Redactie

De beleving bij de brandweer

Deze week verscheen het belevingsonderzoek repressief brandweerpersoneel 2021. Net als in 2017 is ook nu onderzoek gedaan naar hoe de brandweermensen het werk en de organisatie waarin zij dat werk doen ervaren. Een gedegen onderzoek, dit keer door het NIPV waar de branche trots op kan zijn.

De verbondenheid met de eigen kazerne, trots op het vak en het werk dat wij bij de brandweer doen zijn ook dit keer weer hele mooie onderzoeksresultaten.

In het vorige onderzoek was de enorme afstand tussen het management van de veiligheidsregio en de werkvloer wel de meest in het oog springende uitkomst. Helaas lijkt hierin niet zo veel veranderd. Verder vindt de VBV dat er aandacht moet komen voor een groter gevoel van veiligheid, want in een open organisatie voelt iedereen zich veilig om iets bespreekbaar te maken zonder daar op afgerekend te worden. Het mag niet zo zijn dat ongeveer 2 op de 5 mensen dit niet durven. Ook het gevoel van 1 op de 10 mensen dat zij afgerekend worden op gemaakte fouten moet weg.

Nadruk op alleen de positieve uitkomsten van het onderzoek zullen het gevoel van veiligheid niet vergroten. De gevoelde afstand met het management zal hierdoor voor de werkvloer alleen maar worden bevestigd of, erger nog, benadrukt.

Daarom zal de VBV zich in de komende periode blijven inzetten voor meer regelruimte aan de basis van de brandweer organisatie. Ruimte voor de mensen die het hulpverleningswerk moeten doen. Daar hoort dienend leiderschap bij. Leiders die aandacht hebben voor wat de doeners nodig hebben. Dit in een organisatie waarin mensen worden gestimuleerd om uit te spreken wat ze dwars zit en wat beter kan.

Als wij dat voor elkaar krijgen, dan wordt de afstand kleiner en de organisatie beter. Als pijnpunten worden benoemd en aangepakt, dan pas is een belevingsonderzoek zinvol. Anders is het nu en ook over 4 jaar weggegooid geld. Daarom gaan wij voor luisteren naar elkaar, op weg naar beter en veilig bij de brandweer.

Marcel Dokter
Voorzitter.

Belevingsonderzoek repressief brandweerpersoneel 2021

Met enthousiasme heeft de VBV kennisgenomen van het ‘Belevingsonderzoek repressief brandweerpersoneel 2021’. Niet alleen was er een uitzonderlijk goede respons van al onze collega’s uit de operatie, ook de uitvoering van het onderzoek en de analyse door het NIPV mag op complimenten rekenen. Het belevingsonderzoek 2021 bevat een aantal interessante bevindingen, waarbij de VBV zich in sommige gevallen verbaast over de interpretatie die gegeven wordt aan de data. Enkele opvallende uitkomsten lichten wij vanuit ons perspectief graag toe.

Onze Vrijwilligers kiezen voor het brandweervak en willen een verschil maken in de eigen gemeente. De verbondenheid met de eigen post is hoog. Echter, werving blijft een constante uitdaging. Bovendien krijgt de veiligheidsregio een krappe voldoende: de verbondenheid met de regio is laag. Veel Vrijwilligers zijn het er over eens dat de veiligheidsregio de Vrijwilliger onvoldoende ondersteunt in het uitvoeren van zijn/haar taken.

Ons grootste zorgpunt zit in de werksfeer en ervaren veiligheid binnen de veiligheidsregio. Ongeveer 2 op de 5 mensen voelt zich onvoldoende veilig om iets bespreekbaar te maken zonder daar op afgerekend te worden. 1 op de 10 mensen vindt dat fouten tegen hen gebruikt kunnen worden. Deze aantallen representeren wat de VBV betreft de ervaren veiligheid op de werkvloer en moet bij uitstek een speerpunt voor de veiligheidsregio’s zijn voor de komende jaren. De analyse van de VBV is dat dit met name in de lijnorganisatie zit.

De kloof tussen werkvloer en management lijkt in de afgelopen jaren alleen maar groter te zijn geworden. De recente voorbeelden in Noord-Holland Noord zijn exemplarisch voor het gebrek aan dialoog en begrip van het management voor de taakuitoefening en positie van de Vrijwilliger. Vanzelfsprekend hangt dit nauw samen met een afrekencultuur en de ervaren veiligheid zoals hierboven beschreven.

Hoewel het belevingsonderzoek een stijgende lijn laat zien in de ontwikkeling van de veiligheidsregio en de rol van de Vrijwilliger daarheen, zitten er enkele fundamentele aandachtspunten in het onderzoek. De VBV zal zich hard blijven maken om dit ook in de toekomst breed onder de aandacht te brengen en zal hierover het gesprek aangaan met de directeuren, het ministerie en de politiek.

‘Vervelend’ (maar we gaan wel door)

Half mei presenteerde het management van de brandweer in de veiligheidsregio Noord-Holland Noord (VRNHN) haar plannen voor een toekomstbestendige brandweerzorg. Deze plannen voorzien in het sluiten van tenminste twee posten en het inperken van het takenpakket op 14 andere. Die plannen zijn op de betreffende brandweerkazernes ingeslagen als bom en hebben gezorgd voor de nodige onrust en wantrouwen. De uitleg over de bedoeling van de plannen door het management van de brandweer en de Bestuurlijk portefeuillehouders brandweer in de VRNHN, doet vele wenkbrauwen fronsen. 

