- per jaar. Waarom lidmaatschap van de VBV zo goedkoop is? Dat komt omdat iedereen bij de VBV alles op vrijwillige basis en onbezoldigd doet. We bezoeken kazernes, spreken met commandanten en managers, en adviseren rechtstreeks politici en de minister van V&J. Wil je hier meer over weten, volg ons dan op Facebook en Twitter en bezoek regelmatig onze website. …

Zorgwekkende conclusies Inspectie SZW

inspectie-szwDe VBV heeft met grote zorg kennisgenomen van de conclusies in de factsheet van de Inspectie SZW. Deze factsheet (download deze hier) schetst een onthutsend beeld van het arbobeleid, of beter gezegd; het gebrek daaraan in de bezochte veiligheidsregio’s. Het bevestigt ons beeld van een zorgelijke vorm van passiviteit bij belangrijke risico’s zoals deze zich tot voor kort hebben gemanifesteerd bij de brandweer. Wij refereren hierbij o.a. ook aan de incidenten met de snelkoppelingen op ademluchtapparatuur, de uitvoering van het PPMO, de “spannende momenten” bij de megabrand op de Hoge Veluwe, de ‘zeer gevaarlijke situaties’ bij de toepassing van schuimsystemen, en de veiligheid bij de inzet van afwijkende voertuigbezettingen die door de VBV onder de aandacht zijn gebracht maar tot dusver weinig gehoor vonden bij de verantwoordelijke partijen. Het gevoel van urgentie ontbreekt.

Ga hier naar het bericht van de Inspectie SZW.

Historie 
Begin 2005 constateerde de Inspectie OOV (nu Inspectie VenJ) na een uitvoerig onderzoek naar het veiligheidsbewustzijn van brandweerpersoneel, dat ondanks de vele aansporingen in onder meer de incidentrapporten van de Inspectie OOV, de brandweer nog steeds niet of nauwelijks leert van ongevallen. De minister gaf toen in zijn reactie aan dat het oplossen van de door de Inspectie OOV geconstateerde problematiek een langdurig traject zou zijn. Dat de Inspectie SZW (voorheen Arbeidsinspectie) 10 jaar later voor de derde keer op rij soortgelijke conclusies trekt is treffend maar bovenal zorgwekkend. Het feit dat overheidsorganen zich niet aan de wet- en regelgeving houden, vinden wij ontoelaatbaar. Vooral als het gaat om de veiligheid van onze hulpverleners. De rechten en plichten op het terrein van veilig werken zijn immers genoegzaam bekend.

Op de goede of de verkeerde weg?
Hoewel er zeker ook stappen zijn gezet op het gebied van veilig werken, doordat opleidingen, trainingen, oefeningen, procedures en middelen verder zijn doorontwikkeld, blijken regio’s totaal verschillende opvattingen te hebben over veiligheid en is er van uniformiteit nauwelijks sprake. Brandweer Nederland is niet één brandweerorganisatie met algemeen geldende standpunten en zienswijzen maar een samenstel van 25 zelfstandig werkende organisaties die vooral reactief functioneren. De vakinhoud lijkt ondergeschikt te zijn geraakt aan politiek bestuurlijke doelstellingen en ingrijpende bezuinigingen.

De VBV wordt regelmatig deelgenoot van en betrokken bij problemen, ook op het gebied van veiligheid en arbeidsomstandigheden, die onze achterban ondervindt bij de uitvoering van hun taken in het kader van de brandweerzorg. Veelal blijkt dat veiligheidsregio’s deze problemen onvoldoende onderkennen, onvoldoende aanpakken of zelfs geheel wegwuiven. De afstand die de regio’s hebben gecreëerd tussen management en werkvloer zorgt ervoor dat deze problemen veelal blijven hangen in de ‘tussenlaag’. Sprekende voorbeelden daarvan zijn het verschil van inzicht over het gebruik van snelkoppelingen bij ademluchtapparatuur en het uitvoeren van een RI&E, zoals o.a. het onder dreiging met juridische stappen afdwingen ervan.

