De zorg en ondersteuning aan brandweermensen die trauma’s hebben opgelopen door hun werk schiet ernstig tekort. Zieke brandweermensen worden regelmatig aan hun lot overgelaten, blijkt uit onderzoek van Zembla. De reportage die Zembla daarover maakte droeg de toepasselijke titel ‘Opgebrand’ en is samen met ingrijpende persoonlijke verhalen van brandweermensen terug te zien via de website van Zembla.

Afgelopen zomer haalde het verhaal van oud-brandweerman Ruud Lohuis al het landelijk nieuws. Ook Ruud raakte getraumatiseerd door zijn werkzaamheden en voerde een jarenlange strijd om erkenning van wat hem is overkomen. Zijn klachten vonden geen gehoor bij zijn leidinggevenden en collega’s. Nadien ging Ruud gebukt onder herbelevingen en angsten, wat vervolgens heeft geleid tot de gestelde diagnose posttraumatische stressstoornis (PTSS). De rechter bepaalde vervolgens dat brandweermensen met PTSS hun werkgever sneller aansprakelijk kunnen stellen. Dat is een goede ontwikkeling, maar wat zegt dat eigenlijk over de rol van de werkgevers?

Wrange conclusie
De weigerachtige houding van sommige werkgevers in dit soort omstandigheden gaf de Vakvereniging Brandweer Vrijwilligers (VBV) opnieuw aanleiding om dit onderwerp te agenderen en te pleiten voor een omslag in denken, maar vooral ook in het doen door de 25 veiligheidsregio’s. Want als het gaat om arbeidsveiligheidsbeleid bij de brandweer in het algemeen en de erkenning van beroepsziekten zoals PTSS in het bijzonder, geeft ‘Brandweer Nederland’ niet thuis of haalt nonchalant de schouders op.

De voorzitter van de Raad Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio (RCDV) geeft tegenover Zembla toe dat getraumatiseerde brandweermensen al jarenlang onvoldoende hulp krijgen. “Dat is al 20 jaar zo. Dat is een wrange conclusie.” Maar deze wrange conclusie staat helaas niet op zichzelf. Terwijl veiligheid en gezondheid op het werk een wettelijke en maatschappelijke plicht is, constateren wij al jaren een zorgelijk vorm van passiviteit als het gaat om de zorgplicht van de werkgevers en het treffen van adequate maatregelen om te voorkomen dat brandweermensen in de uitoefening van hun werkzaamheden schade lijden door beroepsziekten of ongevallen.

Onverschilligheid?
Kenmerkend hiervoor zijn de bevindingen van de Arbeidsinspectie inzake veilig en gezond werken bij de brandweer en wat er sindsdien terecht is gekomen van de door het Veiligheidsberaad beloofde verbeteringen op het gebied van arbeidsveiligheid bij de brandweer. Maar in plaats van een adequate opvolging van de aanbevelingen, is met het gerommel met de ‘Arbocatalogus Brandweer’, het uitblijven van de voorgestelde gezondheidsmonitoring, het vastlopen van de Strategische doelstellingen van het Kenniscentrum Arbeidsveiligheid (KCAV) van het NIPV, c.q. het opheffen ervan per 1 januari 2022, en het feit dat nog slechts 3 van de 25 veiligheidsregio’s zijn aangesloten bij het Steunpunt Brandweer het thema arbeidsveiligheid bij de brandweer steeds verder naar de achtergrond gedirigeerd.

Dat geeft weinig vertrouwen en is geen fraai uithangbord voor het vinden en binden van brandweermensen.

Ondertussen heeft “Brandweer Nederland” in het kader van ‘schadebeperking’ een video opgenomen waarin met enige schroom wordt teruggekeken op de uitzending. Daarnaast haasten verschillende veiligheidsregio’s zich te benadrukken dat het allemaal wel meevalt en hoe goed ze de nazorg voor hun eigen personeel hebben ingericht.

Echter; door het ontbreken van betrouwbare statistische informatie is het onmogelijk om gevalideerde uitspraken te doen over de omvang en ernst van PTSS binnen de gelederen van de brandweer en het niveau van de nazorg.

Helaas is dat niet alleen bij PTSS het geval, maar bijvoorbeeld ook bij het registreren en leren van (bijna)ongevallen. Dat maakt dat we alleen maar kunnen gissen naar de feitelijke omvang van de problematiek en de kwaliteit van de geboden nazorg.