Ook de VBV heeft met enige verbazing kennisgenomen van het bericht dat namens het management van de brandweer in de VRNHN en de Bestuurlijk portefeuillehouders brandweer vrijdag 17 juni jl. bij de brandweermensen in de VRNHN in de digitale brievenbus belandde. Even later begeleid door een persbericht/artikel in het Noordhollands Dagblad. De strekking van het bericht: ’vervelend dat zaken anders zijn overgekomen dan bedoeld’. Volgens de VRNHN bestaat er helemaal geen ‘reorganisatieplan’, maar is er sprake van een ‘denkrichting’ en is niks ‘in beton gegoten’. ‘Daarom zullen we de komende maanden, tot eind van dit jaar, de tijd nemen om met iedereen in gesprek te gaan, de analyse te delen en de oplossingen met elkaar te verkennen.’

Waarheid als een koe
Dat klinkt allemaal heel sympathiek, maar lijkt meer op een woordenspel dan op een concrete toezegging. De argeloze lezer of toehoorder zou zomaar kunnen denken dat hier sprake is van een misverstand. Maar dat is het nadrukkelijk niet. Dat de plannen nog niet ‘in beton zijn gegoten’ is op grond van het bestuurlijk uitgestippelde tijdpad (zoals opgenomen in het voorstel) immers een waarheid als een koe. Volgens het artikel in het Noordhollands Dagblad lijkt de koers van de VRNHN onverminderd gericht op besluitvorming (na zienswijzeprocedure) over het ‘organisatieplan 2022 – 2025’ in de vergadering van het algemeen bestuur op 2 december aanstaande.

Daarnaast lijkt het bericht van de VRNHN nogal rooskleurig in relatie tot de feiten zoals wij die kennen. De verklaring van de woordvoerder van de VRNHN in het krantenartikel, dat het niet zo is ‘dat iets op papier staat en het dat ook wordt’, is veelzeggend. Belangrijker is immers de vraag of hetgeen dat op papier staat wel klopt? Kunnen we er wel blindelings van uitgaan dat de informatie in de voorstellen van de VRNHN in overeenstemming is met vigerende normenkaders en geldende wet- en regelgeving?

Zo blijkt uit de schriftelijke adviezen van de VRNHN aan de gemeenten Hollands Kroon en Koggenland om geen nieuwbouw meer te realiseren voor de kazernes in resp. Slootdorp en Ursem, dat het duidelijk gaat om een ‘advies’ en niet om een ‘denkrichting’. In deze adviezen staat ook dat in de eerste termijn van 2023 een ‘brandweerzorgplan’ volgt. Volgens de VRNHN zal in deze planvorming (in de praktijk dekkingsplan genoemd) worden voorgesteld de kazerne in Slootdorp en Ursem op termijn niet langer te gebruiken. Ook dat duidt niet op een ‘denkrichting’, maar op een plan. Voorbarig bovendien, rekening houdend met de rol van de gemeenteraden en de voornemens van de minister van Justitie en Veiligheid. Bij de uitleg (half mei) over de ‘vernieuwde inrichting van de repressieve brandweerzorg’ aan de postcommandanten ging het ook niet over een ‘denkrichting’ maar een plan. In het bijzonder m.b.t. de werkwijze voor de 14 FR/SK posten en de daaraan gekoppelde taakstelling.

Emoties of spijkerharde feiten?
Het ‘met elkaar verkennen van oplossingen’ klinkt sympathiek, maar smaakt bij het leeuwendeel van de 1200 vrijwilligers in de VRNHN als mosterd na de maaltijd. Gelet op het vervolgproces met de voorgenomen bespreking van het eerste concept van het ‘brandweerorganisatieplan 2022 – 2025’ in de (besloten) algemeen bestuursvergadering van 8 juli as. wordt het wel erg kort dag voor deze verkenning. Maar, een korte verkenning is natuurlijk ook een verkenning. Misschien dat een duidelijk beeld van en inzicht in het gehanteerde ‘risicomodel’ en in de ervaren ‘problemen’ bij de brandweer, anders dan de door het bestuur opgelegde bezuinigingstaakstelling voor 2022 en 2023, hierbij kan helpen. Het is bovendien maar de vraag of de ‘opgehaalde ideeën’ en keuzes van de VRNHN vervolgens passen in de verkenningen in de overige 24 veiligheidsregio’s en het standpunt van het kabinet om te komen tot gedeelde kaders en uniforme werkwijzen.

Op grond van de gepresenteerde plannen en de daardoor ontstane twijfels en onrust, is het vertrouwen van de burgers en gemeenteraden in het functioneren van de VRNHN-organisatie aanzienlijk gedaald. Dat terwijl de brandweer in ons land de hoogst gewaardeerde overheidsorganisatie is en burgers er de sterkste band mee voelen. Dat gevoel en vertrouwen in de lokale vrijwillige brandweer heerst ook bij burgers in de VRNHN. Lokale brandweerzorg, van oudsher met passie en gedrevenheid geworteld in de lokale gemeenschap. Zij leveren een onmisbare bijdrage aan de veiligheid van die gemeenschap: een primaire levensbehoefte. Daarom is het half mei over de schutting van de 52 kazernes gegooide voorstel bij die 1200 vrijwilligers ingeslagen als een bom.

Die 1200 vrijwilligers, mensen die veel van hun vrije tijd opofferen. Dag en nacht klaar staan om hun medeburgers in nood de helpende hand te reiken, zijn flink op hun ziel getrapt. Zij schieten niet zoveel op met ‘begrip voor emoties’. Zij willen dat het voorstel wordt ingetrokken en dat de VRNHN haar theoretische standpunten en plannen van een deugdelijke motivering voorziet. Dan wel te reageren op de inhoud van onze brief van 7 juni jl. Die gaat immers niet over emoties, maar over spijkerharde feiten in het hier en nu.