Wij doen daarom een klemmend beroep op de verantwoordelijke partijen om de wet- en regelgeving na te leven en doeltreffende maatregelen te nemen. Daarbij omarmen wij het voorstel van de Inspectie SZW dat er een landelijk platform komt voor het analyseren van incidenten, bijstellen van werkwijzen, RI&E en arbocatalogus. Een landelijk platform dat alleen kan functioneren met een juiste vertegenwoordiging van de werkvloer en een werkbaar mandaat. De VBV ziet hier zeker een rol voor zich weggelegd. Voor de kwaliteit van  onze advisering doen wij naast onze eigen kennis vaak een beroep op de deskundigheid binnen de NVVK-OBO (Nederlandse Vereniging voor Veiligheidskunde) waarmee de VBV in 2008 een samenwerkingsconvenant heeft gesloten.

RI&E en betrokkenheid medewerkers
Bij Brandweer Nederland staat het vergroten van het veiligheidsbewustzijn van burgers hoog op de agenda. Voor het veiliger maken van het werk van de brandweerman en –vrouw heeft men de vakgroep Arbeidsveiligheid in het leven geroepen. Wij loven de ambities van deze vakgroep op het gebied van het delen en analyseren van informatie over gevaarlijke situaties, ongevallen en beroepsziekten. Gelijktijdig constateren wij een zorgelijke vorm van passiviteit die zich o.a. uit bij de moeizame totstandkoming van RI&E’s en andere prioritaire onderwerpen zoals ‘Uitruk op maat’, de gevaarsaspecten bij toepassing van schuimsystemen, de eerder genoemde snelkoppelingen en het PPMO.

Met onze constateringen en de harde conclusies van de Inspectie SZW is de vraag gerechtvaardigd of de lijnverantwoordelijken en het werkveld, en daarmee ook de Ondernemingsraden (OR) voldoende betrokken zijn bij de vormgeving van het arbeidsomstandighedenbeleid en het naleven van de voorschriften in hun regio. Onze ervaring leert dat met name Vrijwilligers op de uitrukposten niet of nauwelijks aan het woord komen in dit proces. Bestuur en management trachten de gecreëerde afstand tot de werkvloer te repareren door zich veelal te richten op de Ondernemingsraden. De verwijzing naar enkele Vrijwilligers in een OR biedt echter geen enkele garantie dat in veiligheidsregio’s met soms meer dan 60 vrijwilligerskazernes, de stem van deze mensen ook gehoord wordt, om van het uitoefenen van invloed nog maar te zwijgen. De VBV ziet wel kansen om deze leemte op te vullen. De bouwstenen uit de ‘Visie op Vrijwilligheid’ bieden daarvoor een ideale basis. In een eenduidige uitvoering ervan ligt de sleutel tot succes.

Samenvatting
De conclusies in de factsheet van de Inspectie SZW vragen om maatregelen. Het feit dat veiligheidsregio’s zich niet aan de wet- en regelgeving houden, vinden wij ontoelaatbaar. Daarvoor is naar onze mening de minister van Veiligheid en Justitie als systeemverantwoordelijke voor de brandweerzorg, aan zet. Hoewel er in het afgelopen decennium veelvuldig is gesproken, geschreven en projecten zijn gestart betreffende het verbeteren van de arbeidsveiligheid, zijn de beoogde doelstellingen klaarblijkelijk niet gehaald en zien we zelfs tegengestelde bewegingen zoals bij de uitvoering van het PPMO en ‘Uitruk op maat’, waarover wij de Inspectie SZW vorig jaar per brief hebben geïnformeerd. Het beheersen van de risico’s bij de brandweer vraagt om maatwerk waarbij een brede betrokkenheid en draagvlak van de werkvloer van essentieel belang is voor een goed resultaat. Wij omarmen het voorstel voor een platform voor het analyseren van incidenten, bijstellen van werkwijzen, RI&E en arbocatalogus.

Woordvoering:
Marcel Dokter, voorzitter VBV
06-51272859