Brandweervrijwilligers
Een ander belangrijk, en helaas wat onderbelicht element is de positie van de brandweervrijwilligers bij het thema PTSS en beroepsziekten. Brandweervrijwilligers hebben weliswaar een aanstelling bij de veiligheidsregio, maar werken doorgaans bij een andere hoofdwerkgever, in een andere bedrijfstak. Vrijwilligers komen met hun gezondheidsklachten dan ook niet op het spreekuur van de bedrijfsarts van de veiligheidsregio, maar bij de Arbodienst van hun hoofdwerkgever en diens bedrijfstak.

Het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten heeft ons desgevraagd gemeld dat bij beroepsziektemeldingen tussen beroeps- en vrijwillige brandweermensen men afhankelijk is van de toelichting (vrije tekstvelden) die bedrijfsartsen geven bij het beroep. Daarnaast is het maar de vraag of de betreffende bedrijfsarts objectief kan vaststellen of de ziekte of aandoening het gevolg is van het werk bij de brandweer of zijn werk voor de hoofdwerkgever.

Mochten vrijwilligers na hun vertrek bij de brandweer klachten ontwikkelen of ziek worden als gevolg van hun werkzaamheden bij de brandweer, draait de hoofdwerkgever op voor het verzuim en de daaraan verbonden kosten en haalt de veiligheidsregio de schouders op.

Vinger op de zere plek
Nu Zembla met de reportage ‘Opgebrand’ op zeer indringende wijze de vinger op de zere plek heeft gelegd, stromen de reacties binnen. Overwegend weinig vleiend van aard.
Het gebrek aan empathie, dat in de uitzending door “Brandweer Nederland” aan de dag werd gelegd, wordt op de werkvloer als ronduit stuitend en beschamend ervaren. Bovendien kunnen we concluderen dat structurele oplossingen en concrete aanbevelingen tot verbeteringen, zoals bijvoorbeeld het Steunpunt Brandweer en de adviezen van de Arbeidsinspectie stelselmatig als ‘onverbindend’ ter zijde worden geschoven of zelfs volledig worden genegeerd, waarbij veiligheidsregio’s zich veelal verschuilen achter hun autonome bevoegdheden.

Die bevoegdheden leiden veelal naar eigen oplossingsrichtingen en interventiemethoden, waarvan de kwaliteit en effectiviteit niet onafhankelijk en objectief kunnen worden beoordeeld. Dat staat een uniforme en professionele aanpak in de weg. Terwijl getraumatiseerde collega’s moeten kunnen vertrouwen op professionele psychosociale ondersteuning, ongeacht of je een beroepsmatig of een vrijwillig dienstverband hebt en in welk deel van het land je woont.

Gevaarlijke optelsom
De optelsom van alle hierboven omschreven verschijnselen en gebeurtenissen wijst op een structureel probleem en vormt naar ons oordeel een serieuze bedreiging voor de veiligheid en gezondheid van onze brandweermensen.

Daarom vinden wij het de hoogste tijd voor de regering en Staten-Generaal om als wetgever een eind te maken aan de bevoegdheden die hebben geleid tot een mengelmoes van uiteenlopende (na)zorgniveaus in de 25 veiligheidsregio’s. Geen enkele brandweerman of -vrouw moet hoeven te vrezen voor de gevolgen als hij/zij onverhoeds ziek wordt en blijft als gevolg van zijn/haar werk bij de brandweer. De hoofdvraag blijft natuurlijk; welke maatregelen er nu concreet worden genomen om dat te bewerkstelligen en te verankeren in een landelijke regeling die brandweermensen houvast biedt. De gezamenlijke vakorganisaties hebben in september 2023 al een voorstel voor een landelijke regeling bij de werkgevers ingediend.

Daarnaast hebben we begrepen dat het onderwerp ook in de Tweede Kamer tot beroering heeft geleid. Wij wachten daarom met spanning af welke maatregelen de wetgever gaat nemen om brandweermensen, die zich vierentwintig uur per dag, zeven dagen in de week met hart en ziel inzetten voor de samenleving, te helpen wanneer ze zelf in de verdrukking komen.

Wordt vervolgd.

Uiteraard kun je ook voor vragen en/of opmerkingen over dit onderwerp contact met ons opnemen.