Problemen!?
Aan de andere kant worden problemen met het op pijl houden van het aantal vrijwilligers zeker niet ontkent. Ze vragen om een nuancering én een doelgerichte aanpak. De aangevoerde probleemstelling komt namelijk exact overeen met die uit 1991. De focus op de uitstroom van vrijwilligers moet worden verlegd naar de instroom. Actieve werving en initiatieven om burgers ertoe te bewegen verantwoordelijkheid te nemen voor de leefbaarheid in de eigen woonomgeving en daaraan actief bij te dragen. In andere regio’s lukt dat ook. Vrijwilligheid is springlevend, je moet er alleen in investeren. Met goede plannen. Daarvoor wil de VBV wel een helpende hand uitsteken en de schouders eronder zetten. Alles voor een toekomstbestendige en adequate brandweerzorg op elke plek in de VRNHN.

Waar blijft de brandweer?

De afgelopen weken stonden voor de Vakvereniging Brandweer Vrijwilligers(VBV) in het teken van de onrust in Noord-Holland Noord. In deze veiligheidsregio (VRNHN) heeft de leiding het plan opgevat om 2 kazernes te sluiten en in 14 kazernes het aantal taken te beperken. Hier wordt het personeel dan minder breed opgeleid en de brandweerauto’s van minder spullen voorzien. Als de plannen doorgaan dan ontstaat er een driedeling in het systeem waarmee de brandweerzorg in deze veiligheidsregio wordt uitgevoerd.

Opgeroepen door haar leden in de kop van Noord-Holland heeft de VBV zich in de plannen verdiept. Omdat de onrust bij de achterban zeer groot was hebben wij ook een bijeenkomst belegd. Na bestudering van de voorgenomen plannen komt de VBV tot de conclusie dat het plan van de VRNHN er voor zorgt dat de brandweerzorg in die regio ver door de ondergrens zakt. En dat hebben wij zo gecommuniceerd.

Immers de VBV verenigd zich rond het brandweervak. Wij zijn trots op wat de brandweer kan en hoe betrokken burgers in hun eigen leefomgeving anderen helpen wanneer zij om hulp vragen. Daar hebben wij in Nederland afspraken over gemaakt. Hoe wij dat doen en hoe snel wij er willen zijn wanneer de nood hoog is.

In het verleden was de brandweer gemeentelijk georganiseerd maar werden de 22.000 mensen volgens de landelijke standaard opgeleid en maakten wij allemaal gebruik van een standaard voertuig.  Daardoor stond er in elke kazerne in het land een brandweerauto met dezelfde pompcapaciteit, watertankinhoud, aantal slangen en watervoerende armaturen. Kortom de tankautospuit. Later kwamen daar ook de basis hulpverleningsgereedschappen bij. Dit alles volgens de standaard bepakkingslijst van het ministerie van binnenlandse zaken. In de auto zes brandweermensen die volgens de richtlijnen van hetzelfde ministerie waren opgeleid en geëxamineerd. De chauffeur, de bevelvoerder en vier manschappen. Voor verschillende soorten gebouwen en incidenten werden normen voor de opkomsttijd vastgesteld.  Daarbij werd de woningbrand op 8 minuten gesteld en met circa 1000  kazernes in ons land kan dit op een redelijke manier worden uitgevoerd. Natuurlijk zijn er afgelegen gebieden waar de brandweer er langer over deed maar je kunt nu eenmaal niet op de hoek van elke straat een brandweerkazerne plaatsen.

Omdat een aantal bovengemeentelijke zaken niet goed waren geregeld en om de kwaliteit van de brandweer op een gelijk, voldoende hoogwaardig niveau te houden werd de brandweer geregionaliseerd en ondergebracht in 25 veiligheidsregio’s. Door bezuinigingen en het afstoten van brandweerauto’s zijn er van de 22.000 vrijwilligers inmiddels nog 19.0000 over. Het wonderlijke is dat in verschillende veiligheidsregio’s de brandweerauto’s niet meer volgens dezelfde standaard worden ingericht. Dus in plaats van uniform, steeds meer verschillend.

In Noord-Holland Noord is men nu blijkbaar zo ver dat de standaard nog verder wordt uitgekleed. Vanuit 14 kazernes kan een brand in een woning niet meer binnen worden geblust wanneer de brand groter is dan een prullenbak. Op vragen vanuit een gemeenteraad kwam van de veiligheidsregio het antwoord dat de opkomsttijd voor een woongebouw met verminderd zelfredzame bewoners na invoering van het plan nog altijd binnen de wettelijke opkomsttijd van 18 minuten zal zijn. (we hadden toch in ons land afgesproken dat we daar met 6 minuten zijn?).

De VBV begrijpt de onrust van de vrijwilligers in Noord-Holland Noord. Wij begrijpen de vragen van parlementariërs, gemeenteraadsleden en de pers. Wat wij niet begrijpen is dat het van de leiding van de brandweer in ons land zo stil blijft. Waar blijft de brandweer?

Wie bewaakt de kwaliteit van de brandweerzorg en rampenbestrijding in ons land? Wie ziet toe op een gelijkwaardig en voldoende hoog niveau van hulpverlening?

Wij hebben begrepen dat de VBV door sommigen wordt gezien als oproerkraaiers. Dat is niet zo maar als wij de enigen zijn die zich verweren tegen zo’n ondoordachte aantasting van de kwaliteit van de brandweer in ons land dan moet het maar. Een betrokken inwoonster met een zorgboerderij uit Noord-Holland sprak tijdens een inspreek gelegenheid een mooie zin. Wat een veiligheidsregio is weet ik niet, maar wat onze brandweer is weet ik des te beter!

Voor die brandweer zet de VBV zich in. Wij roepen de leiders van de brandweer in Nederland op hetzelfde te doen. De vrijwilligers kunnen op de VBV rekenen. De VBV rekent op de commandanten en directeuren van de andere 24 veiligheidsregio’s. Tenslotte en bovenal op de bewakers van het systeem brandweer. De minister van Justitie en Veiligheid. Stop alstublieft deze afbraak van de brandweerzorg in ons land.

Alleen dan blijft de brandweer!

Marcel Dokter.

De Prullenbak Brandweer van Noord-Holland Noord.

De aangekondigde reorganisatie van de brandweer in de veiligheidsregio Noord-Holland Noord is volgens de directeur veiligheidsregio Krishna Taneja geen bezuiniging. Van de 52 locaties (hij noemt het geen kazernes) wordt een derde verzwaard, een derde blijft hetzelfde en een derde wordt verlicht. Dat valt dus wel mee zou je zo denken. Maar is dat ook zo?

Waarom is er zoveel onrust ontstaan over dit plan bij de mensen die het hart van de organisatie vormen, de Brandweer Vrijwilligers in Noord-Holland Noord?
Wat betekent de verlichting zoals de directeur veiligheidsregio het noemt? Wat zijn de effecten voor de kwaliteit van de hulpverlening en hoe verhouden de voorgenomen plannen zich tot de veiligheid voor die Brandweer Vrijwilligers en de dorpsgenoten in nood die zij moeten gaan helpen?

Op zoek naar de antwoorden op die vragen kwam ik terecht in het document “werkwijze First Responder en Slagkracht eenheden veiligheidsregio Noord-Holland Noord”. Want deze FR/SK kazernes is de nieuwe brandweernaam voor de “verlichte” een derde uit de typering van de directeur veiligheidsregio.

Het document start met de constatering dat de samenleving verandert, vrijwilligers niet goed kunnen worden gevonden en behouden. Dat komt door de veranderende maatschappij en cultuur. Het huidige bedrijfsmodel van de brandweer heeft zijn grenzen bereikt. Ook wordt nog gemeld dat het aantal incidenten niet afneemt. Zij worden enerzijds complexer maar anderzijds vraagt het merendeel van de incidenten een laag kennis en vaardigheidsniveau.

De oplossing wordt deels gevonden in de FR/SK kazerne. Kort uitgelegd, deze 14 kazernes zijn straks als eerste bij elk incident maar hebben een lager brandweerkennis en kunde niveau. Zelfs voor de bevelvoerder wordt gesteld dat de huidige opleiding te zwaar is. De manschappen worden brandweer assistenten. Wat deze blusgroep dan nog kan? Bij een brand mag alleen maximaal 1 klein voorwerp in brand staan (Prullenbakbrand) zo staat letterlijk in het document. Het moet te blussen zijn met een klein blusmiddel (dat kan de bewoner eigenlijk zelf toch?).

Doorlezend in het document kom je zo tot de conclusie dat FR/SK eigenlijk alleen kleine klussen kan oplossen met een laag risico. Eigenlijk de klussen waarvoor de brandweer niet snel ter plaatse hoeft te zijn. De taken waarvoor de brandweer in Nederland snel ter plaatse moet zijn kunnen door de FR/SK teams niet worden vervuld. Daarvoor zijn basis kazernes of zelfs specialisten nodig. Zo worden 14 kazernes in Noord-Holland Noord dus feitelijk tweederangs brandweer. (Als zich daar een complexer incident voordoet dan kunnen zij geen adequate hulp verlenen, laat staan veilig optreden).

Zij zijn er wel lekker snel maar kunnen weinig tot niets doen als er echt sprake is van een maatgevend incident. De Brandweer Vrijwilliger van deze kazerne kan dus bij bekenden in zijn / haar woonplaats voor de deur van een brandend huis wachten totdat de kazerne met de echte brandweermensen ter plaatse is. Pas dan kan worden gestart met de redding of de binnen aanval.

Bij ongevallen met beknelling kan alleen stabilisatie worden gedaan aan de buitenkant van een voertuig. Slachtofferhulp kan eigenlijk niet omdat het Crash Recovery Systeem niet wordt voorzien bij de FR/SK. Dus je kunt niet zien wat onveilig is of de eigen veiligheid bedreigt.

Al lezend begreep ik steeds meer van de onrust van onze achterban in Noord-Holland Noord. De uitspraken van de directeur veiligheidsregio komen op mij over als een holle frase. Dit heeft niets met verlichten te maken, dit is pure afbraak en bovendien onveilig.

Daarom heeft de VBV besloten de onrust die is ontstaan met onze achterban te gaan bespreken. Wij zullen er samen met hen alles aan proberen te doen om te voorkomen dat de Prullenbak Brandweer voet aan de grond krijgt in Noord-Holland Noord. Een regio die toch al onder het noodzakelijke niveau zat wordt anders nog verder uitgekleed. In de regio zullen wij als het aan ons ligt de gemeenteraden oproepen dit plan niet goed te keuren. De minister van Justitie en Veiligheid zullen wij in ieder geval vragen haar systeemverantwoordelijkheid te nemen en de leden van De Tweede Kamer zullen wij vragen om de minister hierop aan te spreken.

De leden van de VBV in Noord-Holland Noord kunnen op onze inzet rekenen. Wij zullen ons hardmaken voor een veilige en kwalitatief hoogwaardige brandweerzorg voor hulpverleners en burgers. Dus ook in Abbekerk, Akersloot, Berkhout, Blokker, Breezand, Dirkshorn, Groet, Heerhugowaard-De Noord, Hippolytushoef, Koedijk, Limmen, Slootdorp, Ursem, Wervershoof en Wieringerwaard.

Tenslotte vroeg ik mij af hoe de bestuurders in Noord-Holland Noord denken dat rampenbestrijding in hun regio vorm moet krijgen als straks bijna alle echte slagkracht is wegbezuinigd? Of kunnen wij allemaal rustig gaan slapen omdat er zich toch bijna nooit een ramp voordoet. Na ons de zondvloed is ook een soort van voorbereiding……

Marcel Dokter
Voorzitter

Veiligheidsregio Noord-Holland-Noord speelt gevaarlijk spel

Met het presenteren van onrustbarende toekomstplannen, waarin een viertal brandweerkazernes gaan verdwijnen en 14 kazernes een uitgekleed takenpakket krijgen toebedeeld, heeft het bestuur en de korpsleiding van de veiligheidsregio Noord-Holland-Noord (VRNHN) zich terecht de woede van veel van haar Brandweer Vrijwilligers op de hals gehaald. De beoogde organisatorische wijzigingen raken het fundament van vrijwilligheid en doen geen recht aan de onmisbare pijler die brandweer vrijwilligers zijn voor de fysieke en maatschappelijke veiligheid in hun directe omgeving. De emoties die het voorgenomen besluit los maken zijn terecht en meer dan normaal. De VBV steunt alle betrokken vrijwilligers bij het opkomen voor veiligheid in hun omgeving en het behouden van de brandweervrijwilligheid. Daarom is het bestuur van de VBV voornemens om woensdagavond 1 juni aanstaande om 19.30 uur in Wieringerwerf in een veilige omgeving de plannen met haar achterban te gaan bespreken. Leden, maar ook niet-leden zijn vanzelfsprekend van harte welkom.   

Enkele overwegingen
De directeur van de VRNHN geeft aan voor ‘pijnlijke keuzes’ te zijn gesteld en zegt ‘tientallen experts vanuit de veiligheidsregio en brandweerorganisatie’ te hebben betrokken bij de totstandkoming van de plannen. Maar bij de Brandweer Vrijwilligers begrijpt niemand deze plannen. In de plannen ontbreekt niet alleen een navolgbare brandweerkundige motivering die voldoet aan vigerende kwaliteitscriteria voor de brandweerzorg. De plannen bevatten ook geen eenduidige en toetsbare normen voor de snelheid, de paraatheid, de capaciteit en de werkdruk van de brandweer, zoals die zijn voorzien in de nieuwe systematiek voor ‘Gebiedsgerichte Opkomsttijden’. Daarmee duikt de veiligheidsregio Noord-Holland-Noord nog verder onder het wettelijk vastgestelde minimum niveau voor de brandweerzorg en kunnen burgers, instellingen en bedrijven niet meer vertrouwen op adequate brandweerzorg. De Inspectie Justitie en Veiligheid constateerde immers al eerder dat de  normtijden voor de opkomst van de brandweer in de VRNHN niet overal konden worden gehaald en dat de plannen van de regio slechts in beperkte mate voldoen aan de wettelijke vereisten.

De vraag is ook of de voorgaande (op bezuinigingen gebaseerde) doorontwikkelingen in de VRNHN hebben geleid tot de beloofde verbeteringen? Wij denken van niet. Simpelweg omdat de geclaimde verbeteringen niet inzichtelijk worden gemaakt. Het is bovendien de vraag in hoeverre het Algemeen Bestuur en de korpsleiding van de VRNHN de vereiste transparantie in acht nemen bij de verantwoording over de geleverde brandweerzorg. Gemeentebesturen die verantwoordelijk zijn voor de lokale veiligheid krijgen een beleidsplan met mooie vergezichten voorgeschoteld, maar inzicht in de feitelijke prestaties en organisatie van de brandweerzorg bieden de plannen niet.

Ook in de Tweede Kamer werd de minister van JenV om uitleg gevraagd over de consequenties van de bezuinigingen in de VRNHN. Op de vraag of het klopt dat er in de afgelopen jaren, sinds de grote bezuinigingsronde van 2015, in totaal 11 tankautospuiten, 14 personeel/materieelvoertuigen, 17 motorspuitaanhangers en 35 dienstbussen/-auto’s en 150 vrijwilligers uit de sterkte zijn geschrapt, gaf de VRNHN aan de getallen in deze vraag niet te herkennen. Dat is zeer opmerkelijk. Want in de ‘verbeterplannen’ van de VRNHN uit 2015 zijn de beoogde ‘verbeter maatregelen’ in termen van materieel en personeel per gemeente immers keurig gedocumenteerd. Getalsmatig leidt dat tot de hiervoor genoemde opsomming. Dat maakt het wegcijferen van de eigen feiten nogal opmerkelijk.

Opmerkelijk is ook het feit dat uit een memo van 17 mei jl. aan de gemeenteraad van Hollands Kroon blijkt dat volgens de VRNHN de kazerne in Slootdorp geen toegevoegde waarde heeft. Terwijl in 2021 in een memo aan de gemeenteraad de VRNHN goed onderbouwd aangeeft dat de aanwezigheid van een kazerne in Slootdorp noodzakelijk is. Daarnaast zien we nog opmerkelijke verschillen tussen de lezing van de korpsleiding en de beschrijving van de situatie op kazernes door verschillende postcommandanten. Zo schetst de postcommandant van de brandweer in Ursem een beter toekomstperspectief dan de korpsleiding. Voor de postcommandant zijn de plannen een raadsel. De vrijwilligers zijn verbijsterd dat ‘hun’ kazerne vanaf begin 2025 niet meer mag uitrijden.

Bijzonder is ook dat uit de reacties blijkt dat postcommandanten, vrijwilligers en de gemeenteraden kennelijk niet zijn betrokken bij de ontwikkeling van het toekomstperspectief voor hun kazernes en verschraling van de brandweerzorg in hun gemeenten. Voor wat betreft het takenpakket zijn verschuivingen in specialismen op kazerneniveau denkbaar. Maar om brandweerkazernes te sluiten en het handelingsperspectief (het verlenen van adequate brandweerzorg) van 14 kazernes zo ingrijpend op de schop te nemen vinden wij ongepast en een grote bedreiging voor de veiligheid van burgers en brandweermensen in de regio Noord-Holland-Noord. Daarom is het bestuur van de VBV voornemens om woensdagavond 1 juni aanstaande om 19.30 uur in Wieringerwerf de plannen met haar achterban te gaan bespreken.

Online themabijeenkomst – ledenvergadering VBV

Beste leden,
Na de uiterst vervelende gevolgen van de corona-pandemie, heeft nu de oorlog in de Oekraïne vat op onze samenleving. Wij zijn dagelijks in de weer met de brandweerzorg in het algemeen en het behartigen van de belangen van de vrijwilligers in het bijzonder. Het borgen van de continuïteit van onze vereniging is daarbij een niet te verwaarlozen aspect. Of dat gelukt is, dan wel moet worden bijgestuurd, bepalen uiteraard onze leden. Een belangrijk moment daarvoor is de Algemene Leden Vergadering (ALV). De vorige ledenvergadering via MS-teams is de aanwezige leden goed bevallen. Daarom heeft het bestuur ervoor gekozen om de ALV van 2022 te houden op:

zaterdag 30 april a.s. van 10.00 tot 12.30 uur via elektronische weg (Microsoft Teams).

Omdat de vergadering digitaal wordt gehouden, is het van belang dat u zich vooraf aanmeldt voor de digitale vergadering. Dat kunt u doen door voor 27 april 2022 een e-mail te sturen naar onze organisatie. U ontvangt dan voor de vergadering een Microsoft Teams uitnodiging op het e-mailadres waar u zich mee heeft opgegeven. In dat mailbericht zullen ook de relevante stukken worden meegestuurd.

Om het niet al te ingewikkeld te laten worden verzoeken we onze leden om eventuele vragen tot uiterlijk 24 uur van tevoren elektronisch (per e-mail) in te dienen. Deze vragen zullen tijdens de ALV beantwoord worden. Alle vragen en antwoorden zullen vervolgens kenbaar gemaakt worden aan onze leden.

Verder gaan we ervan uit dat onze leden ook graag met ons in gesprek willen over de te volgen koers voor de ’toekomstbestendige brandweerzorg’ met thema’s als IBGS, Gebiedsgerichte Opkomsttijden, Uitruk op Maat en niet in de laatste plaats onze rechtspositie, waaronder ook het PPMO valt. Daar nemen we dan ook graag de tijd voor.

De agenda ziet er als volgt uit:

1. Opening/welkom

  • Vaststellen agenda
  • Verslag vergadering 15 mei 2021

2. Algemene bestuurszaken door Marcel Dokter (voorzitter):

  • Mededelingen bestuur
  • Mutaties bestuur (aftredend en niet herkiesbaar (Ruud van Vliet)
    We zijn daarom op zoek naar kandidaten die een functie in het bestuur van de VBV ambiëren. Interesse? Neem dan gewoon even contact met ons op.

3. Financiële verantwoording jaarstukken door Piet Polstra (penningmeester)

  • Financieel jaarverslag (presentatie tijdens vergadering)

4. Organisatie:

  • Rechtspositie brandweervrijwilligers
  • Beknopt activiteitenverslag 2021
  • Oprichting WVSV / inrichting LOAV
  • Instellen landelijke ‘Regietafel’ (overleg vakorganisaties/ministerie JenV/RCDV
  • Vertegenwoordiging in ondernemingsraden/georganiseerd overleg

5. Bespreking thema’s

  • Taakdifferentiatie / Bouwsteen 1 / Rechtspositie Brandweer Vrijwilligers
  • Toekomstbestendige brandweerzorg
  • Gebiedsgerichte Opkomsttijden / Uitruk op Maat / IBGS
  • Wat verder zal worden ingebracht

6. Communicatie VBV – toelichting door Corry Daalhof

7. Rondvraag

Graag tot 30 april, met vriendelijke groet,

Bestuur Vakvereniging Brandweer Vrijwilligers.

PS In de maand mei zal onze penningmeester de jaarlijkse contributie gaan innen via de automatische incasso.

 

 

Een toekomstbestendige brandweer

Met zo min mogelijk middelen in de eigen regio voldoen aan de minimum eisen.
of
Een wettelijk minimum niveau van brandweerzorg vaststellen waarvan niet meer gemotiveerd naar beneden mag worden afgeweken?

Dat is volgens de VBV waar het om draait.

Als we kijken naar de afgelopen jaren dan werd het toekomstbestendig maken van de brandweer steeds gekoppeld aan een taakstellende bezuiniging. Het resultaat van die toekomstbestendigheid is steeds meer kazernes met slechts 1 tankautospuit in plaats van 2. Veel specialistische taken werden afgeschaft en aanvullend materieel afgevoerd. Zo gingen we terug van 22.000 brandweervrijwilligers naar 19.000 vrijwilligers en ging het aantal vrijwilligers per kazerne terug naar 16 of 18 per kazerne. Daardoor kwam de paraatheid vooral tijdens kantoortijd en in vakantieperiodes onder druk. Dit wordt door het brandweer management graag verklaard als een maatschappelijk verschijnsel. De VBV verklaart het als een organisatie weeffout ontstaan uit bezuinigingsdrift.

Om het tekort aan paraatheid te compenseren werden variaties op de sterkte per eenheid bedacht. Niet langer met 6 in een tankautospuit maar liever met 4 (de TS4 of TS-flex) Het meest vooruitstrevende alternatief werd het Snelle Interventie Voertuig met 2 brandwachten, ook wel heel innovatief aangeduid als een TS2. Hoewel je er bij een echte brand niet zoveel mee kunt ben je wel lekker snel ter plaatse en lijkt het alsof de brandweerzorg dik voor mekaar is. Zo werd de erosie van de slagkracht van de brandweer verhuld met innovatieve experimenten die steevast werden aangeduid als pilots of proeftuin.
Er werden mooie management statements gemaakt zoals “brandweer over morgen”. Daarin werd verklaard dat als je aan de voorkant (preventie of risico beheersing) iets meer deed, je aan de achterkant (repressie of brandbestrijding) iets minder kon doen. Met dat laatste werd dan direct begonnen door brandweervoertuigen uit de sterkte te halen die – zo werd betoogd – de afgelopen jaren toch ook maar nauwelijks waren ingezet.

Het resultaat is dat we nu bij twee forse natuurbranden tegelijk onze collega’s uit België en Duitsland om hulp moeten vragen omdat wij in ons land de benodigde slagkracht hebben wegbezuinigd. Zelfs wanneer een veiligheidsregio dit als landelijk specialisme had werd gemotiveerd afgeweken van de benodigde sterkte. Hiermee is de brandweer in ons land volgens de VBV door de ondergrens gezakt. We hebben ons georganiseerd op het maatgevend scenario van de woningbrand (zonder slachtoffers) maar grootschalige en langdurige incidenten kunnen wij niet meer aan.

Juist om die reden pleit de VBV in Den Haag voor meer aandacht voor deze zaak. Wij hebben de systeem verantwoordelijk minister opgeroepen haar verantwoordelijkheid te nemen. Ook aan de Tweede Kamer hebben wij gevraagd om in actie te komen. Wij zijn verheugd en dankbaar voor de aangenomen motie van de Kamer voor een minimum niveau van brandweerzorg waarvan niet langer gemotiveerd naar beneden mag worden afgeweken.

De Tweede Kamer heeft de minister ook opgeroepen om te zorgen dat de werkvloer beter wordt betrokken en op dat gebied is gelukkig een eerste stap gezet. Het overleg met de werkvloer dat al geruime tijd stil lag is nieuw leven ingeblazen met het vormen van een regie-tafel waar zowel de RCDV, het NIPV, de vakbonden als de VBV vertegenwoordigd waren. Volgende keer zal het ministerie ook aanwezig zijn en kunnen wij met elkaar zoeken naar samenwerking en versterking van de kwaliteit van de brandweer.

Ook op het front van de rechtspositie is positief nieuws te melden. Behoud van vrijwilligheid met een volwaardige taakinhoud voor vrijwilligers lijkt de uitkomst te worden. Daarvoor zet de VBV zich in en dat zullen wij blijven doen.

Deze week zijn wij gevraagd deel te nemen aan een rondetafelgesprek over vuurwerk tijdens de jaarwisseling. Daar zullen wij het belang van veilig werk en gezond weer thuis komen juist voor mensen die anderen vrijwillig gaan helpen onder de aandacht brengen.

Tenslotte hebben wij vrijdag afscheid genomen van onze vicevoorzitter en oprichter van de VBV. Voortaan is Ruud erelid van onze vereniging en wij bedanken hem voor alles wat hij voor de brandweer in het algemeen en de vrijwilligers in het bijzonder heeft gedaan.

Marcel Dokter
Voorzitter.

 

VBV nestor Ruud van Vliet neemt afscheid

Vrijdag 22 april hebben we afscheid genomen van Ruud van Vliet als bestuurslid van de VBV. De vereniging die hij mede heeft opgericht. Ruud was een Brandweer Vrijwilliger in hart en nieren, een echte pionier, gepokt en gemazeld bij de brandweer in Alkmaar. Het gaat hier te ver om alle details te benoemen, maar of het nu ging over dossiers als variabele voertuigbezetting, duiken of opkomsttijden, Ruud ging geen enkele discussie uit de weg. Daarnaast moest Ruud ook nog zijn eigen onderneming blijven runnen.

Zijn niet aflatende inzet voor een rechtvaardige rechtspositie en een veilige periodieke keuring mag hier ook niet onvermeld blijven. Zo organiseerde Ruud in de aanloop naar een nieuwe landelijke rechtspositie op 18 november 2008 in hartje Den Haag een heuse brandweerbetoging van Brandweer Vrijwilligers. Misschien wel de enige in de historie van de Nederlandse brandweer.  Als aanvoerder ging Ruud voorop in een lange kolonne brandweervoertuigen, tankautospuiten, HV’s en busjes, geëscorteerd door politieagenten op de fiets, op motoren en in auto’s, dwars door Den Haag, naar het ministerie van BZK en vervolgens naar het kantoor van de VNG om daar voor een sterke positie voor Brandweer Vrijwilligers te pleiten en ons manifest te overhandigen.

Kortom; altijd de vrijwilligers voorop, zelfs als bestuurders hem daarvoor op het zijspoor wilden zetten. Het is ze niet gelukt. De vrijwillige brandweer van vandaag mag Ruud dankbaar zijn. Onze poortwachter bij bestuurlijke dwalingen is als erelid benoemd en zal volgens zijn zeggen ‘het bestuur in de smiezen’ houden. Mede namens de leden maken we een diepe buiging voor zijn werk en betrokkenheid. Na de plichtplegingen was er nog ruimte in ‘Arie’s gute stube’ voor een aangenaam informeel samenzijn zoals Ruud dat graag wilde.

 

 

Beknopt verslag commissiedebat Brandweer en crisisbeheersing 24 maart jl.

Op donderdag 24 maart jl. debatteerde de minister van Justitie en Veiligheid (JenV) met leden van vaste commissie JenV over de ‘Brandweer en crisisbeheersing’. De Vakvereniging Brandweer Vrijwilligers (VBV) heeft vooraf haar standpunten over specifieke brandweer-onderwerpen kenbaar gemaakt. De minister deed dat met een brief over de stand van zaken van een aantal thema’s op het gebied van brandweer en crisisbeheersing.

Lopende het debat werden diverse thema’s besproken. In dit beknopte verslag ligt de focus vooral op het vervolg op de wetsevaluatie en de stand van zaken m.b.t. de brandweerzorg. Verheugend was daarbij de aandacht en lof vanuit de Kamer en de minister voor de uitvoering van het werk door de brandweermensen (beroeps en vrijwilligers). Zorgen zijn er over de ervaren informatie-armoede, de extra kosten voor het niet meer werken met gekazerneerde en geconsigneerde vrijwilligers, het tweede loopbaanbeleid voor beroeps, en de wettelijke kwaliteitskaders voor brandweerzorg. (Lees hier het conceptverslag van het debat).

Informatie-armoede
Onder de Kamerleden bestaat namelijk enig ongenoegen over het uitblijven van betrouwbare data over de brandweer, een taak die sinds 2018 is belegd bij het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) en waarbij de VBV in 2018 al een stevig voorbehoud maakte. De Kamer vroeg de minister om uitleg over de aangekondigde ‘kwaliteitsslag’ om te komen tot een gedegen en betrouwbare dataset. ‘Het is toch moeilijk uit te leggen dat we dit niet voor elkaar krijgen’, zo klonk het in de richting van de minister. De minister deelde deze mening en deed de Kamer de toezegging dat er met ‘urgentie’ zal worden gewerkt aan een plan van aanpak en dat dit ‘zo concreet mogelijk’ zal zijn.

‘Wie knokt er nou voor de brandweer?’
De primaire reactie van de minister op de vraag uit de Kamer; “wie garandeert nu adequate brandweerzorg en adequate financiering?” was met de verwijzing naar het bestuur van de veiligheidsregio voorspelbaar, maar ging voorbij aan de kern van de vraag; wat gaat de minister doen tegen de aantasting van de slagkracht en aan de noodzakelijk geachte verbetering van de brandweerzorg? Wanneer komen we tot uniforme werkwijzen en wie neemt de regie op gezamenlijke opgaven en het formuleren van een kwaliteitskader dat in de volle breedte beschrijft aan welke eisen en normen de brandweerzorg moet voldoen?  De minister reageerde met de aankondiging dat een landelijk systeem voor slagkracht deel zal uitmaken van de gebiedsgerichte opkomsttijden. Specifiek over dat punt zal de Kamer rond de zomer worden geïnformeerd.

De vraag uit de Kamer: “wie knokt er nou voor de brandweer?” volgde op de constatering dat de brandweer in Nederland steeds verder wordt uitgekleed en daarbij zelfs de lief-en-leedpot van de brandweer niet ontkomt aan bezuinigingen. In haar antwoord legde de minister de relatie met de uitkomsten van de evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s: Er wordt gewerkt aan een ‘contourennota’ waarin alle elementen zijn opgenomen en die tegen het eind van dit jaar zal worden voorgelegd aan de Tweede Kamer. Of daarin ook duidelijke normen met een ondergrens een plek zullen krijgen zal de tijd ons leren.

Personele kwesties
Nadat werd geconstateerd dat gekazerneerde en geconsigneerde vrijwilligers moeten worden aangemerkt als deeltijdwerkers, wordt nu gekeken welke (juridische) belemmeringen er al dan niet bestaan om de betreffende groep, (zo’n 20 % van het totaal aantal vrijwilligers) een (parttime) beroepscontract aan te bieden. Voor wat betreft de financiële consequenties van deze keuzes, was de minister helder; in het coalitieakkoord is geen geld vrijgemaakt voor compensatie. Bovendien zijn de veiligheidsregio’s, als werkgever, ook primair verantwoordelijk voor de daar belegde taken, aldus de minister.  Voor de resterende 80% van de brandweervrijwilligers – de vrije instroomvrijwilligers – verandert het werk niet wezenlijk.

Over de zoektocht naar een oplossing voor de regeling waardoor beroepsbrandweermensen verplicht moeten stoppen na 20 jaar dienst, was de minister duidelijk; ‘daar ga ik niet over’. Wel was ze het eens met de opvatting dat maatwerk gewenst is. De minister beloofde de kwestie met het Veiligheidsberaad te bespreken. De minister sloot het onderwerp af met de mededeling dat er in gezamenlijkheid gekeken zal worden naar oplossingen.

Toezeggingen
Na afloop van het drie uur durende debat (kijk het debat hier terug) was de lijst met ‘huiswerk’ voor de minister bijna net zo lang als de lijst met agendaonderwerpen. Dit ‘huiswerk’ slaat op de toezeggingen van de minister aan de Kamerleden. Voor wat betreft de brandweer zijn dat de volgende toezeggingen:

  1. De minister stuurt voor de zomer het zo concreet mogelijk plan van aanpak over de informatievoorziening m.b.t. de brandweer naar de Kamer
  2. De minister stuurt dit jaar de uitkomsten van het belevingsonderzoek bij de brandweer naar de Kamer
  3. De minister stuurt de contourennota voor het eind van dit jaar naar de Kamer
  4. De minister stuurt voor de zomer een brief met informatie over de slagkracht m.b.t. de opkomsttijden naar de Kamer
  5. De minister stuurt voor de zomer een brief over de landelijke systematiek over opkomsttijden naar de Kamer